De kogel kwam van rechts, en ging door de kerk

De eerste reacties op de aanslagen in Noorwegen onthullen veel over onszelf

Gisteren vond een van de ergste aanslagen plaats in de naoorlogse Europese geschiedenis. Niet alleen het aantal doden, maar ook de manier waarop de jeugd op het eilandje stelselmatig werd uitgeroeid zijn huiveringwekkend. Het is nog veel te vroeg om definitieve conclusies te trekken over de oorzaken en toedracht van de aanslagen. Maar de reacties tot nu toe verraden al wel veel over onze houding ten opzichte van politiek geweld en moslims.

Toen alleen nog bekend was dat er een bom was afgegaan in het centrum van Oslo vielen de nieuwsmedia al over elkaar heen om te zeggen dat het hier waarschijnlijk om moslimterrorisme ging. Ook op Twitter gonsde het van de sarcastische opmerkingen zoals “islam is liefde” van HP/De Tijd-journalist en spervuurtwitteraar Bas Paternotte. Toen gisteravond bekend werd dat het waarschijnlijk om een diepchristelijke rechts-extremist ging, haalde Paternotte netjes bakzeil (“soms heten ze geen Achmed maar Knut” en andere tweets). Maar van sarcasme over christenen of rechts-extremisten geen spoor.

Ons taalgebruik zit ook vol van de vooroordelen. Gisteren werd het door iedereen een terroristische aanval genoemd. Nu is gebleken dat het niet om moslims gaat, is het geen terrorist of terrorisme meer, maar dader, killer, bloedbad, schietpartij of moordpartij. Vorig jaar vloog een vliegtuigje tegen het gebouw van de Amerikaanse overheid aan. Toen bleek dat het een blanke Amerikaan was die boos was op de overheid, werd opgelucht geconcludeerd dat het “geen terrorisme” was. Maar het was het natuurlijk wel.

De beschrijving van de beweegredenen van de dader zegt ook veel over onszelf. Als moslims terroristische aanslagen plegen, wordt de aanslag “laf” genoemd en vragen de commentatoren zich al gauw af wat er nou mis is met “de islam”. Nu er een blonde dader is, is er opeens ruimte voor de vraag waarom deze man tot zijn daden kwam. Op Sky News stelde een commentator al dat het onvermijdelijk is dat het Noorse politieke systeem zal moeten veranderen om een vreedzaam platform te bieden voor mensen als de dader. Het is ondenkbaar dat een moslimaanslag tot zo’n commentaar in de westerse media zou leiden.

De aanslagen herinneren ons er ook aan dat terrorisme vaak niet van moslims komt (zie ETA, IRA, Tamil Tijgers, FARC en Tim McVeigh). En ook in Nederland zijn bijna alle naoorlogse terroristische aanslagen (volgens Wikipedia 70 in aantal) het werk geweest van Molukkers, de IRA, de RAF en andere niet-moslims. De vaststelling dat politiek geweld iets is van alle plaatsen en alle tijden herinnert ons er ook aan dat moslimterrorisme niets bijzonders zegt over moslims in het algemeen. Net als bij andere terroristen komen gewelddadige moslims tot hun daden door een mengsel van woede, machteloosheid, zucht naar avontuur en opjutterij in een beperkte groep. Een mengsel dat ontbreekt bij de overgrote meerderheid van moslims. Dat kunnen democratisch gezinde mensen niet vaak genoeg herhalen, omdat de angst voor terrorisme een belangrijke zuil is van de afkeer van moslims die er momenteel in Nederland heerst.

De aanslagen in Noorwegen bevestigen de eerdere waarschuwing dat de recente aanslag in Alphen aan de Rijn onterecht niet tot zelfonderzoek heeft geleid (zie artikel op DeJaap.nl)

We vinden dat Alphen de daad van een eenzame gek was die te makkelijk aan wapens kon komen. De regels voor wapenbezit worden daarom aangescherpt. Maar het is nu ook tijd om ons af te vragen of wij in Nederland een structurele geweldsdreiging hebben uit de rechts-extremistische hoek. Een dreiging die misschien aangewakkerd wordt door de constante beledigingen van moslims en “linkse” mensen in de Haagse politiek.

