De kogel kwam van rechts, en ging door de kerk

De eerste reacties op de aanslagen in Noorwegen onthullen veel over onszelf

Gisteren vond een van de ergste aanslagen plaats in de naoorlogse Europese geschiedenis. Niet alleen het aantal doden, maar ook de manier waarop de jeugd op het eilandje stelselmatig werd uitgeroeid zijn huiveringwekkend. Het is nog veel te vroeg om definitieve conclusies te trekken over de oorzaken en toedracht van de aanslagen. Maar de reacties tot nu toe verraden al wel veel over onze houding ten opzichte van politiek geweld en moslims.

Toen alleen nog bekend was dat er een bom was afgegaan in het centrum van Oslo vielen de nieuwsmedia al over elkaar heen om te zeggen dat het hier waarschijnlijk om moslimterrorisme ging. Ook op Twitter gonsde het van de sarcastische opmerkingen zoals “islam is liefde” van HP/De Tijd-journalist en spervuurtwitteraar Bas Paternotte. Toen gisteravond bekend werd dat het waarschijnlijk om een diepchristelijke rechts-extremist ging, haalde Paternotte netjes bakzeil (“soms heten ze geen Achmed maar Knut” en andere tweets). Maar van sarcasme over christenen of rechts-extremisten geen spoor.

Ons taalgebruik zit ook vol van de vooroordelen. Gisteren werd het door iedereen een terroristische aanval genoemd. Nu is gebleken dat het niet om moslims gaat, is het geen terrorist of terrorisme meer, maar dader, killer, bloedbad, schietpartij of moordpartij. Vorig jaar vloog een vliegtuigje tegen het gebouw van de Amerikaanse overheid aan. Toen bleek dat het een blanke Amerikaan was die boos was op de overheid, werd opgelucht geconcludeerd dat het “geen terrorisme” was. Maar het was het natuurlijk wel.

De beschrijving van de beweegredenen van de dader zegt ook veel over onszelf. Als moslims terroristische aanslagen plegen, wordt de aanslag “laf” genoemd en vragen de commentatoren zich al gauw af wat er nou mis is met “de islam”. Nu er een blonde dader is, is er opeens ruimte voor de vraag waarom deze man tot zijn daden kwam. Op Sky News stelde een commentator al dat het onvermijdelijk is dat het Noorse politieke systeem zal moeten veranderen om een vreedzaam platform te bieden voor mensen als de dader. Het is ondenkbaar dat een moslimaanslag tot zo’n commentaar in de westerse media zou leiden.

De aanslagen herinneren ons er ook aan dat terrorisme vaak niet van moslims komt (zie ETA, IRA, Tamil Tijgers, FARC en Tim McVeigh). En ook in Nederland zijn bijna alle naoorlogse terroristische aanslagen (volgens Wikipedia 70 in aantal) het werk geweest van Molukkers, de IRA, de RAF en andere niet-moslims. De vaststelling dat politiek geweld iets is van alle plaatsen en alle tijden herinnert ons er ook aan dat moslimterrorisme niets bijzonders zegt over moslims in het algemeen. Net als bij andere terroristen komen gewelddadige moslims tot hun daden door een mengsel van woede, machteloosheid, zucht naar avontuur en opjutterij in een beperkte groep. Een mengsel dat ontbreekt bij de overgrote meerderheid van moslims. Dat kunnen democratisch gezinde mensen niet vaak genoeg herhalen, omdat de angst voor terrorisme een belangrijke zuil is van de afkeer van moslims die er momenteel in Nederland heerst.

De aanslagen in Noorwegen bevestigen de eerdere waarschuwing dat de recente aanslag in Alphen aan de Rijn onterecht niet tot zelfonderzoek heeft geleid (zie artikel op DeJaap.nl)

We vinden dat Alphen de daad van een eenzame gek was die te makkelijk aan wapens kon komen. De regels voor wapenbezit worden daarom aangescherpt. Maar het is nu ook tijd om ons af te vragen of wij in Nederland een structurele geweldsdreiging hebben uit de rechts-extremistische hoek. Een dreiging die misschien aangewakkerd wordt door de constante beledigingen van moslims en “linkse” mensen in de Haagse politiek.

