De bengelende bengels

Iedereen heeft jeugdtrauma’s, en ook ik. Ze zijn bij mij niet interessant genoeg om met de wereld te delen. Op één na. Toen ik een jaar of 10 oud was logeerde ik een week bij mijn tante in Zeeland om een zeilcursus te volgen. Ze woonde op een paar honderd meter van een protestants gebedshuis. De hele nacht lang, ieder kwartier, bengelde de bengel enthousiast. Ik kan me nog heel precies herinneren dat ik iedere keer probeerde binnen dat kwartier in slaap te vallen. Mij lukte het niet. Het dodelijkste is natuurlijk dat je na tien minuten proberen ontspannen te gaan slapen je heel goed weet dat de volgende keer er al bijna is. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb in een week maar een paar uur geslapen. Ik woon sindsdien gelukkig in wijken waar kerkklokken niet te horen zijn, maar ik vermijd, als ik op reis ga, hotels in de buurt van een kerk als de pest.

Het is natuurlijk een heel raar overblijfsel uit ons verleden dat in Europa kerkklokken de tijd aangeven. Op veel plaatsen gaat het luiden van de klok ’s nachts gewoon door. Dat is een flinke inbreuk op de privacy en de rust van mensen. De vraag is dus of het nog steeds een goed idee is om deze gewoonte in stand te houden. In meerdere Nederlandse gemeenten dienen hierover ook rechtszaken, met wisselende uitkomsten.

De oorspronkelijke reden waarom de kerkklok de tijd aangeeft is dat dit vroeger erg handig was. De kerk had toch al de klok nodig om de gelovigen op zondag uit te nodigen naar de kerk te komen. Het kostte dus vrijwel niets om op deze manier het hele dorp te helpen met een tijdsaanduiding. En de kerktoren is erg hoog, waardoor de hele omgeving van een dorp of stad de tijd kon bijhouden in een tijd waarin horloges niet bestonden. Ze wist ook de arbeiders op het boerenland wanneer het schafttijd was. En kerken hadden in die tijd een grote invloed op het leven van mensen, waardoor het feit dat de kerk zich iedere 15 min aandiende waarschijnlijk als vrij normaal aanvoelde.

Die tijd is natuurlijk voorbij; de meerderheid van de bevolking trekt zich niets meer van het instituut kerk aan. Op de uitnodiging die via de kerkklokken aan de gelovigen wordt gedaan gaat op zondagochtend bijna niemand meer in. En niemand heeft de kerk meer nodig om te weten hoe laat het is. Niet alleen kan iedereen een horloge betalen, maar ook via je mobiele telefoon, e-mail en de media word je er voortdurend aan herinnerd hoe laat is.

Het luiden van de kerkklokken heeft dus niet meer de functie die het oorspronkelijk had. Dan blijven er nog twee mogelijke functies over. De kerkklok is een vorm van reclame voor de kerk, en veel mensen vinden een kerkklok een lokale traditie waar ze aan hechten. De eerste functie heeft geen plaats meer in een onkerkelijkte maatschappij; de openbare ruimte is van iedereen, en de overheid mag niet een bepaalde geloofsovertuiging voortrekken. Moskeeën mogen ook niet hinderlijk de oproep tot het gebed doen, wat het christelijke herrierecht ook nog eens discriminerend maakt. Voor de tweede reden is wel wat te zeggen, want veel mensen vinden het wel gezellig dat de kerkklok zich regelmatig laat horen. En culturele tradities, zoals bijvoorbeeld ook het sinterklaasfeest of nieuwjaar, hebben waarde en mogen beschermd worden, zelfs als ze overlast geven.

De vraag is alleen hoeveel overlast redelijk is in ruil voor een culturele traditie. En bij kerkklokken lijkt die balans toch wel zoek. Kerkklokken hebben een volume dat in de buurt van de kerk gesprekken tijdens het luiden onmogelijk maakt. Tot op grote afstand klinkt het geluid ook in huizen en kantoren door. Als je wakker bent kan dit tot tijdelijk concentratieverlies leiden, wat nog wel meevalt, hoewel in de rechtszaak die in Amersfoort gevoerd is vanwege de oefenende carillonstudenten dit de belangrijkste klacht was. Maar als het bedtijd wordt, beginnen de problemen echt. Tegenwoordig gaan de klokken op de meeste plekken in Nederland ’s nachts dan ook uit, bijvoorbeeld tussen middernacht en 6:00 ’s ochtends. Maar lang niet iedereen slaapt meer op de traditionele uren, en kinderen hebben toch echt meer dan 6 of 8 uur slaap nodig. In het weekend wordt bijna niemand meer vroeg wakker, tenzij je natuurlijk door de kerkklok “geholpen” wordt.

Uiteindelijk komt het dus neer op een afweging van belangen en rechten. Het lijkt erop dat een behoorlijke groep van de bevolking prijs stelt op het geluid van de kerkklokken, als onderdeel van de lokale tradities. Een andere, waarschijnlijk kleinere groep ergert zich eraan, kan er niet door slapen, of is gedwongen te verhuizen. Een klein beetje plezier voor een grote groep tegenover serieuze overlast voor een kleine groep lijkt mij een onfaire deal. Het is dan ook redelijk om de rechten van kerken op dit gebied te beperken. In de grote steden, waar tradities minder zwaar tellen en de kerk een marginaal instituut is, lijkt een redelijk compromis dat kerken alleen op zondagochtend vanaf een uur of 10 zich laten horen. In kleinere, vaak meer gelovige plaatsen zou het klokgelui zich kunnen beperken tot overdag, bijvoorbeeld van 9 tot 9, en dan alleen op het hele uur. Dat voorkomt ook dat mensen onnodig een hekel krijgen aan kerken als die te veel de aandacht opeist met iets dat helemaal niets met het christendom te maken heeft. En als we dan in heel Europa zover zijn, kan ik op reis zonder zorgen m’n hotel boeken.

Hoofddoekverbod onnuttig, onredelijk en onwettig

In de afgelopen maanden is in Nederland weer een discussie losgebarsten over hoofddoeken in de publieke ruimte. De PVV wil de hoofddoek vrijwel overal verbieden, maar dat wordt niet serieus genomen. Deze partij wil immers migranten en moslims op allerlei manieren marginaliseren, en een serieuze redenering wordt er niet aan de plannen gekoppeld. Een week geleden mengde echter het VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert zich in de discussie. Haar voorstel is om “religieuze symbolen” te verbieden bij alle ambtenaren met een zichtbare functie. De VVD baseert dit voorstel op de scheiding van Kerk en staat. Maar haar redenering rammelt aan alle kanten, zoals ook alle partijen behalve de LPF vonden in 2004, toen dit debat al eens werd gevoerd. Er is dus geen reden om de bestaande praktijk te veranderen.

Wat zegt de VVD?
De redenering van de VVD is dat de overheid zich religieus neutraal moet opstellen, en dat je dus ook in het gemeentehuis als burger niet moet worden geconfronteerd met mensen die religieuze symbolen dragen. Op die manier zou de scheiding tussen Kerk en staat, een belangrijke liberaal principe, beter vorm gegeven kunnen worden. De VVD beweert niet dat burgers in grote getale bang zijn dat ze op het stadhuis niet neutraal behandeld worden, of dat ze zich ergeren aan hoofddoeken of andere kledingsstukken. Het gaat de VVD dus om het principe.

De scheiding tussen Kerk en staat is ook een belangrijk principe in een democratie, en al helemaal voor liberalen. Die scheiding kan in de praktijk natuurlijk niet absoluut zijn, en de grens van de scheiding verschilt per land. In Duitsland houdt de overheid automatisch belastinggeld in voor de kerk waar je lid van bent, in Engeland is de koningin het hoofd van de nationale kerk, en in Frankrijk zijn alle kerken in eigendom van de staat; ze worden gratis ter beschikking gesteld aan katholieken. In Polen is religieus onderwijs normaal onderdeel van het schoolprogramma, en in de Verenigde Staten wordt iedere ochtend op openbare scholen de eed aan de vlag gezworen, met daarin de zin “één natie onder God”.

In Nederland geldt dat allemaal niet, maar er zijn andere gebieden waar de overheid en de kerk overlappen. Bij ons is ook  in de afgelopen decennia een grote minderheid ontstaan die niet gelovig is, vrome christenen zijn een kleine minderheid geworden, en het christendom is niet meer de enige grote godsdienst. Het zou dus best tijd kunnen zijn voor een heroverweging van waar we de grens tussen Kerk en staat leggen. Een kamerdebat daarover is door VVD en GroenLinks aangevraagd en zal binnenkort plaatsvinden.

Neutraal uitzien is niet neutraal handelen
De redenering dat scheiding van Kerk en staat een religieus neutraal uitziende overheid vereist echter onvolledig. Het dragen van religieuze symbolen door overheidsdienaren is op zich niet of nauwelijks een schending van de scheiding tussen Kerk en staat. Dat is anders dan in landen als Frankrijk of Turkije, waar er een dominante godsdienst is. Als daar alle overheidsdienaren religieuze symbolen zouden dragen, zou dat kunnen betekenen dat een burger bang wordt dat de overheid een bepaalde religie voortrekt. In Nederland is dat gewoon niet actueel. Een groot percentage van de overheidsdienaren is niet gelovig, en de rest behoort tot allerlei stromingen. Als er af en toe een religieuze uiting tussen zit, denkt niemand in Nederland dat de overheid reclame wil maken voor een bepaalde religie. En al helemaal niet voor de Islam, een religie die hooguit 5% van de overheidsdienaren aanhangt, en waarvan de aanhangers in de praktijk wonen in gemeentes waar de rest van de bevolking grotendeels ongelovig is.

Het principe wat hier wel van toepassing zou kunnen zijn, is het principe van gelijkheid voor de wet. Burgers hebben een absoluut recht op een overheid die zich neutraal gedraagt naar haar burgers, ongeacht hun uiterlijk, afkomst, of seksuele en religieuze voorkeur. Als het dragen van religieuze symbolen tot ongelijke behandeling leidt, zou dat een groot probleem zijn. Maar de link tussen een overheid die neutraal handelt en een overheid die er neutraal uitziet is heel zwak. Immers, ook nadat je de hoofddoek of de tulband hebt afgedaan bij de ambtenaar zal de burger in de meeste gevallen goed kunnen raden wat voor religie die ambtenaar heeft. En als een burger niet vrolijk wordt van het feit dat een ambtenaar een bepaalde religie aanhangt, zegt dat meer over die burger dan over die ambtenaar.

Ook voor de ambtenaar zelf zal neutraal gedrag niet beïnvloed worden door de kleding die hij of zij draagt. Nadat je je hoofddoekje hebt thuisgelaten, ben je nog precies evenveel moslim als daarvoor. En als een ambtenaar iemand van een andere religie slecht wil behandelen, dan kan dat altijd. Zelfs als je religieuze uitingen ook bij burgers zou verbieden, want ook bij hen kun je in veel gevallen raden tot welke groep iemand behoort.

Geloof een privézaak?
Maar zelfs als de VVD een verband ziet tussen religieus uiterlijk en religieus handelen, of als zij uit principe vindt dat de overheid op geen enkel moment met een bepaald geloof mag worden geassocieerd, is een hoofddoek verbod onredelijk en in strijd met de mensenrechten. In Nederland, net als in de rest van Europa, hebben mensen er recht op een geloof niet alleen privé te belijden, maar ook in het openbaar. Je hebt ook het recht om aan religieuze vereisten te voldoen. Bij Sikh-mannen is dat het bedekken van het haar (met een tulband). Ook veel moslimvrouwen beschouwen het dragen van een hoofddoek als religieuze vereiste.

Voor- en tegenstanders van hoofddoeken worstelen altijd met de vraag of een hoofddoek een religieuze vereiste is, of slechts symbool of culturele traditie. De meeste dragers van een hoofddoek maken zich over dat onderscheid geen zorgen, maar voor politieke keuzes is het onderscheid essentieel. Vaak dragen mensen een hoofddoek omdat ze dat netjes of mooi vinden, of omdat hun familie of vrienden dat ook doen. Het lijkt er zelfs op dat het een niet-islamitisch mode-item wordt, net als in de jaren ’50. In die gevallen valt het dragen van een hoofddoek niet onder de vrijheid van godsdienst. Maar het is in dit geval dus ook geen religieuze uiting, en dus kun je het niet daarom verbieden. Net als bijvoorbeeld bij baarden, die zowel om esthetische als om religieuze redenen gedragen worden.

Maar de hoofddoek is voor veel vrouwen wel degelijk een islamitische religieuze vereiste. Deze vrouwen voelen zich niet alleen onprettig als ze hun haar laten zien in het openbaar, maar ook zondig. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor orthodox-joodse vrouwen en Sikh-mannen, die hun haren het openbaar niet mogen tonen. In dit geval is het dragen van een hoofddoek natuurlijk niet religieus neutraal. Dan zou je om eerder genoemde redenen kunnen overwegen een overheidsdienaar te verbieden zo’n religieuze uiting te dragen.

Het recht op werk en gelijke behandeling
Maar juist bij deze mensen is het verbieden van religieuze symbolen onredelijk. Want het effect van het verbieden van hoofddoekjes zal alleen maar zijn dat deze vrouwen niet meer bij de overheid kunnen en zullen werken. Dat gebeurde al toen er een hoofddoekverbod kwam op enkele scholen in Antwerpen; de meisjes bleven gewoon thuis en hebben indirect geen recht meer op onderwijs. Omdat de 500.000 sikhs in Engeland ook recht hebben op werk, hebben politie en leger aparte hoofddeksels voor tulbanddragers; er is zelfs een kogelvrij model in ontwikkeling. Het recht van 100.000 of meer mensen om geld te verdienen door bij de overheid te werken moet zwaarder wegen dan een neutraal uitziende overheid, zelfs als dat de overheid neutraler zou maken.

Dit is ook vastgelegd in de mensenrechtenregels die aan de basis van onze democratie liggen. Zij zeggen dat je alleen maar mag denken aan het verbieden van religieuze vereisten als de mensenrechten van andere burgers getroffen worden. Daar lijkt in Nederland geen sprake van. Maar zelfs als er iemand vindt dat zijn rechten beknot worden door religieuze uitingen aan het stadhuisloket, dan geldt het principe van proportionaliteit: je mag alleen maar iets verbieden als de ene groep er meer in mensenrechten op vooruitgaat dan de andere erop achteruit. En ook dat geld hier gewoon niet, want een grote groep mensen gaat er met een verbod flink op achteruit, en een onbekend grote groep nauwelijks of niet.

Een verbod op religieuze uitingen zou trouwens ook discriminerend zijn. Een maatregel die neutraal geformuleerd is (“religieuze symbolen”), maar die in de praktijk vooral moslima’s het leven zuur maakt, behandelt in de praktijk verschillende groepen burgers anders. Dat heet indirecte discriminatie, en ook dat is verboden. Het feit dat de discussie vooral over hoofddoeken gaat, en dat bijvoorbeeld baarden niet ter discussie staan doet vermoeden dat discriminerende motieven een rol spelen, althans een poging om discriminerende stemmers ter wille te zijn Om het allemaal te ordenen, biedt het onderstaande schema houvast. Een verbod is in ieder geval onzin, in alle categorieën.

Waarom wordt een bijzonder kledingstuk gedragen?
Religieuze vereiste
Geen vereiste
Ook gedragen om andere redenen
Alleen religieus
Religieus symbool
Uiting van niet-religieuze mening
Voorbeeld

Hoofddoek Tulband Kruis Aids-armband



Baard Keppel Dame Ednabril



Pruik
Effect verbod:


Inbreuk op vrijheid van religie

Inbreuk vrije meningsuiting

Inbreuk op recht op werk

Discriminatie

Treft ‘onschuldigen’
? ?

Er is veel te doen, zonder te discrimineren
zoals eerder al gezegd vinden veel mensen Nederland dat we na moeten denken over een andere verhouding tussen Kerk en staat, en over de positie van religie in de samenleving. De basisgedachte daarbij moet zijn dat burgers recht hebben op een neutraal handelende overheid, dat burgers niet gedwongen worden een bepaalde religie met belastinggeld te steunen, en dat religie geen excuus mag zijn voor het grof schenden van de rechten van andere mensen. En dan lijkt de volgende lijst meer houvast bieden dan een verbod op religieuze symbolen:

  • De tekst “God zij met ons” kan zonder problemen van de 2-euromunt af
  • Er is geen enkele goede reden waarom wetten ondertekend worden “bij de gratie Gods”
  • De belastingvrijstelling van religieuze instellingen zou ter discussie kunnen worden gesteld
  • De winkeltijdenwet zou kunnen worden geschrapt, of in ieder geval kun je winkels op zondag vrij open laten zijn
  • De overheid zou minder of geen geld aan religieuze scholen kunnen geven (een kansloos voorstel)
  • Het luiden van de kerkklokken voorafgaand aan de mis op zondag is een inbreuk op de privacy van mensen die graag een rustige zondagochtend hebben
  • Het verwijderen van de voorhuid van minderjarigen kinderen is een enorme schending van het recht om over je eigen lichaam te beslissen, het recht om seks te beleven op de manier die je zelf wilt, en het recht om geen pijn aangedaan te worden. Een verbod op jongensbesnijdenis zonder verdoving en onder de 12 of 16 jaar lijkt dan ook een veel redelijker afweging tussen mensenrechten en de vrijheid van godsdienst dan de huidige praktijk.

Nu even niet
Een verbod op religieuze symbolen bij de overheid is geen antwoord op een serieus maatschappelijk probleem. Als er al een probleem is met een niet-neutrale overheid, wordt dit niet opgelost door een verbod op religieuze symbolen. En een dergelijk verbod zou grote groepen mensen onze maatschappij flink beperken in hun levensgeluk en rechten. Juist groepen die het momenteel moeilijk hebben, nu Geert Wilders feitelijk in de regering zit. Dat maakt de vraag terecht waarom dit voorstel nu door de VVD gedaan is. In mijn eerdere bijdrage ga ik daar verder op in, maar ik volsta hier met de vaststelling dat het feit dat de regering geleid wordt door de VVD betekent dat deze partij de schijn tegen heeft. En dat betekent dat andere partijen voorzichtig moeten zijn in deze discussie, en het zou een reden zijn om een op zich nuttige discussie over de scheiding tussen kerk en staat even een jaar of 10 te laten wachten. Als de roeiboot aan het schommelen is, moet je niet opstaan.

Te gast in Premtime, of: wat wil de VVD nou echt?

Uw dienaar was afgelopen maandag te gast in het radioprogramma Premtime op Radio 1, dat wordt uitgezonden vanuit een bus die deze keer in Amsterdam-West stond. Het thema was de scheiding van kerk en staat, en ik moest de stelling verdedigen dat je hoofddoekjes op het stadhuis niet moet verbieden. De presentatrice Ebru Umar is een feminist van Turkse afkomst, en ik moest in debat met Patrick van Schie, de directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD. Dat beloofde dus wat.

Het werd een teleurstelling. Ebru gaf in het gesprek voor de uitzending al aan dat ze vindt dat vrouwen die een hoofddoek dragen gek zijn, en dat ze onder dwang staan. Eigenlijk wil ze dus een totaal hoofddoekverbod, wat haar toch een beetje buiten de rechtsorde plaatst. Dat kan natuurlijk niet in een vrij land. Ze wilde niet het verschil zien tussen hoe burgers met elkaar omgaan (ze mogen elkaar best zeggen dat een hoofddoek dom is) en hoe de overheid met burgers om moet gaan (die kan niet zomaar alles verbieden). En ook de manier waarop ze zich gedroeg viel nogal tegen. Later gaf ze overigens via Twitter aan dat ze niet netjes was geweest tegen de ‘überheilige, radicale GroenLinkser’.

In datzelfde GroenLinks dacht men trouwens vijf jaar geleden ook dat hoofddoeken slecht waren, maar het grote aantal Happy Hoofddoekdragers die je tegenwoordig overal tegenkomt heeft dat veranderd. Grappig genoeg voldeed de hoofddoekdragende vrouw die even de bus in kwam lopen, Nora, precies aan dat geemancipeerde beeld. Hoe hard Ebru het ook probeerde, het lukte haar niet een bewijs te vinden dat deze vrouw ongelukkig wordt door de hoofddoek. Ze is vlot gebekt, heeft een leuke baan, combineert dat met een huwelijk met drie kinderen, en beschouwt de hoofddoek als een prettige uiting van haar identiteit. Weer eens een bewijs overigens dat de positie van etnische minderheden in Nederland snel beter wordt, wat allerlei goedbedoelende integratiehulp of juist kwaadbedoelend geklaag allebei in veel gevallen tot onzin maakt.

Of de VVD met haar oproep om overheidsdienaren te dwingen zonder religieuze kleding te werken het goed of slecht bedoelt, werd niet duidelijk. Patrick van Schie, een vriendelijke en intelligente man met een lange lijst publicaties achter zijn naam, kwam deze keer niet verder dan te herhalen dat de overheid zich neutraal naar burgers moet opstellen. Het andere punt dat hij maakte, dat de overheid niet moet willen kiezen wat wel of niet een religie is (hindoeïsme wel, New Age niet), was “dead on arrival”. Het is namelijk nogal moeilijk om de kerk en de staat te scheiden als je niet weet wat wel en niet kerk is. En als hij bedoelde dat de staat moet doen alsof geloof gewoon een mening is, dan kun je geloofsuitingen natuurlijk ook niet meer verbieden. Want dat zijn dan gewone meningen, en die wil de VVD hopelijk niet verbieden.

In een artikel in de NRCnext en op dit blog wees ik er al op dat een verbod op religieuze kleding een volkomen onredelijke afweging van belangen is. En het ergste is dat een dergelijk verbod geen probleem oplost, want mij is niets bekend van grote ontevredenheid onder de bevolking over een pro-religie-overheid. Het feit dat de VVD dit nu toch ter sprake brengt, roept de vraag op of er sprake is van kwade bedoelingen, bewust of onbewust. Kwade bedoelingen die misschien ingegeven zouden zijn door hun wens om het politieke spectrum ter rechterzijde af te dekken, waar de meeste kiezers denken dat islam en democratie niet goed samengaan.

Er is in Nederland een politieke beweging die hoofddoeken niet wil verbieden vanwege ingewikkelde staatsrechtelijke principes, maar simpelweg om vreemde kledij uit het straatbeeld te weren en moslims te marginaliseren of wegpesten. Een discussie aanzwengelen die in de praktijk over hoofddoeken gaat zal bij de gemiddelde burger een knop indrukken dat er weer iets mis is met moslims, een geluid dat in de media en politiek maar al te vaak te horen is. Politieke partijen die dus in 2011 de rechten van moslims ter discussie stellen, zijn (tenzij het om grote problemen gaat) ofwel van kwade wil, of politiek autistisch. Het feit dat door VVD-Kamerlid Jeanine Hennis meteen maar even de vrijheid van godsdienst op de vuilnishoop werd gegooid, doet het eerste vermoeden. Want ook Geert Wilders wil van de vrijheid van godsdienst af, omdat die deze beweging in de weg zit bij discriminerende maatregelen tegen moslims.

Een tweede aanwijzing dat er bij de VVD andere bedoelingen mee spelen, is dat discussie over een nieuwe verhouding tussen kerk en staat voorbeelden worden gebruikt die moslims betreffen, met de impliciete boodschap dat de islam een bedreiging is voor onze vrijheden. De VVD had ook kunnen wijzen op het feit dat er op de 2 euromunt “God zij met ons” staat, of dat wetten worden ondertekend “bij de gratie Gods”. Enorme hoeveelheden belastinggeld worden besteed aan christelijke scholen en aan belastingvrijstelling van kerken. En iedere dag worden weerloze jongens van hun kostbare penisvoorhuid beroofd. Dat is een enorme schending van de kinder- en mensenrechten, het meest bij joden waar het vaak zonder verdoving en met een wankele theologische onderbouwing wordt gedaan. Een goedbedoelende partij die een serieuze discussie wil over kerk en staat zou die veel grotere problemen, die ook nog veel makkelijker op te lossen zijn, als voorbeelden gebruiken.

De laatste aanwijzing dat de VVD eerder uit is op politiek gewin dan een open discussie zijn de uitlatingen en daden van haar politici in het afgelopen jaar. Het keiharde verkiezingsprogramma van de VVD uit 2010 beschouwt immigratie uit niet-westerse landen als onwenselijk, en impliciet dus ook de migranten die hier al wonen. Premier Rutte gaf onlangs aan dat zijn doel is om “Nederland aan de Nederlanders terug te geven”, en hij verklaarde de multiculturele samenleving als een begraven experiment. Eerder had hij aangegeven dat immigranten ons land op cultureel en filosofisch gebied niets te bieden hebben. En dan is er natuurlijk het enthousiasme van de VVD voor samenwerking met de anti-migrantenbeweging van Geert Wilders, en de vele direct of indirect discriminerende maatregelen in het regeer-/gedoogakkoord, vrijwel allemaal gericht op migranten in het algemeen of moslims in het bijzonder.

Het is daarom te hopen dat de VVD en andere partijen deze nutteloze en gevaarlijke discussie gauw afsluiten. En als dat niet gebeurt, dan kan de VVD alleen maar recht doen aan haar liberale principes door alle gebieden waar religie en staat overlappen ter discussie te stellen, en zich te richten op maatregelen die een echt probleem aanpakken, en waar ingrepen  dan ook echt een positief effect kunnen hebben.

De tienerjaren van een democratie

Bezorgde geluiden over de toekomst van ons land horen we sinds de zomer van 2010 niet alleen meer uit de mond van Wilders, maar juist ook van zijn critici. Wilders zou een gevaar voor de rechtstaat zijn, en half serieus wordt de nieuwe regering ook wel “Bruin-1” genoemd. Tegelijkertijd is er veel opluchting dat het regeer-/gedoogakkoord veel minder ver gaat dan Wilders wil. Voor Nederlandse moslims zal een normaal leven onder premier Mark Rutte goed mogelijk blijven. Maar met de voorlopig onstuitbare groei van de PVV in de peilingen, is de vraag of dit ooit anders wordt. Politici kijken zelden vooruit,  maar we hebben met de financiele crisis weer eens geleerd dat veranderingen heel onverwacht kunnen komen, heel snel kunnen gaan, en hele grote gevolgen kunnen hebben. Waar gaat dit heen de komende 10 jaar?

Het wilde scenario

Het meest vergaande scenario is dat Wilders op een dag dankzij een PVV-meerderheid alleenheerser wordt, wat ongetwijfeld het onmiddellijke einde van de democratie zou betekenen. De kans daarop is klein. In de Nederlandse politieke geschiedenis heeft nog nooit een partij de meerderheid gehad, en dit is in het huidige verdeelde politieke landschap onwaarschijnlijker dan ooit. In ons welvarende land ontbreekt de voedingsbodem voor een revolutie of een massale verschuiving van steun naar een “sterke man”. En Wilders is geen militarist. De makkelijke vergelijkingen die worden gemaakt met de Duitse jaren ’30 gaan daarom mank.

Maar het is niet helemaal uit te sluiten dat Wilders het grootste deel van de macht naar zich toetrekt. De kans daarop zou zeker groter worden na een grote terroristische aanslag in het westen, zeker als dat in Nederland is. Ook is er nog steeds een serieus risico op een tweede economische neergang, die gezien de beperkte overheidsreserves op een depressie uit zou kunnen lopen. En de huidige onrust in de Arabische wereld maakt het niet onmogelijk dat honderdduizenden vluchtelingen op Europa afgekomen. En dan zijn er nog de ”unknown unknowns”, zoals Rumsfeld ze noemde: bijna alle grote politieke gebeurtenissen zag niemand aankomen.

Doorsukkelen

Er is natuurlijk een goede kans dat Nederland op de ingeslagen weg voortgaat. De PVV bereikt op een gegeven moment een plateau of wordt weer kleiner, maar waarschijnlijk blijven de meeste partijen een harde koers varen tegen immigratie en criminaliteit, en een bemoeizuchtige koers qua integratie. Deze koers zijn ze immers niet ingeslagen uit angst voor Wilders, maar uit overtuiging. Misschien kunnen dan alle toekomstige maatregelen samen het leven voor bepaalde bevolkingsgroepen moeilijker maken dan nu, en het is ook goed mogelijk dat discriminatie op straat en op de werkvloer nog toeneemt. Maar in dit scenario verandert er voor de meeste burgers uiteindelijk weinig. Een tijdreiziger die naar 2020 reist zou Nederland nog goed herkennen.

Terug naar vroeger

Misschien ontstaat er in Nederland een tegenbeweging waarin politici en stemmers zich gaan realiseren dat al die strengheid meer kost dan dat ze oplevert. De vaak harde maatregelen die in de afgelopen jaren zijn genomen tegen immigratie (en voor integratie) worden dan deels weer teruggedraaid. Nederlanders kunnen dan weer vrij trouwen met wie ze willen en asielzoekers worden ruimhartig binnengelaten. Het aantal telefoontaps wordt teruggebracht tot een internationaal gebruikelijk niveau, en ouders kiezen vrij een school voor hun kind. Eigenlijk een liberaal reveil dus. Maar tenzij het beleid van Rutte-1 of -2 tot internationale boosheid en bijvoorbeeld boycots leidt, lijkt het voorlopig onwaarschijnlijk dat een consensus ontstaat die de teugels weer laat vieren.

Wilders aan de macht

Er is een vierde scenario. Het is waarschijnlijk dat er na de volgende verkiezingen wederom een rechtse meerderheid is. CDA en VVD kunnen na deze formatie niet gauw meer met principiële bezwaren komen tegen samenwerking met Wilders, en zeker niet als men al jaren gewend is aan de samenwerking. De al lange tijd in de peilingen stabiele CDA/VVD/PVV/SGP meerderheid van rond de 80 zetels zal ook niet gauw onder de 76 dalen. En een doorgroei van de PVV naar 35 of meer zetels lijkt ook zeer goed mogelijk, waarmee dan CDA en VVD zouden worden ingehaald. Een laatste blokkade zou het staatshoofd zijn, maar het lijkt er sterk op dat koning Willem IV minder principieel zal zijn dan zijn moeder. De kans dat Wilders nog invloedrijker dan nu of zelfs premier wordt is dus misschien wel veel groter dan velen denken. Zelf heeft Wilders daar wel zin in, zei hij laatst.

Hoe zou een volgende rechtse regering eruit zien? PVV en de VVD, geholpen door het CDA, willen nu al een aantal mensenrechtenverdragen en -wetten aanpassen of opzeggen om ruimte te scheppen voor de gewenste maatregelen. Op zich kan het heronderhandelen van verdragen een onderdeel zijn van een normaal democratisch proces. Zonder de EU en de euro zijn we gewoon een soort Noorwegen. Maar Wilders-1 (of zelfs een Rutte-2) zal aanpassingen willen in regels die wel degelijk het hart van de democratie vormen. De VVD heeft in 2010 al opgeroepen tot aanpassingen in het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), en recent tot het schrappen van de vrijheid van godsdienst. De vrijheid van onderwijs en meningsuiting en het recht op nationaliteit, privacy en gezinsvorming zullen ook al gauw onder druk komen. En zonder VN-vluchtelingenverdrag en VN-kinderrechtenverdag staan we alleen in Europa, en zelfs in de hele wereld.

Nog zorgwekkender is het risico dat onder Wilders de overheid haar eigen regels steeds meer zal gaan negeren. Het heronderhandelen of opzeggen van grondwetsartikelen en internationale verdragen kost jaren en lukt niet altijd. Wilders zal resultaten moeten laten zien aan de achterban. De kans is dan groot dat maatregelen volgen die in strijd zijn met de Grondwet en internationale verdragen. Een totale immigratiestop buiten de EU, een bouwstop voor moskeeën en islamitische scholen, en het vasthouden van verdachten zonder aanklacht lijken goed mogelijk.

Ook de pers en linkse activisten zullen het al gauw te verduren krijgen. Voor Wilders is alles politiek, en hij denkt ook dat andere mensen er ook zo over denken. Dagbladen, tijdschriften, televisie, blogs, kunst, verenigingen, stichtingen, kortom eigenlijk het hele maatschappelijke middenveld zal de schijn tegen hebben. Het zou kunnen dat premier Wilders zich beperkt tot scheldpartijen tegen mensen en organisaties die hem niet zinnen. Waarschijnlijker is het dat ze ook “aangepakt” zouden worden. Rob Wijnberg schreef hierover een goed artikel in de NRCnext, waarin hij het heeft over het begrip “de totalitaire democratie”.

Andere partijen deden het voorwerk al

Veel serieuze tegenwerking van andere partijen is misschien niet te verwachten. In de afgelopen jaren zijn al maatregelen genomen door CDA, PvdA en VVD die op gespannen voet stonden met mensenrechtenregels. Er werden bijvoorbeeld strenge eisen gesteld aan gezinsvorming buiten de EU, en minderjarige asielzoekers moeten soms de gevangenis in. Nederland is al veroordeeld voor deze en andere mensenrechtenschendingen. Toenmalig minister Hirsch Ballin (geen PVV-fan) schrapte niet onmiddelijk de maatregelen, maar “bestudeerde” de uitspraken. Ook linkse partijen hebben regelmatig harde of zelfs stigmatiserende woorden over voor  minderheden of de islam. Alle harde maatregelen konden worden ingevoerd zonder merkbaar protest, wat bevestigt dat er een consensus is voor hard beleid.

Het is dus lang niet zeker dat toekomstige maatregelen op verzet van burgers zullen stuiten, zeker als alleen etnische minderheden het doelwit zijn. En Nederlandse rechters bieden weinig bescherming, omdat zij (vrijwel uniek in het Westen) eventuele discriminerende wetten niet mogen schrappen. Als alleen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verantwoordelijk wordt voor de mensenrechten in Nederland, leidt dat al gauw tot uittreding uit de Raad van Europa. Een proces dat al in gang is gezet door commentatoren als Thierry Baudet, die Europese de uitspraken van het Hof niet als een beschaafd proces van mensenrechtenhandhaving beschouwen, maar als inmenging.

… en dan kan het snel gaan

Het zal voor een regering onder Wilders dus niet alleen noodzakelijk maar ook relatief makkelijk zijn om de grenzen van overheidsoptreden op te rekken. De eerder genoemde mensenrechten kunnen dan snel onder druk komen te staan, maar ook ligt dan uiteindelijk willekeur op de loer. Het startschot hiervoor is gegeven door Mark Rutte, die belooft geweld tegen inbrekers vaak niet te gaan straffen, en door Wilders, die voortdurend de rechterlijke macht ondermijnt. Misschien gaat de politie bepaalde bevolkingsgroepen op straat hard aanpakken, misschien worden onwelgevallige imams het zwijgen opgelegd, of misschien worden kritische journalisten of activisten geintimideerd. Het is denkbaar dat dit gebeurt zonder dat hier expliciet nieuwe regels voor zijn opgesteld, en allemaal in een land waar de overheid ook enorm kan ingrijpen in levens van burgers. Want de bevoegdheden en aantallen van AIVD en politie, en de hoeveelheid informatie die de overheid heeft over burgers, zijn uniek in de wereld.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een vage schets van de mogelijke veranderingen in ons land als de macht van Wilders verder toeneemt, of als het repressieve gedachtegoed nog meer gemeengoed wordt. Het is ook lang niet zeker dat Wilders ooit premier wordt, of dat hij dan zijn gang kan gaan. Maar de kans is verre van afwezig, en veel voorwerk voor de ontrafeling van een deel van onze vrijheden is al gedaan. Om het Nederland van 2010 de tienerjaren door te helpen, is dus alle waakzaamheid broodnodig bij iedereen die houdt van de de liberale democratie.

De grote ontrafeling – of de denkfout van Klink

Het aantreden van het kabinet Rutte-1  was een unieke gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis. Een minderheidsregering werkt intensief samen met een beweging die velen als een gevaar voor de democratie beschouwen. Veel mensen in Nederland en zeker ook daarbuiten vragen zich af wat ze moeten vinden van dit proces, en hoe het staat met onze democratie. Is Nederland zichzelf nog wel?

Nederlands als gidsland
Nederland is decennialang een lichtend voorbeeld geweest in de wereld. Een rechtvaardig land, waarin goed gezorgd wordt voor arme en zieke mensen, ook buiten de landsgrenzen. Een progressief land, wat als eerste afscheid nam van onnodige erfenissen uit het verleden zoals het verbod op abortus, euthanasie en homohuwelijk. Maar ook een vrij en democratisch land, met rotsvast verankerde mensenrechten,  pluriforme media en politieke partijen, en een voorvechter voor internationaal recht. Dit werd ook beloond met een grote internationale reputatie en de positie van Den Haag als juridische hoofdstad van de wereld. Engelsen zouden zeggen ‘a shining city on a hill’.

Nederland kon natuurlijk nooit helemaal voldoen aan dit democratische ideaalbeeld. De bijdrage van Nederland aan de oorlog in Irak verhield zich moeizaam met het internationale recht. Er zijn kwalijke missers geweest in het strafrechtsysteem, waardoor teveel burgers onschuldig hebben vastgezeten. Bij Diemen werd decennialang met medeweten van de overheid de grootste hoop illegaal giftig afval van Europa bij elkaar gedumpt. En elektronische stemcomputers bleken onbetrouwbaar. Toch stond Nederland traditioneel zeker dichter bij het democratische ideaal dan bijna alle andere landen.

De jaren nul

Sinds het begin van deze eeuw is er echter veel veranderd in ons land. Om complexe redenen is er een consensus ontstaan dat immigratie meer kost dan het oplevert, dat de politie en rechters streng moeten zijn, en dat de overheid veel kan en moet doen om minderheden te helpen integreren. Ook voelt rond de 80% van de Nederlanders zich meer of minder bedreigd door de islam. Deze consensus heeft zich vertaald in veel nieuwe maatregelen, genomen door politici van alle kleuren op alle bestuurlijke niveaus. Een deel van deze maatregelen zal de welvaart, veiligheid of emancipatie van minderheden zeker hebben bevorderd. Maar de overheid heeft wel op een reeks gebieden de vrijheid van burgers ingeperkt. Zijn we daarmee ook minder democratisch geworden?

Om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen moeten we het Nederland van 2010 nog eens naast het ideaalbeeld van democratie leggen. Er is dan veel goeds te melden. Ons staatsbestel, een indirecte democratie als koninkrijk binnen de Europese Unie, is diep verankerd. De afgelopen jaren zijn de rechten van zowel verdachten en slachtoffers van misdrijven, die altijd achterliepen op andere westerse landen, duidelijk verbeterd. Verworvenheden als het homohuwelijk en legale euthanasie staan niet ter discussie. En allerlei onderzoeken tonen aan dat burgers zich fijn voelen in Nederland. De veelgehoorde kreet dat de burger het vertrouwen in de overheid heeft verloren, klopt dan ook niet met de feiten. Alle harde maatregelen van de afgelopen jaren, de constante aanpassingen in het onderwijssysteem, de enorme belastingdiscipline: allemaal zijn ze alleen maar mogelijk in een land waarin de burger juist vertrouwen heeft in de zorgvuldigheid en effectiviteit van de overheid.

Het slechte nieuws

Er zijn ook gebieden waar we minder hoog scoren. De consensus dat hard beleid nodig is op het gebied van criminaliteit en immigratie heeft tot veel nieuwe maatregelen geleid. De nieuwe regering wil minimumstraffen invoeren voor bepaalde delicten, wat de rechterlijke onafhankelijkheid aantast. En politici uit het hele politieke spectrum kritiseren regelmatig rechterlijke beslissingen, wat niet past in een gezonde democratie. Mark Rutte heeft inbrekers bijna vogelvrij verklaard, wat een Premier niet siert. Ook heeft de overheid de afgelopen jaren veel meer bevoegdheden gekregen om burgers in de gaten te houden. De trajectcontroles op de Nederlandse autosnelwegen, inclusief opslag van nummerbordgegevens, worden in veel andere landen als massaspionage op burgers beschouwd. Hoe ver dit allemaal soms ook gaat, tot misstanden of willekeur lijkt het allemaal in de praktijk nog niet te hebben geleid.

Er zijn ook gebieden waar we er duidelijk op achteruit zijn gegaan qua democratisch gehalte. De strenge regels voor gezinsvorming buiten de EU en het soms gevangen houden van minderjarige asielzoekers zijn al door de Europese rechter veroordeeld als in strijd met de mensenrechten. De reactie van minister Hirsch Ballin was niet het onmiddellijk schrappen van de maatregel maar het “bestuderen” ervan, waarmee hij een gevaarlijk precedent zette. En Rutte-1 neemt een pakket maatregelen dat bepaalde groepen flink in zijn vrijheden zal aantasten. Het gaat niet alleen om mensen die religieuze kledij dragen, maar ook om asielzoekers, mensen die willen trouwen met een buitenlander en mensen die op het tracé van nieuwe infrastructuur wonen.

Ook op lokaal niveau zoeken bestuurders bewust de randen van de rechtsstaat op. Rotterdam is hier duidelijk de proeftuin. Kansarmen (meestal etnische minderheden) worden geweerd uit bepaalde wijken, nummerbordgegevens van voorbijrijdende auto’s worden maandenlang opgeslagen, en jongeren worden op basis van etniciteit geregistreerd. De laatste twee maatregelen zijn klinkklaar illegaal, net als de registratie van Roma (zigeuners) in Ede en elders. De meeste van dergelijke maatregelen getuigen van goede bedoelingen, maar niet van al te veel respect voor de basisprincipes van de democratie. En voor alle duidelijkheid: ze zijn niet genomen uit angst voor Wilders, maar uit eigen overtuiging.

Ab Klink’s denkfout

CDA-onderhandelaar Ab Klink stapte in de zomer van 2010uit de formatie omdat hij bang was dat veel afgesproken maatregelen, die hij ten dienste van immigranten wilde invoeren, door Wilders heel anders zouden worden uitgelegd. Hij wilde bijvoorbeeld de regels voor inburgering aanscherpen om mensen sterker te laten staan in Nederland, terwijl Wilders simpelweg immigratie wil tegengaan. Klink was bang dat dit meningsverschil de legitimiteit van de maatregelen zou ondermijnen, maar misschien vergat hij de volgende stap in zijn redenering.

Want misschien zijn veel maatregelen niet legitiem, althans doen ze meer kwaad dan goed. In de eerste plaats hebben zoals gezegd bepaalde groepen burgers gewoon last van de maatregelen, vaak zonder dat er een duidelijk voordeel is. In de tweede plaats omdat integratie vaak niet wordt bevorderd door mensen voortdurend aan te vallen op hun identiteit. En als burgers zich als groep bedreigd beginnen te voelen dan wordt de ziel van de democratie aangetast. De vele berichten dat moslimkinderen die de actualiteit volgen zich vaak schamen voor hun identiteit zouden iedereen wakker moeten schudden. Als mensen hier welkom zijn, moet je ze ook waardigheid gunnen.

Al met al lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het met onze democratie net gaat als met de economie: een grote teruggang is het niet, maar we hebben betere tijden gekend. Daarbij lijkt de verschuiving van de consensus over immigratie, geloof en criminaliteit meer schade te hebben gedaan dan de opkomst van Wilders. Het belangrijkst is daarom dat Nederlandse burgers en politici zich veel beter gaan beseffen dat democratie een doel op zich zou moeten zijn, en dat veel meer voorzichtigheid nodig is bij het bespreken of invoeren van maatregelen die misschien de vrijheid, gelijkheid en broederschap in ons land en daarbuiten verminderen. Dan kan Nederland een baken van hoop blijven in een chaotische wereld.

De dood door 1000 prikjes

De rechtse coalitie is alweer een half jaar aan het werk. Sinds VVD en CDA bleken te willen samenwerken met Wilders, klinken in de samenleving twee voor Nederland nieuwe geluiden. Tot de verkiezingen waren de plannen van de PVV hooguit “onverstandig” of “onhaalbaar”, maar in de zomer van 2010 vielen oudgedienden van de  regeringspartijen over elkaar heen met waarschuwingen over samenwerking met de toch wel heel radicale Wilders. In het andere kamp wordt regelmatigs geschermd met vergelijkingen tussen nu en de Duitse jaren ’20 en ’30 (de “bruine” coalitie).

Deze laatste vergelijking slaat de plank mis. Die chaotische periode is slecht te vergelijken met het rijke en vredige Nederland van 2010. En Wilders is geen militaristische revolutionair. Maar ook de zorgen van de oudgedienden over de “rechtsstaat” zijn onterecht; Wilders wil zich best aan de wet houden. Wel wil hij heel veel wetten veranderen, tot en met de Grondwet toe. Daarmee is hij misschien wel rechtsstatelijker dan CDA en VVD, die bewust tegen de geest en letter van de Grondwet en mensenrechtenverdragen ingaan met hoofdoekjes- en boerkaverboden en het intrekken van de Nederlandse nationaliteit bij zware misdaden.

Het feit dat Wilders samenwerkt met traditionele pilaren van de democratie geeft reden tot geruststelling. Maar is er misschien een toch kans dat we in een proces terechtkomen waarin alle stapjes redelijk lijken, maar we op een dag wakker schrikken en ons eigen land niet meer als democratie herkennen?

Bij democratie denken de meeste mensen aan vrije verkiezingen en een machtig parlement. Er is geen reden te geloven dat Wilders daaraan wil tornen. Een democratie is echter veel meer: een vrije en pluriforme pers, onafhankelijke rechters, en in de samenleving gewortelde partijen zijn ook nodig om tot deze exclusieve club te behoren. Wilders vindt deze principes vaak lastig. Zijn weigering om bepaalde (linkse) media te woord te staan, kritiek op rechterlijke beslissingen en het feit dat de PVV geen partij met leden is spreken wat dit betreft boekdelen. Maar Wilders heeft VVD en CDA nodig om te regeren, en dat maakt het heel onwaarschijnlijk dat de media, justitie en het partijenstelsel in verval zullen raken.

Tot nu toe lijkt de democratische puzzel nog redelijk in elkaar te passen, maar er ontbreekt een stukje. Dat zijn de mensenrechten, vooral de gelijkheid voor de wet. Wilders is er volstrekt eerlijk over dat hij de gelijke behandeling wil inperken of schrappen. Hij doet ook geen moeite ons laten geloven dat de vrijheid van godsdienst, onderwijs en meningsuiting en het recht op asiel, reizen, nationaliteit, privacy en gezinsvorming bij hem gewaarborgd zullen zijn. Daarmee heeft hij het grootste gedeelte van de universele mensenrechten in het vizier, en dat maakt hem zeker anti-democratisch.

Maar één meeuw maakt nog geen ondemocratische winter. De politieke partners CDA en VVD zeggen pal te staan voor de mensenrechten. Dat was ook de belofte van Maxime Verhagen voordat hij aan de onderhandelingen aan de rechtse coalitie begon, hoewel hij het vooral in termen van de godsdienstvrijheid formuleerde. In ieder geval was de boodschap: met ons erbij is de “rechtsstaat” in goede handen, en er komen geen discriminerende wetten (zoals “boerka’s zijn verboden, maar Ninjakostuums niet”), afgezien van het “hoofddoekjes”verbod in de rechterlijke macht. Maar dat laatste zal religieus-neutraal geformuleerd moeten worden in de maatregel die dat vastlegt.

Ons wacht echter wel een lange lijst maatregelen die niet discriminerend geformuleerd en misschien ook niet zo bedoeld zijn, maar die wel bepaalde groepen meer raken dan anderen. CDA en de VVD werken graag mee aan nog hogere eisen aan huwelijksmigratie, het strafbaar stellen van ongedocumenteerd verblijf, het afnemen van de Nederlandse nationaliteit, beperking van het recht op sociale zekerheid voor nieuwkomers, een werkvergunningenstop voor imams, en zo verder. Het lijkt er ook op dat de toegang tot politieke functies voor mensen met een tweede nationaliteit is bemoeilijkt, waarmee een kernprincipe van de democratie wordt geschaad. Al deze maatregelen zullen in hun samenhang de vrijheid van sommige minderheden flink kunnen beperken. Maar waar telt dat tot op? Is er in 2014 nog een beetje normaal te leven in Nederland als minderheid?

Het is moeilijk die vraag met een geruststellend “ja” te beantwoorden. In de afgelopen 10 jaar is de overheid al heel ver gegaan met (vaak goedbedoelde) maatregelen die het leven voor minderheden moeilijker maken. De etnische registratie van jongeren en de sluiting van wijken voor allochtone nieuwkomers zijn verregaande Rotterdamse voorbeelden. De al bestaande nationale eisen aan huwelijksmigratie en Turkse werknemers, maar ook de behandeling van minderjarige asielzoekers zijn zelfs al illegaal verklaard door Europese gerechtshoven.

Ook op straat en de werkplek is het nieuws slecht. Minderheden worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en aangekeken in de bus. Het meest bedreigend moet de dagelijkse stroom berichten en commentaren in de media zijn (ook de linkse kranten) die migratie of islam in verband brengen met een lange lijst problemen. In de Volkskrant stond bijvoorbeeld in 2010 bij een artikel over de ontvoering van een Nederlander in Afghanistan (door criminelen) een foto van een groep vrouwen in boerka’s. Het is maar de vraag of de journalist zelfs maar in de gaten had dat dit een onzinnig verband is.

Minderheden houden zich meestal (wijselijk) stil, ook in Nederland. Maar te vaak zijn er hartverscheurende verhalen over door de overheid kapotgemaakte relaties en levensdromen. Het meest ingrijpend moeten de gevolgen zijn voor kinderen, die regelmatig in onmogelijke juridische en menselijke situaties terechtkomen. Citaten als “papa, op tv zeggen ze dat moslims slechte mensen zijn; moet ik me schamen om moslim te zijn?” zijn veelzeggend. Het feit dat Wilders nu feitelijk regeringsverantwoordelijkheid draagt, zal niet alleen tot meer maatregelen, maar ook tot meer angst leiden. Alles samen genomen zal voor bepaalde groepen het bestaan verliezen aan waardigheid, en in ieder geval aan gelijkwaardigheid.

Dit proces vindt ook plaats in een land dat een kwetsbaar staatsbestel heeft. Alleen in Nederland maakt een meerderheid van 51% in beide kamers van een maatregel wet, zelfs als deze in strijd is met de grondrechten. De toetsing door rechters van wetten aan de Grondwet is hier immers verboden. Ook kan de overheid zeer ver in de levens van mensen ingrijpen, met de ongewoon ruime bevoegdheden voor de politie en AIVD, de nationale vingerafdrukkendatabase en de vele systemen om OV- en autoreizigers en telefoon- en internetgebruikers te volgen. En Nederlanders laten zich dit gedwee overkomen, hoezeer ook we hierin internationaal uit de pas beginnen te lopen.

Het is dus zeker niet ondenkbaar dat de Nederlandse democratie ongemerkt de ‘dood door 1000 prikjes’ zou sterven. Dat maakt voorzichtigheid bij maatregelen die in samenhang bepaalde groepen hard kunnen raken een plicht. Zeker voor liberalen, de architecten van de moderne democratie. En zeker ook voor christendemocraten, het traditionele hart van ons staatsbestel. Mèt die voorzichtigheid biedt de samenwerking met Wilders kansen voor ‘gezond’ rechts beleid, maar met een kortzichtige blik ligt grote spijt op de loer.

Hoofddoekjesverbod in stadhuis onliberaal

Het VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert stelde afgelopen dinsdag dat de overheid religieus neutraal moet zijn, en dat je dus ook in het gemeentehuis als burger niet moet worden geconfronteerd met mensen die religieuze symbolen dragen. Ook kan wat haar betreft de vrijheid van godsdienst uit de wetboeken worden gehaald, omdat andere rechten zoals de vrijheid van vergadering en meningsuiting al genoeg ruimte zouden bieden voor gelovigen om hun geloof te belijden. Maar ironisch genoeg laat juist haar poging hoofddoekjes in bepaalde gevallen te verbieden zien hoe belangrijk de vrijheid van godsdienst is.

Voor- en tegenstanders van hoofddoeken worstelen altijd met de vraag of een hoofddoek een religieuze vereiste is of een culturele traditie. De meeste dragers van een hoofddoek maken zich over dat onderscheid geen zorgen, maar voor politieke keuzes is het onderscheid essentieel. Vaak dragen mensen (ook niet-moslima’s) een hoofddoek omdat ze dat netjes vinden, omdat hun familie of vrienden dat ook doen, of omdat ze zich gewoon prettig voelen met een hoofddoek. Dan valt het dragen van een hoofddoek niet onder de vrijheid van godsdienst. Maar het is in dit geval dus ook geen religieuze uiting, en er is geen reden het te verbieden in het stadhuis of waar dan ook.

Er zijn ook veel vrouwen die een hoofddoek dragen omdat ze dit als een islamitische religieuze vereiste beschouwen. Deze vrouwen voelen zich niet alleen onprettig als ze hun haar laten zien in het openbaar, maar ook zondig. In dit geval is het dragen van een hoofddoek natuurlijk niet religieus neutraal. Maar juist bij deze mensen is het verbieden van hoofddoekjes onredelijk en in de praktijk discriminerend. Want het effect van het verbieden van hoofddoekjes zal alleen maar zijn dat deze vrouwen niet meer bij de overheid kunnen en zullen werken. En dat moet zwaarder wegen dan het verlangen van sommige burgers om op het stadhuis geen enkele uiting van religie te zien.

De Sikhs
Een voorbeeld uit een ander geloof maakt dit punt misschien helder. In Groot-Brittannie wonen zo’n 500.000 Sikhs, een uit India afkomstige bevolkingsgroep met een geheel eigen geloof. Als gelovige Sikh-man mag je expliciet de deur niet uit met zichtbaar haar; daarom dragen ze altijd een tulband. Omdat ook deze mannen het recht hebben geld te verdienen, mogen ze in alle beroepsgroepen hun tulband dragen. Zelfs de politie en het leger hebben speciale helmen voor tulbanddragers. Aan de kogelvrije tulband wordt gewerkt.

Ook in Nederland zijn er minstens 10.000 Sikhs. Dat is misschien niet genoeg voor speciale helmen, maar het toont wel aan dat een verbod op religieuze hoofddeksels onredelijk is en mensen rechten afpakt. Want zelfs als er bij moslims discussie mogelijk is over of een hoofddoek een religieuze vereiste is, is dat bij Sikhs niet zo.

Er zit overigens ook een tegenstrijdigheid in het betoog dat de godsdienstvrijheid weg mag, maar dan wel in het stadhuis een onderscheid maken tussen religieuze uitingen en andere meningsuitingen. Mevr. Hennis wil klaarblijkelijk dat de staat doet alsof godsdienst niet bestaat. Maar waarom mogen sommige meningen dan wel geëtaleerd op het stadhuis, en andere niet? Het niet dragen van een stropdas kan een protest zijn, net als het dragen van een bepaald armbandje. Mevr. Hennis zelf geeft met haar uiterlijk aan dat zij vindt dat vrouwen in het openbaar aanlokkelijk gekleed mogen zijn; dat is ook een mening die niet iedereen heeft. Het zou misschien mooi zijn als burgers volkomen neutrale stadhuismedewerkers zien, maar dat is dus onhaalbaar tenzij we uniformen invoeren, in combinatie met een vast kapsel en voorgeschreven gezichtsbeharing. Eigenlijk de jaren ’30 weer terug dus, toen kortgeknipte mannen in grijze pakken het beeld bepaalden.

De vrijheid van godsdienst
De vrijheid van godsdienst heeft in een democratie grote meerwaarde, en staat daarom ook in alle democratische grondwetten. Godsdienst is geen gewone mening. Het is een allesomvattend wereldbeeld dat je meestal deelt met je familie en vrienden, en dat vaak dwingende regels oplegt. Een ongelovige zal er daarom minder last van hebben als hij op een bepaalde dag niet mag demonstreren dan een gelovige die dingen niet mag doen die van zijn geloof wel moeten.

Zonder godsdienstvrijheid kan het ook niet gegarandeerd worden dat mensen vrij hun geloof kunnen belijden. Het maakt het makkelijker om hoofddoeken of moskeeën te verbieden, met als gevolg dat mensen geen normaal leven kunnen leiden. De vrijheid van godsdienst is daarom essentieel voor een maatschappij met gelijke kansen en de vrijheid om te zijn wie je wilt, en ook voor liberalen een verworvenheid.

Een VVD-fractie die dat op wil heffen doet de naam liberaal geen eer aan. Al helemaal niet in het licht van de samenwerking van de fractie met een beweging die de basis van onze democratie, de gelijkheid voor de wet, wil opheffen. En die hoofddoekjes uit het openbare leven wil verwijderen in een poging een hele bevolkingsgroep te assimileren, intimideren of wegpesten. Het is aan Mevr. Hennis om uit te leggen of zij zich bewust is van de risico’s van opnieuw hoofddoekjes ter discussie stellen. Of misschien signaleert het interview definitief een koerswijziging van de VVD richting conservatief nationalisme, die past bij  uitspraken van premier Rutte dat de multiculturele samenleving begraven is, en dat dit een judeo-christelijk land is. Moge die God ons behoeden!