Wat dat betreft spelen CDA en VVD nu met hetzelfde vuur als Elsevier, De Telegraaf en Wilders al jaren doen. Zij roepen allemaal niet op tot geweld, maar er is een kans dat een kwetsbaar deel van de bevolking op termijn geweld gaat gebruiken onder dit spervuur van lelijke woorden over linkse en islamitische mensen. Wat dat betreft mogen we blij zijn dat de aanslagen in Noorwegen het werk zijn van een blanke extremist. Want de gevolgen van een grote moslimaanslag voor de sociale verhoudingen en het politieke landschap in dit boze en bevooroordeelde Nederland zouden wel eens niet te overzien kunnen zijn.

Advertenties

Wat nou populisme?

Dit artikel verscheen eerder vandaag op joop.nl.

Nederland heeft een sterke traditie in het kiezen van ongelukkige benamingen voor politieke vraagstukken. De term “allochtoon” betekent in de praktijk “de anderen”, en heeft zeker een rol gespeeld bij de steeds strengere maatregelen tegen immigratie en minderheden. De gezondheidszorg ging ooit opeens “zorg” heten, waardoor iedere ouder of geraniumbezitter zich nu een beetje ar

ts kan voelen. Politici kunnen geld uitgeven “investeren” noemen zonder dat ze worden uitgelachen. De nieuwste loot aan deze stam is het woord “populisme”. Ook hier wordt een woord op een manier gebruikt die de kwaliteit van het debat niet dient.

Het wordt populisme bestaat al heel lang, en wordt traditioneel gebruikt voor een stijl van politiek voeren. Meestal spreekt de politicus ingrote woorden namens “het volk”, dat de macht moet terugpakken van de elite in de hoofdstad. In Latijns-Amerikaanse landen bestaat een sterke populistische traditie. In de jaren ’80 deed in de VS de zakenman Ross Perot een gooi naar het presidentschap met een vlammende campagne tegen zittende politici. Hier maakte in de jaren ’60 Boer Koekoek furore met wilde uitspraken die hem dè grote protestpoliticus maakte van de Nederlandse 20e eeuw.

Geert Wilders heeft ook een populistische stijl, maar gek genoeg is ook zijn politieke programma populistisch gaan heten. Dit komt ook omdat het maar niet wil lukken om een goede naam voor dat programma te bedenken. We probeerden nationaal-liberaal en nieuw-radicaal-rechts, maar het dekte de lading toch niet. Extreem-rechts of fascistisch vinden de meesten te ver gaan. Bij gebrek aan beter is door een proces van kruisbestuiving zijn ideologie dezelfde naam gaan dragen als zijn stijl: populisme.

Zo kan het gebeuren dat de qua stijl keurige, maar qua inhoud keiharde speech die CDA-leider Maxime Verhagen onlangs gaf over “terechte” angst voor vreemdelingen werd onthaald als een koerswijziging van het CDA richting het populisme. Ook de VVD wordt populistisch genoemd als ze netjes geformuleerde maar minderhedenonvriendelijke voorstellen doet. Terwijl populistische politici uit het verleden vaak niets tegen minderheden hadden.

Door een woord met een zo rijke historie een zo rare betekenis te geven doen we onszelf tekort. In de eerste plaats verdient de populistische stijl in de politiek natuurlijk een apart woord. Een partij als de SP, (die soms populistisch is qua stijl) wordt nu opeens geassocieerd met vreemdelingenhaat. Ook wordt extreem beleid op deze manier weer een stukje acceptabeler gemaakt, want populisten zijn er altijd geweest. Over Wilders hoeven we ons dus ook geen zorgen te maken. En wie kan er iets hebben tegen luisteren naar de wil van het volk?

Het woord populisme moet dus weer terug in zijn hok. Er is gelukkig een prima alternatief. Wilders steunt op twee pilaren: het verminderen van de invloed van het buitenland en het in stand houden van verworvenheden zoals de 65-jarige pensioenleeftijd (waarbij beloftes op dat tweede gebied na de verkiezingen wel wat zacht blijken). Het eerste noemen we meestal nationalisme, het tweede noemen we sociaal. We moeten die termen niet in die volgorde aan elkaar plakken, want dan brengen we Wilders in verband met misdaden die hij waarschijnlijk niet van plan is.

Maar we moeten er ook niet bang voor zijn om de ideologie van Wilders te benoemen met een term waar een beetje venijn in zit. Dat zit immers ook in zijn bewoordingen en zijn politieke programma, dat de meeste mensenrechten wil inperken of afschaffen.

Sociaal-nationalisme is dus de beste benaming voor het denken van Wilders. Het is niet te flauw, en ook niet te gepeperd. En als CDA of VVD weer eens met verregaande minderhedenonvriendelijke plannen komen, dan kunnen we die ideeën gewoon nationalistisch noemen. Want “sociaal” kunnen we daar rustig weglaten.

Wilders heeft gelijk: schrap Artikel 137c/d

Dit artikel verscheen gisteren op joop.nl.

Afgelopen donderdag werd Geert Wilders vrijgesproken van haatzaaien, belediging en discriminatie. Wilders en Rutte zijn natuurlijk blij. Maar bijna iedereen had zich uitgesproken tegen de rechtszaak, en er klonk dan ook een golf van opluchting in het land. De vraag is alleen wat er nu gebeurt. Wilders heeft er al toe opgeroepen om de artikelen waaronder hij vervolgd werd (137c en 137d) uit het wetboek te halen. In dit geval moeten we hem zijn zin maar geven.

De vele tegenstanders van de rechtszaak vonden dat de overheid de zaak niet kon winnen, en terecht. Als Wilders zou worden veroordeeld, zou hij een martelaar worden van het vrije woord. Nu hij is vrijgesproken staat de overheid in zijn hemd en heeft Wilders aan prestige gewonnen en een vrijbrief gekregen om vol op het orgel te gaan. Ironisch genoeg zullen alleen de nieuwste megamoskeeën groot genoeg zijn voor het verwachte volume.

Een veelgehoord argument was ook dat de vrijheid van meningsuiting heel ruim moet zijn. Toch werden in diezelfde periode mensen vervolgd voor discriminerende en beledigende teksten, en werden homo- en jodenonvriendelijke meningen in krachtige termen veroordeeld. Men wilde dus niet af van artikelen 137c/d, wat ook een beetje vreemd was geweest. Nog in 2003 had de Nederlandse politiek die artikelen immers aangescherpt met een tweede deel waarin extra hoge straffen worden ingesteld voor mensen die “hun beroep maken” van haatzaaien en discriminatie, waarmee zeker ook politici werden bedoeld.

De rare spagaat van politici en commentatoren om voor die wetsartikelen te zijn, maar tegen de vervolging van Wilders is logisch als je vindt dat moslims minder bescherming van de wet nodig hebben dan joden. Dat is een mening die gezien het verleden onderbewust zeker zal meespelen, maar die democratische politici niet zullen toegeven. Of je zegt dat Wilders gelijk heeft, maar dat vinden er maar weinig.

De enige andere logische opstelling is dat de uitlatingen van Wilders niet erg genoeg zijn. Dat lukt alleen als je zegt dat Wilders het over een mening heeft, en niet over mensen. Logisch lijkt dat niet, omdat Wilders openlijk oproept tot apartheid en massa-uitzetting van mensen. Voordat de rechtszaak begon zal het dan ook nooit in Wilders zijn opgekomen dat hij het alleen had over een religie en niet over mensen. Dat hij dat toch beweerde in de rechtszaal kan in de vitrinekast van Wilderiaanse draaikonterij worden bijgezet. Toch ging de rechter er in mee, onder enorme maatschappelijke druk. De uitspraak van de rechter leest als een uitspraak van een kangaroo court, want hij moet voor iedere uitspraak die Wilders deed zich in nieuwe bochten wringen om uit te leggen dat het toch echt niet om mensen gaat.

Wilders kan nu gewoon doorgaan op de ingeslagen weg. Maar waar moet het heen met de gewraakte wetsartikelen?

Als we ze gewoon in de boeken laten staan, kunnen er drie dingen gebeuren. De wetsartikelen worden genegeerd, of we passen ze selectief toe (in de praktijk alleen als het gaat om joden en zwarten). In het eerste geval doet de wetgever zichzelf tekort met wetsartikelen die niet gebruikt worden. Het tweede geval is nog minder fijn, want dan wordt een wet discriminerend toegepast en blijft de kans bestaan op herhaling van het circus. De derde mogelijke optie, dat het Openbaar Ministerie en rechters zich weer actief gaan opstellen tegen opruiende anti-moslimtaal, lijkt voorlopig van de baan.

Het is daarom waarschijnlijk het logische gevolg van de ontstane situatie om de beide wetsartikelen te schrappen. Dat maakt het ook mogelijk om er een positieve draai aan te geven: “Nederland is het land met absolute vrijheid van mening”. Zo mag Den Haag misschien ook legal capital of the world blijven. We komen we wel in aanvaring met het Europese recht. Voordeel daarbij is dat de plannen van de regering Rutte op zoveel manieren tegen het Europese recht ingaan, dat er een goede kans is dat Europa geen tijd of wil zal hebben om tegenwicht te bieden. Eerst gaf de politiek de strijd op, nu de rechterlijke macht, en langzamerhand ook Europa. Niet alleen buiten hangen er donkere wolken.

Wilders de democraat

Dit artikel verscheen eerder vandaag op joop.nl.

In Nederland wordt vaak beweerd dat Wilders een democraat is, omdat hij graag aan verkiezingen meedoet. De politicoloog Meindert Fennema is een bekende voorstander van deze mening. Maar er zijn veel aanwijzingen dat Wilders hele grote veranderingen wil aanbrengen in ons staatsbestel. Als Wilders’ ideale staatsbestel geen democratie genoemd kan worden, kun je Wilders ook niet met droge ogen een democraat noemen. Is dat ideale Nederland van Wilders een democratie?

Een democratie is niet alleen een systeem waarin de meerderheid zijn zin krijgt (door verkiezingen en een parlement), maar ook een systeem waarin minderheden beschermd worden tegen de dictatuur van de meerderheid. Het moderne Rusland is bijvoorbeeld een land waar een grote meerderheid op Poetin stemt, maar in het Westen noemt niemand het een democratie. Wat daar ontbreekt zijn de andere pijlers van de democratie: een vrije pers, onafhankelijke rechters en respect voor de mensenrechten. Vooral dat laatste is een handige maatstaf. Hoe minder een regering zich weinig aantrekt van universele mensenrechten zoals vrijheid van meningsuiting of gelijkheid voor de wet, des te minder democratisch het land is.

De mensenrechten zijn in Nederland vastgelegd in de Grondwet en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Daarnaast geldt als maatstaf voor de mensenrechten ook de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) die in 1948 door de Verenigde Naties is aangenomen. Samen zijn ze een nuttige meetlat voor het democratisch gehalte van een politicus.

Een politicus die een artikel uit één van die documenten wil aanpassen of schrappen, is niet meteen fout. Omstandigheden veranderen, en inzichten ook. In Nederland vinden de meeste mensen dat homo’s ook moeten kunnen trouwen, terwijl artikel 16 uit het UVRM stelt dat huwelijk een zaak van mannen en vrouwen is. Preventief fouilleren lijkt in strijd met artikel 12 uit het UVRM (verbod op arbitraire inmenging in het privéleven), maar als je daar voorstander van bent, ben je niet meteen bezig de democratie omver te werpen. Maar een politicus die mensenrechten maar lastig vindt en ze daarom op grote schaal negeert of wil schrappen, is een vijand van de democratie. Laten we de onderstaande tabel dus even bekijken.

Tabel: welke grondrechten wil Wilders negeren, veranderen of schrappen?
Principe/recht Artikel In gevaar? Toelichting
Gelijkheid


Discriminatieverbod G1, E14, U1/2/7 Direct citaat
Gelijke benoeming overheid G1, E14, U21 Mensen met 2 paspoorten onwelkom als minister
Veiligheid
Recht op leven E2, U3 ? Asielzoekers gaan regelmatig dood; doden Osama gesteund
Martelverbod E3, U5 Positief over VS-marteling; Israelische martelingen gesteund
Slavernijverbod E4, U4 x Ondenkbaar, ook voor Wilders
Onaantastbaarheid lichaam G11, U3 ? Wil misschien ‘force feeding’ van asielhongerstakers
Ophitsingsverbod U7 Wilders’ uitspraken creëren sfeer van angst en haat
Recht op asiel U14 Wil totale immigratiestop, vooral voor niet-blanke migranten
Politieke rechten
Algemeen kiesrecht G4, U21 ? Stemrecht migranten niet gegarandeerd onder PVV
Recht op nationaliteit G2, U15 Wil soms nationaliteit ontnemen, kan op 0 uitkomen
Vrije meningsuiting G7, E10, U19 ? Gedrag tov critici en journalisten zeer negatief
Vrije vereniging G8, U20 ? Verbod op migrantenverenigingen mogelijk onder PVV
Vrije partijvorming G8, U20 ? PVV-Eerste kamerlid Sörensen wil éénpartijenstelsel
Vrije vergadering G9, E11, U20 ? Niet zeker dat migranten/’links’ mogen vergaderen onder PVV
Vrije betoging G9 Wil schieten op migrantendemonstraties
Vrije informatie U19 ? Censuur (moslim-)sites/verbod op zenders
Vrije drukpers G7, E10, U19 ? Uit bijna dagelijks minachting voor ‘linkse’ media
Privacy
Recht op privacy G10, U12 Wil allerlei vormen van afluisteren/fouilleren van burgers
Onschendbaarheid woning G12, U12 x Recht niet in gevaar
Briefgeheim G13, U12 ? PVV meestal niet pro-privacy, maar wel tegen DPI door KPN
Recht op huwelijk E12, U16 Wil huwelijk neven verbieden, ex-EU gezinsvorming stoppen
Bescherming gezin E8, U12/15/16/25 Asiel- en gezinsvormingmaatregelen negeren dit recht
Vrijheid godsdienst G6, E9, U18 Geen moskeeën, geen reli-kleding, geen Koran
Vrijheid levensovertuiging G6, E9, U18 Noemt islam zelf levensovertuiging, en wil deze marginaliseren
Vrijheid gedachte E9, U18/19 Wil orthodoxe imams deporteren (niet ‘orthodox prekende’)
Vrijheid onderwijs G23, U26 Wil islamitisch onderwijs verbieden
Bescherming goede naam U12 Beledigt moslims en ‘linkse’ politici en journalisten voortdurend
Vrij bewegen U13 Wil grenzen sluiten voor grote groepen mensen
Rechtszekerheid
Bescherming onteigening G14, U17/27 x Recht niet in gevaar
Geen straf zonder wet G15, E6, U9 x Recht niet in gevaar
Onschuld tot bewezen U11 ? Heeft onschuldig verklaarde mensen schuldig verklaard
Recht op eerlijk proces G15, E4, U6/10 Asielzoekers wordt dit recht deels ontzegd
Toegang tot rechter G15/17, E13, U6/8/10 Asielzoekers wordt dit recht deels ontzegd
Rechtszekerheid G16, U9/11 ? Wens om lange lijst bestaande rechten in te perken
Sociale rechten
Sociaal-culturele rechten U22/27 Wilders wil moslims marginaliseren in de maatschappij
Arbeid U23 ? Kledingverboden voor moslims kunnen werk zondig maken
Rust en vakantie U24 x Recht niet in gevaar
Vrede/internationale orde U28 PVV overweegt aanval op Iran, steunt ‘rogue state’ Israel
G=Nederlandse Grondwet, E=EVRM, U=UVRM. Overige bronnen: uitlatingen Wilders uit diverse kranten en websites

Deze tabel laat weer eens een verontrustend beeld zien. Wilders heeft lak aan een lange lijst mensenrechten, zeker genoeg om hem ondemocratisch te noemen. Hoe lang de lijst precies is, is niet duidelijk omdat Wilders hierover niet wil discussiëren.

De afgelopen jaren is het een gewoonte in Nederland geworden om Wilders het voordeel van de twijfel te geven. De meeste mensen namen hem bijvoorbeeld serieus als hij het had over de vrijheid van meningsuiting, maar dat doet nu niemand meer. Het politieke handelen van de andere partijen zou dus gebaseerd moeten zijn op het nadeel van de twijfel. Totdat Wilders helder uitlegt waarom zijn ideale Nederland nog steeds een democratie is (en zolang hij uitnodigingen daartoe “in de prullenbak mietert”) moet hij worden behandeld als een politicus die het democratische proces wil gebruiken om het van binnen uit te hollen. Laten we ervoor zorgen dat de democratie het laatst lacht, en niet haar vijand. Want dat is Wilders ontegenzeggelijk.

De VVD waait met u mee

Dit artikel verscheen eerder vandaag op dejaap.nl.

Sommige VVD-Statenleden gaan maandag op de SGP stemmen bij de Eerste Kamerverkiezingen, in een poging om een restzetel bij de SP weg te halen. Het is ironisch dat de VVD dit doet nadat een SGP-statenlid in Flevoland tegen een VVD-gedeputeerde stemde omdat ze vrouw is. Maar het meeste rumoer komt van mensen die zich afvragen hoe de liberale VVD de meest anti-liberale partij van Nederland steunt. Dat lijkt op kiezersbedrog. Maar alleen voor de mensen die de partij op haar image beoordelen, en niet op haar woorden en daden.

Tijdens de formatie in 2010 liet de partijen die later in de oppositie terecht kwamen zich verrassen door het enthousiasme van de “sociaal-liberaal” voor de rechtse optie. Ze hadden dus veel minder onderhandelingsruimte dan ze dachten, en dus was Wilders aan de beurt. Het was de zoveelste keer dat optimisme over de aard van Rutte en Wilders tot verkeerde keuzes leidde. Optimisme dat nergens op gebaseerd is.

De kopstukken van de VVD grossieren in harde taal die 10 jaar geleden nog tot algemene veroordeling had geleid, zelfs door de rechter. Fred Teeven pleitte voor op etniciteit gebaseerde straffen. Mark Rutte vindt dat de joods-christelijke cultuur leidend moet zijn en dat moslims dit land niets te bieden hebben. Hij heeft het voortdurend over “hardwerkende Nederlanders”, wat te begrijpen valt als een betoog dat niet-Nederlanders luie profiteurs zijn. Hij vierde de overwinning bij de sociale statenverkiezingen met de opmerking dat hij Nederland aan de Nederlanders wil teruggeven. Niet alle ingezetenen voelden zich fijn bij die opmerking.

Ook het verkiezingsprogramma uit 2010 stond vol met harde taal. De hele religieparagraaf was één grote opsomming van flauwe aanklachten tegen “de islam”. Slecht onderwijs, kindermishandeling, eerwraak, aparte vrouwenafdelingen in bussen: het is klaarblijkelijk geen gevolg van sociaal-economische processen of ouderwetse tradities, maar van een enge religie. De plannen voor asielzoekers, gezinsvormers en gezinsherenigers bevestigden de afkeer van vreemdelingen. Een aanpak van de bewezen discriminatie tegen migranten op de arbeidsmarkt ontbrak, maar een verwijzing naar een “cultureel drama” niet.

Daarna liet de vorming van het kabinet Rutte nog eens zien waar de moderne VVD voor staat. Rutte had sociaal-economisch meer van zijn programma kunnen binnenhalen met Cohen dan met Wilders. Hij koos voor de laatste, wat de overlap in denkbeelden over immigratie en religie verraadt. Dit werd nog eens bevestigd toen de discriminerende plannen van de PVV werden gereduceerd tot het slappe “wij vinden de islam een religie, hij een ideologie”. Het resulterende gedoogakkoord negeert principes zoals gelijkheid voor de wet, het recht op nationaliteit en vrije toegang tot de rechter, en de Vluchtelingen- en Kinderrechtenverdragen worden uitgehold tot een lege huls.

Maar de VVD was pas begonnen. Fractievoorzitter Stef Blok beschouwt het mensenrechtenhof in Straatsburg als lastig, in plaats van als de belangrijkste beschermer van de mensenrechten in Nederland. Kamerlid Jeanine Hennis pleitte voor het schrappen van de vrijheid van godsdienst; nogal ironisch in het licht van de “islam is voor ons een te respecteren religie” rationalisering van de samenwerking met Wilders. De oproep om “hoofddoekjes” achter de balie op het stadhuis verbieden was een doorzichtige poging om stemmen te winnen ten koste van moslims. Want een serieuze poging om een discussie over kerk en staat te starten ontbrak, net als de noodzaak om te klagen over kleding op het stadhuis.

En dan nu het voornemen om te gaan stemmen op SGP. Een partij die qua homo- en vrouwonvriendelijkheid geen enkele Nederlandse imam voor hoeft te laten gaan, en die de democratie een atheïstische gruwel vindt. De VVD waait flexibel met de wind mee, maar het liberalisme heeft absolute waarden. Waarden die bij de VVD momenteel vooral als lastig worden ervaren. Misschien lukt het de VVD om zichzelf te hervinden als een (in Nederland hard nodige) liberale volkspartij. Lukt dat niet, dan wordt het tijd dat commentatoren de partij gaan bestempelen als conservatief, nationalistisch of anti-immigratie. En voor andere partijen om de VVD ook zo te behandelen.

Zeg het met kogels of benzine

Dit artikel verscheen ook op 21 april op http://www.dejaap.nl.

Vandaag was de herdenking van de moordpartij van Tristan van der Vlis in Alphen aan de Rijn, vorige week zaterdag. Een paar dagen eerder had Kambiz Roustayi, een Iraanse asielzoeker, zichzelf op de Dam in brand gestoken. Hij overleed later in het ziekenhuis. Zowel de daad zelf als de reactie daarop hebben veel overeenkomsten waar belangrijke lessen uit kunnen worden getrokken. Lessen die tot nu toe geen aandacht krijgen, waarmee we een grotere kans op herhaling riskeren.

Beide daders woonden in Alphen, en hun daden komen allebei neer op zelfmoord. Dat zijn op zich oppervlakkige overeenkomsten. Maar er is ook een meer opvallende gelijkenis: beide gebeurtenissen worden in de media en de publieke opinie gezien als een op zichzelf staande daad van een eenzame gek. In het geval van Tristan van der Vlis is de algemene mening dat hij door een combinatie van een instabiele persoonlijkheid, militaire fantasieën en een gebrek aan erkenning tot zijn daad kwam. Hij was dus gek. In het geval van Kambiz Roustayi gaat men ervan uit dat normale mensen zichzelf niet in brand steken. Hij was dus ook gek.

Als het allebei de daden waren van een eenzame gek, voorkomt dit dat Nederland lastige vragen over zichzelf moet stellen. Want de “shooting spree” kun je zolangzamerhand wel een westerse traditie gaan noemen, nu dit na de Verenigde Staten ook in Duitsland, Finland en Nederland is gebeurd. Het gaat vrijwel altijd om jonge blanke mannen uit de lagere middenklasse met (extreem-)rechtse sympathieën. Je kunt je dus afvragen of sociaal-economische positie, het gebrek aan controle op de moderne jeugd, videospelletjes of zelfs de politieke cultuur een rol spelen. Al met al genoeg reden om onze maatschappij eens aan een diepgravend zelfonderzoek onderwerpen. Maar zolang we doen alsof Van der Vlis gek was, hoeft dat allemaal niet.

En ook bij Kambiz Roustayi voorkomt de conclusie dat hij gek is de noodzaak tot zelfonderzoek. En nog meer dan bij Alphen is dat onterecht. Roustayi had als Iraans dissident 11 jaar geleden asiel aangevraagd, en heeft al die tijd in grote onzekerheid geleefd. De laatste jaren kreeg hij geen onderdak of eten meer, maar mocht ook niet werken. Het vooruitzicht om in Iran opgesloten of zelfs gemarteld te worden was voor hem onverdraaglijk. Uit verklaringen van zijn vrienden blijkt dat Roustayi’s zelfverbranding een weloverwogen offer was in de strijd tegen het Nederlandse asielbeleid.

Kambiz’ daad past daarmee binnen een lange politieke traditie. Recent nog begonnen de Arabische revoluties met meerdere zelfverbrandingen. Hoe afschuwelijk ze ook zijn, ze dwingen mensen om te begrijpen dat er een groot onrecht is. Behalve in Nederland, waar een gebrek aan media-aandacht en het feit dat dit maar één voorval was klaarblijkelijk voorkomen dat mensen zich gaan afvragen of er iets ernstig mis is met het asielbeleid.

Op verschillende manieren voorkomt de conclusie dat het allebei een eenzame gek betrof dus zelfkritiek en schaamte. Maar ook de verschillen in hoe de media omging met de beide gebeurtenissen zouden ons over onszelf aan het denken moeten zetten. De daad van Kambiz Roustayi werd één keer kort genoemd in het avondjournaal. Zijn herdenking kreeg geen enkele nationale aandacht. Over Alphen is de berichtgeving vrijwel continu geweest. Aan de ene kant is dat verschil terecht, omdat er in Alphen aan de Rijn veel onschuldigen het slachtoffer werden. Maar tegelijkertijd is de politieke betekenis van de daad van Kambiz Roustayi veel groter. Hoe je ook denkt over de oorzaak van Alphen, burgers zullen elkaar altijd rare dingen blijven aandoen. Maar bij een zelfmoord die een verband heeft met overheidsoptreden moet je je afvragen of dit niet een oorzakelijk verband is, wat meteen urgente politieke vragen oproept.

Die vragen worden echter niet gesteld, en zo beroven we onszelf van de mogelijkheid de leden uit beide gebeurtenissen, wat herhaling zou kunnen voorkomen. In het geval van zelfverbranding is dat risico groot. Er zijn veel mensen die weinig te verliezen hebben, en die weten dat meerdere zelfverbrandingen wel het gewenste effect zouden hebben. Vorige week woensdag stond de brandweer klaar op de Dam omdat er een waarschuwing was dat er iemand op weg was om zichzelf in brand te steken. Dat is hopelijk het laatste nieuws op dat gebied, maar ik houd mijn hart vast. De moordpartij in Baflo, die ook vandaag werd herdacht, zou wèl het werk van een gek kunnen zijn, maar zijn levenservaringen de afgelopen jaren zullen niet hebben geholpen dit te voorkomen.

Rechter zit fout bij hoofddoekuitspraak Don Bosco

Een ingekorte versie van dit stuk verscheen op 8 april 2011 in de Volkskrant.

Gisteren deed de rechtbank in Haarlem uitspraak in de zaak die een leerlinge had aangespannen tegen het Don Bosco College in Volendam. De leerling wil op school een hoofddoek dragen, maar de school heeft dat verboden. Eerder al gaf de Commissie Gelijke Behandeling de leerlinge gelijk, maar de rechter heeft nu de school in het gelijk gesteld. De rechter zet daarmee een gevaarlijk precedent, en het is te hopen dat deze in hoger beroep vernietigd zal worden.

De redenering van de rechter is dat een hoofddoek een uiting is van een religie, de Islam, en dat deze religie anders is dan de katholieke van de school. En een school heeft het recht om haar eigen identiteit te beschermen. Dat is allemaal waar, maar dat kan niet opwegen tegen de andere overwegingen die tegen een verbod spreken.

In de eerste plaats wordt er een onredelijke afweging van belangen gemaakt. In een gemeente als Volendam is er geen risico dat het Don Bosco College er over 10 jaar niet-katholiek uitziet, dat katholieke leerlingen worden gepest, of dat Kerstmis niet meer mag worden gevierd. De (toch al zwakke) identiteit van de school is dus niet in gevaar. Ook de leerlingen van de school hebben geen moeite met een paar hoofddoekjes. Baarden zijn overigens wel toegestaan, en vormen dus klaarblijkelijk geen bedreiging voor de katholieke identiteit van de school. Dat ondanks het feit dat baarden voor orthodoxe joden en moslims ook religieus vereist zijn (en net als hoofddoekjes ook populair bij niet-orthodoxe mensen). De opstelling van de school getuigt dus van een gebrek aan logica, en waarschijnlijk ook aan zuivere bedoelingen.

Daar staat tegenover dat een hoofddoekverbod in de praktijk betekent dat sommige leerlingen de school niet zullen kunnen bezoeken, omdat ze de hoofddoek als een geloofsvereiste beschouwen. Dat zou in een stad als Amsterdam niet zo erg zijn, maar in Volendam is er in de wijde omtrek maar één school: het Don Bosco College. In de praktijk kan de uitspraak van de rechter gaan betekenen dat, net als in Antwerpen, meisjes niet meer naar school zullen gaan. Meisjes die recht hebben op onderwijs.

De uitspraak gaat ook in tegen een aantal rechtsprincipes die de basis vormen van onze democratie. Mensen hebben recht op vrije meningsuiting en vrije beleving van hun godsdienst. Zoals gezegd wordt de vrijheid van godsdienst van katholieken in Volendam in de praktijk door een hoofddoekje niet aangetast, maar  die van de leerlinge wel. Ook discrimineert een hoofddoekverbod op school in de praktijk, zelfs als het religieus neutraal geformuleerd is. Het betekent namelijk dat er wel eisen worden opgelegd aan moslims, maar niet aan mensen van andere religies. Katholieken hebben immers geen specifieke kleding. En in het geval van het Don Bosco college is de maatregel zelfs openlijk discriminerend geformuleerd (“hoofddoek niet toegestaan”).

Maar het legitimeren van een hoofddoekverbod door de rechter schept natuurlijk ook een gevaarlijk precedent. Het maakt het makkelijker om op andere plaatsen in de maatschappij hoofddoeken te verbieden. De PVV streeft hiernaar, als onderdeel van een breder plan om moslims allerlei rechten te ontnemen. En in de afspraken tussen CDA, VVD en PVV staat ook het discriminerende voornemen om “hoofddoeken” bij de rechterlijke macht te verbieden, en boerka’s in de gehele openbare ruimte. Zelfs als de rechter niet handelt uit onbewuste afkeer of angst voor vreemdelingen, getuigt deze beslissing daarom van een gebrek aan besef dat de rechten van moslims in dit land onder druk staan. Hopelijk zal het Hof anders oordelen.