Hoofddoekverbod onnuttig, onredelijk en onwettig

In de afgelopen maanden is in Nederland weer een discussie losgebarsten over hoofddoeken in de publieke ruimte. De PVV wil de hoofddoek vrijwel overal verbieden, maar dat wordt niet serieus genomen. Deze partij wil immers migranten en moslims op allerlei manieren marginaliseren, en een serieuze redenering wordt er niet aan de plannen gekoppeld. Een week geleden mengde echter het VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert zich in de discussie. Haar voorstel is om “religieuze symbolen” te verbieden bij alle ambtenaren met een zichtbare functie. De VVD baseert dit voorstel op de scheiding van Kerk en staat. Maar haar redenering rammelt aan alle kanten, zoals ook alle partijen behalve de LPF vonden in 2004, toen dit debat al eens werd gevoerd. Er is dus geen reden om de bestaande praktijk te veranderen.

Wat zegt de VVD?
De redenering van de VVD is dat de overheid zich religieus neutraal moet opstellen, en dat je dus ook in het gemeentehuis als burger niet moet worden geconfronteerd met mensen die religieuze symbolen dragen. Op die manier zou de scheiding tussen Kerk en staat, een belangrijke liberaal principe, beter vorm gegeven kunnen worden. De VVD beweert niet dat burgers in grote getale bang zijn dat ze op het stadhuis niet neutraal behandeld worden, of dat ze zich ergeren aan hoofddoeken of andere kledingsstukken. Het gaat de VVD dus om het principe.

De scheiding tussen Kerk en staat is ook een belangrijk principe in een democratie, en al helemaal voor liberalen. Die scheiding kan in de praktijk natuurlijk niet absoluut zijn, en de grens van de scheiding verschilt per land. In Duitsland houdt de overheid automatisch belastinggeld in voor de kerk waar je lid van bent, in Engeland is de koningin het hoofd van de nationale kerk, en in Frankrijk zijn alle kerken in eigendom van de staat; ze worden gratis ter beschikking gesteld aan katholieken. In Polen is religieus onderwijs normaal onderdeel van het schoolprogramma, en in de Verenigde Staten wordt iedere ochtend op openbare scholen de eed aan de vlag gezworen, met daarin de zin “één natie onder God”.

In Nederland geldt dat allemaal niet, maar er zijn andere gebieden waar de overheid en de kerk overlappen. Bij ons is ook  in de afgelopen decennia een grote minderheid ontstaan die niet gelovig is, vrome christenen zijn een kleine minderheid geworden, en het christendom is niet meer de enige grote godsdienst. Het zou dus best tijd kunnen zijn voor een heroverweging van waar we de grens tussen Kerk en staat leggen. Een kamerdebat daarover is door VVD en GroenLinks aangevraagd en zal binnenkort plaatsvinden.

Neutraal uitzien is niet neutraal handelen
De redenering dat scheiding van Kerk en staat een religieus neutraal uitziende overheid vereist echter onvolledig. Het dragen van religieuze symbolen door overheidsdienaren is op zich niet of nauwelijks een schending van de scheiding tussen Kerk en staat. Dat is anders dan in landen als Frankrijk of Turkije, waar er een dominante godsdienst is. Als daar alle overheidsdienaren religieuze symbolen zouden dragen, zou dat kunnen betekenen dat een burger bang wordt dat de overheid een bepaalde religie voortrekt. In Nederland is dat gewoon niet actueel. Een groot percentage van de overheidsdienaren is niet gelovig, en de rest behoort tot allerlei stromingen. Als er af en toe een religieuze uiting tussen zit, denkt niemand in Nederland dat de overheid reclame wil maken voor een bepaalde religie. En al helemaal niet voor de Islam, een religie die hooguit 5% van de overheidsdienaren aanhangt, en waarvan de aanhangers in de praktijk wonen in gemeentes waar de rest van de bevolking grotendeels ongelovig is.

Het principe wat hier wel van toepassing zou kunnen zijn, is het principe van gelijkheid voor de wet. Burgers hebben een absoluut recht op een overheid die zich neutraal gedraagt naar haar burgers, ongeacht hun uiterlijk, afkomst, of seksuele en religieuze voorkeur. Als het dragen van religieuze symbolen tot ongelijke behandeling leidt, zou dat een groot probleem zijn. Maar de link tussen een overheid die neutraal handelt en een overheid die er neutraal uitziet is heel zwak. Immers, ook nadat je de hoofddoek of de tulband hebt afgedaan bij de ambtenaar zal de burger in de meeste gevallen goed kunnen raden wat voor religie die ambtenaar heeft. En als een burger niet vrolijk wordt van het feit dat een ambtenaar een bepaalde religie aanhangt, zegt dat meer over die burger dan over die ambtenaar.