Wat dat betreft spelen CDA en VVD nu met hetzelfde vuur als Elsevier, De Telegraaf en Wilders al jaren doen. Zij roepen allemaal niet op tot geweld, maar er is een kans dat een kwetsbaar deel van de bevolking op termijn geweld gaat gebruiken onder dit spervuur van lelijke woorden over linkse en islamitische mensen. Wat dat betreft mogen we blij zijn dat de aanslagen in Noorwegen het werk zijn van een blanke extremist. Want de gevolgen van een grote moslimaanslag voor de sociale verhoudingen en het politieke landschap in dit boze en bevooroordeelde Nederland zouden wel eens niet te overzien kunnen zijn.

Advertenties

Islam en democratie: cijfers en feiten

Vaak valt te horen dat islam en democratie niet samengaan. Dit wordt onderbouwd met de stelling dat moslims moeite hebben met de scheiding tussen Kerk en staat, en dat islamitische wetten strijdig zijn met de democratie. Ook zouden moslims moeite hebben met de idee dat het volk de baas moet zijn in een land en met tolerantie ten opzichte van mensen die een ander geloof op aanhangen. En tenslotte wordt gewezen op de observatie dat moslimlanden zelden democratie zijn.

Dat laatste lijkt wel een beetje waar. Op het eerste oog zijn islamitische landen minder democratisch dan landen waar een ander geloof populair is. Het valt vooral op dat de democratie in het hele Midden-Oosten een zeldzaamheid is, terwijl Europa en Noord- en Zuid-Amerika grotendeels moderne democratieën zijn. De feiten worden ook regelmatig genoemd door mensen die vinden dat moslims of “de islam” gevaarlijk zijn voor het Westen. Dat is een zware aanklacht, dus het is de moeite waard om dit dieper te analyseren. Dit kan zelfs kwantitatief, omdat de Economist en Freedom House ranglijsten bijgehouden van het democratisch gehalte van landen, en we weten natuurlijk ook hoeveel moslims er in bepaalde landen wonen.

Dan valt in de eerste plaats op dat de simpele zin “islam en democratie gaan niet samen” niet waar is. Daar is immers maar één tegenvoorbeeld voor nodig, en er zijn er meerdere. Indonesië, Mali, Maleisie en Turkije hebben een in overgrote meerderheid islamitische bevolking, en zijn zeker democratieën. Bangladesh, Nigeria en Pakistan zijn dat in principe ook, maar dan wel de rommelige variant. En met de omwentelingen in Egypte, Tunesië, Jemen en misschien ook Libië en Syrië wordt de lijst van islamitische democratieën waarschijnlijk de komende jaren steeds langer. Vergeet ook niet dat er veel moslims actief en enthousiaste participanten zijn in Westerse democratieën.

Islam en democratie gaan dus wel samen, waarmee de zwaarste aanklacht van tafel is. Maar maakt islam democratie minder waarschijnlijk? Op zich is dit niet zo’n interessante vraag, want het antwoord kun je nergens voor gebruiken. Er zijn zoveel mogelijke redenen waarom een land een democratie is dat een verband tussen islam en democratisch gehalte niets of vrijwel niets zegt. Toevallig wonen veel moslims boven olie, en het lijkt er sterk op dat rijke bodemschatten een land minder democratisch maken. En zelfs als er een oorzakelijk negatief verband is tussen islam en democratie, kun je daar politiek niets mee. Het is al bewezen dat vele moslims overtuigde democraten zijn, en de rest, binnen of buiten Europa, zal je ze niet democratisch maken door ze zwart te maken of aan te vallen.

Maar ik wil dit toch onderzoeken, omdat mensen die moeite hebben met moslims of de islam dit punt vaak maken, en het is belangrijk om op z’n minst te proberen aan die mening een feitelijke basis te geven, als die er is. Daarom heb ik als eerste een regressie uitgevoerd tussen het democratisch gehalte van een land (zoals gemeten door The Economist) en het percentage moslims in een land. Misschien is het geen toeval dat de landen rondom de stad waar deze analyse gedaan is (Londen) het hoogst scoorden. Maar evengoed laat de regressie wel degelijk een verband zien, hoewel vrij zwak. Voor de statistici: de R2 is 30%, de p-waarde bijna nul.

Er is een verband, maar zegt dat ook iets? Als je Europa en haar blanke voormalige koloniën uit de analyse haalt, verdwijnt opeens het verband tussen islamitisch gehalte en democratisch gehalte. Om een harde conclusie te trekken uit deze correlatie, moet je dus zowel aantonen dat moslimlanden door hun geloof ondemocratisch zijn, en niet bijvoorbeeld omdat het Westen ondemocratische leiders steunt. Ook moet je aantonen dat Europa is geworden wat ze is omdat ze niet-islamitisch is. En tegelijkertijd moet je beweren dat het met andere factoren die uniek zijn aan het Midden-Oosten en Europa niets te maken heeft, zoals geografie, bodemschatten of klimaat. Of zelfs met ras, want het verband tussen blank zijn en democratisch is nog veel sterker. Ik hoop dat niemand zich aan die conclusie durft te wagen.

Een andere manier om naar de beschikbare feiten te kijken, is te kijken welk percentage van de aanhangers van religies in een democratie leven. Freedom House deelt landen in in Free, Partly Free en Not Free, ruwweg democratieën, haperende democratieën en dictaturen. Hier zijn de resultaten:

Als deze analyse iets zegt, dan is het dat hindoes democratievriendelijk zijn, christenen redelijk democratievriendelijk, moslims gemiddeld en boeddhisten helemaal niet. Geen overdonderende aanklacht tegen de islam dus. De uitkomsten laten natuurlijk ook de beperkte waarde van zo’n analyse zien. Als buitenstaander zou ik het boeddhisme juist de meest democratievriendelijke religie vinden. Een boeddhist heeft zeker geen moeite met begrippen als tolerantie en vredelievendheid, en ook geen last van de idee dat een god opdrachten geeft aan hem. Er zijn dan ook boeddhistische democratieën, zoals Japan, Zuid-Korea, Taiwan en ook Thailand. Alleen China met haar 1,3 miljard mensen is de grote uitzondering.

Het is natuurlijk een beetje makkelijk of zelfs oneerlijk om als christelijke westerling te zeggen dat mensen uit andere delen van de wereld niet voldoen aan jouw ideaalbeeld. Zeker natuurlijk gezien het feit dat het Westen een groot deel van de wereld tijdlang als een kolonie heeft uitgebuit, wat de democratische ontwikkeling van die landen waarschijnlijk niet heeft geholpen. Maar zelfs als de islam een land tegenhoudt in haar democratische ontwikkeling, gebiedt de eerlijkheid om ook te analyseren in welke mate moslims verantwoordelijk zijn voor het slechtste in de mens: het starten van bloedige oorlogen en volkerenmoord. Eerst volkerenmoord.

Lijst genocides met dodenaantalhoger dan 100.000
Doden min. Doden max. Begin Einde Plaats Beschrijving Religie opdracht-gever(s) Godsdienst als reden
5,000,000 11,000,000 1939 1945 Europa Massamoord op joden, zigeuners, Slaven, gehandicapten, homo’s Katholiek/geen Nee
3,000,000 10,000,000 1932 1333 Europa Oekraïense genocide Geen Nee
2,000,000 100,000,000 1492 1900 Amerika kolonisatie van Amerika Katholiek/protestant Deels
2,000,000 3,000,000 1975 1979 Cambodja massamoord door Pol Pot/ Khmer rouge Geen Nee
500,000 1,000,000 1994 1994 Rwanda massamoord Tutsi’s door Hutus katholiek Nee
500,000 600,000 1755 1758 centraal Azië massamoord in Zunghar door Chinese keizer Geen Deels
400,000 400,000 1817 1864 Kaukasus verovering van de Kaukasus, etnische zuivering op Circassiers Orthodox chr. Deels
300,000 1,500,000 1914 1918 Anatolië massamoord op Armenen tijdens Eerste Wereldoorlog Moslim/geen Deels
300,000 500,000 1919 1920 zuidelijk Rusland etnische zuivering Kozakken Geen Nee
270,000 650,000 1941 1945 Kroatië massamoord op sterven, joden en zigeuners Katholiek deels
180,000 400,000 2003 2010 Sudan etnisch conflict in Darfur Moslim Nee
100,000 200,000 1962 1996 Guatemala massamoord op Maya Indianen Katholiek Nee
100,000 340,000 1937 1938 China massamoord in Nanking Shinto boeddhist Nee

Moslims hebben dus “maar” 1 miljoen doden op hun geweten. Atheisten zullen moeten leven met 18 miljoen vermoorde onschuldigen. De Christenen zijn “hors competition” met 111 miljoen doden. En ook in aanvalsoorlogen zijn moslims amateurs. Christenen hebben bijna 173 miljoen oorlogsslachtoffers veroorzaakt, Atheisten 158, de Shamanen van Genghis Khan 70 miljoen. Moslims zijn onwaarschijnlijk vredelievend, met een paar miljoen.

Lijst oorlogen met dodenaantal hoger dan 1.000.000
Doden min. (m) Doden max. Begin Einde Plaats Beschrijving Religie aanvaller(s) Godsdienst als reden
40 72 1937 1945 Wereldwijd Tweede Wereldoorlog Katholiek/geen Nee
33 36 755 763 China An Shi Rebellie Geen Nee
30 60 1207 1472 Azië/Europa Mongoolse veroveringen Shamanisme Nee
25 25 1616 1662 China Mongoolse veroveringen Shamanisme Nee
20 30 1851 1864 China Taipingrebellie Geen Nee
15 65 1914 1918 Wereldwijd Eerste Wereldoorlog Katholiek/protestant Nee
15 20 1369 1405 midden Azië Verovering van Timur Geen Nee
8 12 1862 1877 China Dunganopstand Geen Nee
5 9 1917 1921 Rusland Burgeroorlog Geen Nee
4 5 1998 2003 DR Congo Burgeroorlog Katholiek Nee
4 7 1804 1815 Europa Napoleontische oorlogen katholiek Nee
3 12 1618 1648 Midden Europa Dertigjarige Oorlog Katholiek/protestant Ja
3 7 184 205 China Gele tulbandrebellie Geen Nee
3 4 1655 1660 Polen Zweedse invasie Protestant Nee
3 4 1950 1953 Korea Koreaanse oorlog geen Nee
3 6 1955 1975 ZO-Azië Vietnamoorlog Protestant Nee
2 4 1562 1598 Frankrijk Religieuze burgeroorlog katholiek Ja
2 2 1816 1828 Afrika Veroveringsoorlog Shaka Zulu Animistisch Nee
1 2 1983 2005 Sudan Burgeroorlog Moslim/Katholiek Deels
1 9 1095 1291 Palestina Kruistochten Katholiek Ja
1 2 1980 1988 Midden-Oosten Iran/Iraq oorlog Moslim Nee
1 2 1911 1920 Mexico Mexicaanse revolutie Katholiek Nee

Dit is een kleine steekproef, dus deze analyse bewijst net als het verband tussen islam en democratie vrijwel niets, maar de resultaten zijn toch tamelijk frappant. Moslims starten zelden bloedige aanvalsoorlogen, en ze zijn relatief veel minder vaak de aanstichters van volkerenmoord.

De conclusie is dus dat er op het eerste oog wel degelijk een verband bestaat tussen hoe islamitisch een land is en hoe democratisch. Maar als je de gegevens uitpluist blijkt dit geen bewijs voor een oorzakelijk verband. Je kunt dus niet zeggen dat de praktijk laat zien dat de islam democratie tegenwerkt. En zoals gezegd is het zeker niet zo dat islam en democratie niet samen gaan.

Voorzover mensen een negatieve correlatie zien tussen islam en democratie, zullen ze moet erkennen dat die er ook is tussen islam en oorlog of volkerenmoord. En omdat de commentatoren en politici die deze beschuldigingen uiten de beschikking hebben over dezelfde gegevens, moet getwijfeld worden aan hun motieven. Motieven zoals de wens om de invloed van moslims op hun samenleving te beperken, ofwel door het aantal moslims te beperken of door hun invloed op het openbare leven te beperken. Voor de rest van ons, die moslims juist een normale en gelijke positie toewensen in de Europese maatschappij, geldt dat we niemand een dienst door te doen alsof het meetbaar is dat islam en democratie moeizaam samenleven.

Bronnen: Freedom House, the Economist, Wikipedia artikelen volkerenmoord, oorlogsslachtoffers en islam.

Rechter zit fout bij hoofddoekuitspraak Don Bosco

Een ingekorte versie van dit stuk verscheen op 8 april 2011 in de Volkskrant.

Gisteren deed de rechtbank in Haarlem uitspraak in de zaak die een leerlinge had aangespannen tegen het Don Bosco College in Volendam. De leerling wil op school een hoofddoek dragen, maar de school heeft dat verboden. Eerder al gaf de Commissie Gelijke Behandeling de leerlinge gelijk, maar de rechter heeft nu de school in het gelijk gesteld. De rechter zet daarmee een gevaarlijk precedent, en het is te hopen dat deze in hoger beroep vernietigd zal worden.

De redenering van de rechter is dat een hoofddoek een uiting is van een religie, de Islam, en dat deze religie anders is dan de katholieke van de school. En een school heeft het recht om haar eigen identiteit te beschermen. Dat is allemaal waar, maar dat kan niet opwegen tegen de andere overwegingen die tegen een verbod spreken.

In de eerste plaats wordt er een onredelijke afweging van belangen gemaakt. In een gemeente als Volendam is er geen risico dat het Don Bosco College er over 10 jaar niet-katholiek uitziet, dat katholieke leerlingen worden gepest, of dat Kerstmis niet meer mag worden gevierd. De (toch al zwakke) identiteit van de school is dus niet in gevaar. Ook de leerlingen van de school hebben geen moeite met een paar hoofddoekjes. Baarden zijn overigens wel toegestaan, en vormen dus klaarblijkelijk geen bedreiging voor de katholieke identiteit van de school. Dat ondanks het feit dat baarden voor orthodoxe joden en moslims ook religieus vereist zijn (en net als hoofddoekjes ook populair bij niet-orthodoxe mensen). De opstelling van de school getuigt dus van een gebrek aan logica, en waarschijnlijk ook aan zuivere bedoelingen.

Daar staat tegenover dat een hoofddoekverbod in de praktijk betekent dat sommige leerlingen de school niet zullen kunnen bezoeken, omdat ze de hoofddoek als een geloofsvereiste beschouwen. Dat zou in een stad als Amsterdam niet zo erg zijn, maar in Volendam is er in de wijde omtrek maar één school: het Don Bosco College. In de praktijk kan de uitspraak van de rechter gaan betekenen dat, net als in Antwerpen, meisjes niet meer naar school zullen gaan. Meisjes die recht hebben op onderwijs.

De uitspraak gaat ook in tegen een aantal rechtsprincipes die de basis vormen van onze democratie. Mensen hebben recht op vrije meningsuiting en vrije beleving van hun godsdienst. Zoals gezegd wordt de vrijheid van godsdienst van katholieken in Volendam in de praktijk door een hoofddoekje niet aangetast, maar  die van de leerlinge wel. Ook discrimineert een hoofddoekverbod op school in de praktijk, zelfs als het religieus neutraal geformuleerd is. Het betekent namelijk dat er wel eisen worden opgelegd aan moslims, maar niet aan mensen van andere religies. Katholieken hebben immers geen specifieke kleding. En in het geval van het Don Bosco college is de maatregel zelfs openlijk discriminerend geformuleerd (“hoofddoek niet toegestaan”).

Maar het legitimeren van een hoofddoekverbod door de rechter schept natuurlijk ook een gevaarlijk precedent. Het maakt het makkelijker om op andere plaatsen in de maatschappij hoofddoeken te verbieden. De PVV streeft hiernaar, als onderdeel van een breder plan om moslims allerlei rechten te ontnemen. En in de afspraken tussen CDA, VVD en PVV staat ook het discriminerende voornemen om “hoofddoeken” bij de rechterlijke macht te verbieden, en boerka’s in de gehele openbare ruimte. Zelfs als de rechter niet handelt uit onbewuste afkeer of angst voor vreemdelingen, getuigt deze beslissing daarom van een gebrek aan besef dat de rechten van moslims in dit land onder druk staan. Hopelijk zal het Hof anders oordelen.

Hoofddoekverbod onnuttig, onredelijk en onwettig

In de afgelopen maanden is in Nederland weer een discussie losgebarsten over hoofddoeken in de publieke ruimte. De PVV wil de hoofddoek vrijwel overal verbieden, maar dat wordt niet serieus genomen. Deze partij wil immers migranten en moslims op allerlei manieren marginaliseren, en een serieuze redenering wordt er niet aan de plannen gekoppeld. Een week geleden mengde echter het VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert zich in de discussie. Haar voorstel is om “religieuze symbolen” te verbieden bij alle ambtenaren met een zichtbare functie. De VVD baseert dit voorstel op de scheiding van Kerk en staat. Maar haar redenering rammelt aan alle kanten, zoals ook alle partijen behalve de LPF vonden in 2004, toen dit debat al eens werd gevoerd. Er is dus geen reden om de bestaande praktijk te veranderen.

Wat zegt de VVD?
De redenering van de VVD is dat de overheid zich religieus neutraal moet opstellen, en dat je dus ook in het gemeentehuis als burger niet moet worden geconfronteerd met mensen die religieuze symbolen dragen. Op die manier zou de scheiding tussen Kerk en staat, een belangrijke liberaal principe, beter vorm gegeven kunnen worden. De VVD beweert niet dat burgers in grote getale bang zijn dat ze op het stadhuis niet neutraal behandeld worden, of dat ze zich ergeren aan hoofddoeken of andere kledingsstukken. Het gaat de VVD dus om het principe.

De scheiding tussen Kerk en staat is ook een belangrijk principe in een democratie, en al helemaal voor liberalen. Die scheiding kan in de praktijk natuurlijk niet absoluut zijn, en de grens van de scheiding verschilt per land. In Duitsland houdt de overheid automatisch belastinggeld in voor de kerk waar je lid van bent, in Engeland is de koningin het hoofd van de nationale kerk, en in Frankrijk zijn alle kerken in eigendom van de staat; ze worden gratis ter beschikking gesteld aan katholieken. In Polen is religieus onderwijs normaal onderdeel van het schoolprogramma, en in de Verenigde Staten wordt iedere ochtend op openbare scholen de eed aan de vlag gezworen, met daarin de zin “één natie onder God”.

In Nederland geldt dat allemaal niet, maar er zijn andere gebieden waar de overheid en de kerk overlappen. Bij ons is ook  in de afgelopen decennia een grote minderheid ontstaan die niet gelovig is, vrome christenen zijn een kleine minderheid geworden, en het christendom is niet meer de enige grote godsdienst. Het zou dus best tijd kunnen zijn voor een heroverweging van waar we de grens tussen Kerk en staat leggen. