De kogel kwam van rechts, en ging door de kerk

De eerste reacties op de aanslagen in Noorwegen onthullen veel over onszelf

Gisteren vond een van de ergste aanslagen plaats in de naoorlogse Europese geschiedenis. Niet alleen het aantal doden, maar ook de manier waarop de jeugd op het eilandje stelselmatig werd uitgeroeid zijn huiveringwekkend. Het is nog veel te vroeg om definitieve conclusies te trekken over de oorzaken en toedracht van de aanslagen. Maar de reacties tot nu toe verraden al wel veel over onze houding ten opzichte van politiek geweld en moslims.

Toen alleen nog bekend was dat er een bom was afgegaan in het centrum van Oslo vielen de nieuwsmedia al over elkaar heen om te zeggen dat het hier waarschijnlijk om moslimterrorisme ging. Ook op Twitter gonsde het van de sarcastische opmerkingen zoals “islam is liefde” van HP/De Tijd-journalist en spervuurtwitteraar Bas Paternotte. Toen gisteravond bekend werd dat het waarschijnlijk om een diepchristelijke rechts-extremist ging, haalde Paternotte netjes bakzeil (“soms heten ze geen Achmed maar Knut” en andere tweets). Maar van sarcasme over christenen of rechts-extremisten geen spoor.

Ons taalgebruik zit ook vol van de vooroordelen. Gisteren werd het door iedereen een terroristische aanval genoemd. Nu is gebleken dat het niet om moslims gaat, is het geen terrorist of terrorisme meer, maar dader, killer, bloedbad, schietpartij of moordpartij. Vorig jaar vloog een vliegtuigje tegen het gebouw van de Amerikaanse overheid aan. Toen bleek dat het een blanke Amerikaan was die boos was op de overheid, werd opgelucht geconcludeerd dat het “geen terrorisme” was. Maar het was het natuurlijk wel.

De beschrijving van de beweegredenen van de dader zegt ook veel over onszelf. Als moslims terroristische aanslagen plegen, wordt de aanslag “laf” genoemd en vragen de commentatoren zich al gauw af wat er nou mis is met “de islam”. Nu er een blonde dader is, is er opeens ruimte voor de vraag waarom deze man tot zijn daden kwam. Op Sky News stelde een commentator al dat het onvermijdelijk is dat het Noorse politieke systeem zal moeten veranderen om een vreedzaam platform te bieden voor mensen als de dader. Het is ondenkbaar dat een moslimaanslag tot zo’n commentaar in de westerse media zou leiden.

De aanslagen herinneren ons er ook aan dat terrorisme vaak niet van moslims komt (zie ETA, IRA, Tamil Tijgers, FARC en Tim McVeigh). En ook in Nederland zijn bijna alle naoorlogse terroristische aanslagen (volgens Wikipedia 70 in aantal) het werk geweest van Molukkers, de IRA, de RAF en andere niet-moslims. De vaststelling dat politiek geweld iets is van alle plaatsen en alle tijden herinnert ons er ook aan dat moslimterrorisme niets bijzonders zegt over moslims in het algemeen. Net als bij andere terroristen komen gewelddadige moslims tot hun daden door een mengsel van woede, machteloosheid, zucht naar avontuur en opjutterij in een beperkte groep. Een mengsel dat ontbreekt bij de overgrote meerderheid van moslims. Dat kunnen democratisch gezinde mensen niet vaak genoeg herhalen, omdat de angst voor terrorisme een belangrijke zuil is van de afkeer van moslims die er momenteel in Nederland heerst.

De aanslagen in Noorwegen bevestigen de eerdere waarschuwing dat de recente aanslag in Alphen aan de Rijn onterecht niet tot zelfonderzoek heeft geleid (zie artikel op DeJaap.nl)

We vinden dat Alphen de daad van een eenzame gek was die te makkelijk aan wapens kon komen. De regels voor wapenbezit worden daarom aangescherpt. Maar het is nu ook tijd om ons af te vragen of wij in Nederland een structurele geweldsdreiging hebben uit de rechts-extremistische hoek. Een dreiging die misschien aangewakkerd wordt door de constante beledigingen van moslims en “linkse” mensen in de Haagse politiek.

Wat dat betreft spelen CDA en VVD nu met hetzelfde vuur als Elsevier, De Telegraaf en Wilders al jaren doen. Zij roepen allemaal niet op tot geweld, maar er is een kans dat een kwetsbaar deel van de bevolking op termijn geweld gaat gebruiken onder dit spervuur van lelijke woorden over linkse en islamitische mensen. Wat dat betreft mogen we blij zijn dat de aanslagen in Noorwegen het werk zijn van een blanke extremist. Want de gevolgen van een grote moslimaanslag voor de sociale verhoudingen en het politieke landschap in dit boze en bevooroordeelde Nederland zouden wel eens niet te overzien kunnen zijn.

Advertenties

Dank God voor Allah

Dit stuk verscheen eerder vandaag op joop.nl.

Moslims en de islam worden in Nederland dagelijks in verband gebracht met een lange lijst problemen. Gelukkig is de voedingsbodem voor uitsluiting of uitzetting ondanks dat nog steeds beperkt. Maar als redelijke mensen het er over eens zijn dat moslims in Europa zullen blijven als gelijkwaardige burgers, lijkt het verstandiger om te proberen een positief beeld van ze te hebben. Een beeld dat in de Nederlandse media en politiek eigenlijk niet meer geschetst wordt. Dat is niet alleen onverstandig, maar ook onterecht.

De geschiedenis heeft in ieder geval veel goeds te zeggen over moslims. Tijdens de middeleeuwen hebben islamitische geleerden de erfenis uit de Griekse oudheid bewaard en uitgebouwd. De moderne gezondheidszorg, wiskunde, astronomie, scheikunde en werktuigbouw zijn door moslims in gang gezet, en veel wetenschappers vinden onze Renaissance ondenkbaar zonder alle islamitische innovaties. Het mooiste gebouw ter wereld, de Taj Mahal, is een islamitisch monument voor de liefde voor een vrouw. De bijdrage van moslims aan onze moderne wereld is dus enorm geweest. Maar toch gaat het te ver om moderne moslims de te eren voor prestaties van 500 jaar geleden, net zoals het flauw is om vergeten geschiedenis te gebruiken om hedendaagse moslims te kritiseren.

Relevanter is de vraag of de religieuze plichten van een moderne moslim goed of slecht voor de rest van ons zijn. Aan de 5 pilaren van de islam zal het niet liggen. Moslims moeten de enige God en zijn Koran erkennen; onderzoek laat zien dat geloof mensen gelukkiger maakt. Moslims moeten geld geven aan armen en zieken; daar kan niemand tegen zijn. Ze moeten 5 keer per dag bidden in een ritueel dat sterk op yoga lijkt; dat is gezond en dus goedkoper voor de gezondheidszorg. Eens in het jaar moet de moslims een maand overdag vasten; wetenschap laat zien dat ook dat heel gezond is. En een keer in hun leven moeten moslims een pelgrimstocht naar Mekka maken; dat is misschien slecht voor het milieu maar goed voor de verhoudingen tussen volkeren.

Al met al een positieve balans van kleine voordelen. Maar moslims kunnen ons ook helpen met de echt grote problemen van de wereld. De economische crisis werd veroorzaakt door ingewikkelde financiële instrumenten die in strijd zijn met de regels voor islamitische financiële dienstverlening, en was gewoon aan ons voorbijgegaan als moslims daar meer invloed hadden. Er is een enorm tekort aan grondstoffen, terwijl moslims die minder dan gemiddeld gebruiken en meer dan gemiddeld leveren. De spoken van racisme en oorlogszucht blijven overal de kop op steken, terwijl moslimlanden relatief vaak voorbeelden zijn van raciale tolerantie en vredelievendheid. En seksueel misbruik van minderjarigen komt niet vaak voor als er geen kerkelijke hiërarchie of koorknapen zijn.

De problemen die in onze Nederlandse steden heersen kunnen ook wel wat meer islam gebruiken. Stelen is streng verboden voor gelovige moslims, en onderzoek laat dan ook zien dat vrome moslims zelden in beeld komen bij de politie. Ze drinken ook geen alcohol. Als we dat allemaal zouden doen vallen er honderden minder verkeersdoden, is er veel minder overgewicht, en drinkt puber noch volwassene zich dood. Geheelonthouding is er misschien ook de oorzaak van dat meldingen van huiselijk geweld minder vaak voorkomen bij migranten dan in inheemse kring. Het is al met al niet verwonderlijk dat de problemen die worden toegeschreven aan jonge moslims vooral plaatsvinden bij de generatie die de oude religieuze tradities laat varen.

Moslims zijn mensen, en hun gedrag wordt meer beïnvloed door de situatie waarin ze zich bevinden dan door een oud boek. Het is dus te makkelijk al dit goede nieuws zomaar aan de islam toe te schrijven. En er zijn ook moslims die zich door hun geloofsinterpretatie en hun omstandigheden laten leiden naar slecht gedrag. Maar het is dus niet alleen zo dat de meeste aanklachten tegen “de islam” onterecht of overtrokken zijn; het blijkt zelfs makkelijk om moslims juist ook in verband te brengen met positief gedrag. Dat is iets om in gedachten te houden als we de volgende keer de krant open slaan of de TV aanzetten.

Wat nou populisme?

Dit artikel verscheen eerder vandaag op joop.nl.

Nederland heeft een sterke traditie in het kiezen van ongelukkige benamingen voor politieke vraagstukken. De term “allochtoon” betekent in de praktijk “de anderen”, en heeft zeker een rol gespeeld bij de steeds strengere maatregelen tegen immigratie en minderheden. De gezondheidszorg ging ooit opeens “zorg” heten, waardoor iedere ouder of geraniumbezitter zich nu een beetje ar

ts kan voelen. Politici kunnen geld uitgeven “investeren” noemen zonder dat ze worden uitgelachen. De nieuwste loot aan deze stam is het woord “populisme”. Ook hier wordt een woord op een manier gebruikt die de kwaliteit van het debat niet dient.

Het wordt populisme bestaat al heel lang, en wordt traditioneel gebruikt voor een stijl van politiek voeren. Meestal spreekt de politicus ingrote woorden namens “het volk”, dat de macht moet terugpakken van de elite in de hoofdstad. In Latijns-Amerikaanse landen bestaat een sterke populistische traditie. In de jaren ’80 deed in de VS de zakenman Ross Perot een gooi naar het presidentschap met een vlammende campagne tegen zittende politici. Hier maakte in de jaren ’60 Boer Koekoek furore met wilde uitspraken die hem dè grote protestpoliticus maakte van de Nederlandse 20e eeuw.

Geert Wilders heeft ook een populistische stijl, maar gek genoeg is ook zijn politieke programma populistisch gaan heten. Dit komt ook omdat het maar niet wil lukken om een goede naam voor dat programma te bedenken. We probeerden nationaal-liberaal en nieuw-radicaal-rechts, maar het dekte de lading toch niet. Extreem-rechts of fascistisch vinden de meesten te ver gaan. Bij gebrek aan beter is door een proces van kruisbestuiving zijn ideologie dezelfde naam gaan dragen als zijn stijl: populisme.

Zo kan het gebeuren dat de qua stijl keurige, maar qua inhoud keiharde speech die CDA-leider Maxime Verhagen onlangs gaf over “terechte” angst voor vreemdelingen werd onthaald als een koerswijziging van het CDA richting het populisme. Ook de VVD wordt populistisch genoemd als ze netjes geformuleerde maar minderhedenonvriendelijke voorstellen doet. Terwijl populistische politici uit het verleden vaak niets tegen minderheden hadden.

Door een woord met een zo rijke historie een zo rare betekenis te geven doen we onszelf tekort. In de eerste plaats verdient de populistische stijl in de politiek natuurlijk een apart woord. Een partij als de SP, (die soms populistisch is qua stijl) wordt nu opeens geassocieerd met vreemdelingenhaat. Ook wordt extreem beleid op deze manier weer een stukje acceptabeler gemaakt, want populisten zijn er altijd geweest. Over Wilders hoeven we ons dus ook geen zorgen te maken. En wie kan er iets hebben tegen luisteren naar de wil van het volk?

Het woord populisme moet dus weer terug in zijn hok. Er is gelukkig een prima alternatief. Wilders steunt op twee pilaren: het verminderen van de invloed van het buitenland en het in stand houden van verworvenheden zoals de 65-jarige pensioenleeftijd (waarbij beloftes op dat tweede gebied na de verkiezingen wel wat zacht blijken). Het eerste noemen we meestal nationalisme, het tweede noemen we sociaal. We moeten die termen niet in die volgorde aan elkaar plakken, want dan brengen we Wilders in verband met misdaden die hij waarschijnlijk niet van plan is.

Maar we moeten er ook niet bang voor zijn om de ideologie van Wilders te benoemen met een term waar een beetje venijn in zit. Dat zit immers ook in zijn bewoordingen en zijn politieke programma, dat de meeste mensenrechten wil inperken of afschaffen.

Sociaal-nationalisme is dus de beste benaming voor het denken van Wilders. Het is niet te flauw, en ook niet te gepeperd. En als CDA of VVD weer eens met verregaande minderhedenonvriendelijke plannen komen, dan kunnen we die ideeën gewoon nationalistisch noemen. Want “sociaal” kunnen we daar rustig weglaten.