Ook voor de ambtenaar zelf zal neutraal gedrag niet beïnvloed worden door de kleding die hij of zij draagt. Nadat je je hoofddoekje hebt thuisgelaten, ben je nog precies evenveel moslim als daarvoor. En als een ambtenaar iemand van een andere religie slecht wil behandelen, dan kan dat altijd. Zelfs als je religieuze uitingen ook bij burgers zou verbieden, want ook bij hen kun je in veel gevallen raden tot welke groep iemand behoort.

Geloof een privézaak?
Maar zelfs als de VVD een verband ziet tussen religieus uiterlijk en religieus handelen, of als zij uit principe vindt dat de overheid op geen enkel moment met een bepaald geloof mag worden geassocieerd, is een hoofddoek verbod onredelijk en in strijd met de mensenrechten. In Nederland, net als in de rest van Europa, hebben mensen er recht op een geloof niet alleen privé te belijden, maar ook in het openbaar. Je hebt ook het recht om aan religieuze vereisten te voldoen. Bij Sikh-mannen is dat het bedekken van het haar (met een tulband). Ook veel moslimvrouwen beschouwen het dragen van een hoofddoek als religieuze vereiste.

Voor- en tegenstanders van hoofddoeken worstelen altijd met de vraag of een hoofddoek een religieuze vereiste is, of slechts symbool of culturele traditie. De meeste dragers van een hoofddoek maken zich over dat onderscheid geen zorgen, maar voor politieke keuzes is het onderscheid essentieel. Vaak dragen mensen een hoofddoek omdat ze dat netjes of mooi vinden, of omdat hun familie of vrienden dat ook doen. Het lijkt er zelfs op dat het een niet-islamitisch mode-item wordt, net als in de jaren ’50. In die gevallen valt het dragen van een hoofddoek niet onder de vrijheid van godsdienst. Maar het is in dit geval dus ook geen religieuze uiting, en dus kun je het niet daarom verbieden. Net als bijvoorbeeld bij baarden, die zowel om esthetische als om religieuze redenen gedragen worden.

Maar de hoofddoek is voor veel vrouwen wel degelijk een islamitische religieuze vereiste. Deze vrouwen voelen zich niet alleen onprettig als ze hun haar laten zien in het openbaar, maar ook zondig. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor orthodox-joodse vrouwen en Sikh-mannen, die hun haren het openbaar niet mogen tonen. In dit geval is het dragen van een hoofddoek natuurlijk niet religieus neutraal. Dan zou je om eerder genoemde redenen kunnen overwegen een overheidsdienaar te verbieden zo’n religieuze uiting te dragen.

Het recht op werk en gelijke behandeling
Maar juist bij deze mensen is het verbieden van religieuze symbolen onredelijk. Want het effect van het verbieden van hoofddoekjes zal alleen maar zijn dat deze vrouwen niet meer bij de overheid kunnen en zullen werken. Dat gebeurde al toen er een hoofddoekverbod kwam op enkele scholen in Antwerpen; de meisjes bleven gewoon thuis en hebben indirect geen recht meer op onderwijs. Omdat de 500.000 sikhs in Engeland ook recht hebben op werk, hebben politie en leger aparte hoofddeksels voor tulbanddragers; er is zelfs een kogelvrij model in ontwikkeling. Het recht van 100.000 of meer mensen om geld te verdienen door bij de overheid te werken moet zwaarder wegen dan een neutraal uitziende overheid, zelfs als dat de overheid neutraler zou maken.

Dit is ook vastgelegd in de mensenrechtenregels die aan de basis van onze democratie liggen. Zij zeggen dat je alleen maar mag denken aan het verbieden van religieuze vereisten als de mensenrechten van andere burgers getroffen worden. Daar lijkt in Nederland geen sprake van. Maar zelfs als er iemand vindt dat zijn rechten beknot worden door religieuze uitingen aan het stadhuisloket, dan geldt het principe van proportionaliteit: je mag alleen maar iets verbieden als de ene groep er meer in mensenrechten op vooruitgaat dan de andere erop achteruit. En ook dat geld hier gewoon niet, want een grote groep mensen gaat er met een verbod flink op achteruit, en een onbekend grote groep nauwelijks of niet.

Een verbod op religieuze uitingen zou trouwens ook discriminerend zijn. Een maatregel die neutraal geformuleerd is (“religieuze symbolen”), maar die in de praktijk vooral moslima’s het leven zuur maakt, behandelt in de praktijk verschillende groepen burgers anders. Dat heet indirecte discriminatie, en ook dat is verboden. Het feit dat de discussie vooral over hoofddoeken gaat, en dat bijvoorbeeld baarden niet ter discussie staan doet vermoeden dat discriminerende motieven een rol spelen, althans een poging om discriminerende stemmers ter wille te zijn Om het allemaal te ordenen, biedt het onderstaande schema houvast. Een verbod is in ieder geval onzin, in alle categorieën.

Waarom wordt een bijzonder kledingstuk gedragen?
Religieuze vereiste
Geen vereiste
Ook gedragen om andere redenen
Alleen religieus
Religieus symbool
Uiting van niet-religieuze mening
Voorbeeld

Hoofddoek Tulband Kruis Aids-armband



Baard Keppel Dame Ednabril



Pruik
Effect verbod:


Inbreuk op vrijheid van religie

Inbreuk vrije meningsuiting

Inbreuk op recht op werk

Discriminatie

Treft ‘onschuldigen’
? ?

Er is veel te doen, zonder te discrimineren
zoals eerder al gezegd vinden veel mensen Nederland dat we na moeten denken over een andere verhouding tussen Kerk en staat, en over de positie van religie in de samenleving. De basisgedachte daarbij moet zijn dat burgers recht hebben op een neutraal handelende overheid, dat burgers niet gedwongen worden een bepaalde religie met belastinggeld te steunen, en dat religie geen excuus mag zijn voor het grof schenden van de rechten van andere mensen. En dan lijkt de volgende lijst meer houvast bieden dan een verbod op religieuze symbolen:

  • De tekst “God zij met ons” kan zonder problemen van de 2-euromunt af
  • Er is geen enkele goede reden waarom wetten ondertekend worden “bij de gratie Gods”
  • De belastingvrijstelling van religieuze instellingen zou ter discussie kunnen worden gesteld
  • De winkeltijdenwet zou kunnen worden geschrapt, of in ieder geval kun je winkels op zondag vrij open laten zijn
  • De overheid zou minder of geen geld aan religieuze scholen kunnen geven (een kansloos voorstel)
  • Het luiden van de kerkklokken voorafgaand aan de mis op zondag is een inbreuk op de privacy van mensen die graag een rustige zondagochtend hebben
  • Het verwijderen van de voorhuid van minderjarigen kinderen is een enorme schending van het recht om over je eigen lichaam te beslissen, het recht om seks te beleven op de manier die je zelf wilt, en het recht om geen pijn aangedaan te worden. Een verbod op jongensbesnijdenis zonder verdoving en onder de 12 of 16 jaar lijkt dan ook een veel redelijker afweging tussen mensenrechten en de vrijheid van godsdienst dan de huidige praktijk.

Nu even niet
Een verbod op religieuze symbolen bij de overheid is geen antwoord op een serieus maatschappelijk probleem. Als er al een probleem is met een niet-neutrale overheid, wordt dit niet opgelost door een verbod op religieuze symbolen. En een dergelijk verbod zou grote groepen mensen onze maatschappij flink beperken in hun levensgeluk en rechten. Juist groepen die het momenteel moeilijk hebben, nu Geert Wilders feitelijk in de regering zit. Dat maakt de vraag terecht waarom dit voorstel nu door de VVD gedaan is. In mijn eerdere bijdrage ga ik daar verder op in, maar ik volsta hier met de vaststelling dat het feit dat de regering geleid wordt door de VVD betekent dat deze partij de schijn tegen heeft. En dat betekent dat andere partijen voorzichtig moeten zijn in deze discussie, en het zou een reden zijn om een op zich nuttige discussie over de scheiding tussen kerk en staat even een jaar of 10 te laten wachten. Als de roeiboot aan het schommelen is, moet je niet opstaan.

Advertenties

Over misterblok
Consultant, investor and activist against destruction of democracy and the planet.

One Response to Hoofddoekverbod onnuttig, onredelijk en onwettig

  1. Pingback: De bengelende bengels « De rede van Pampus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: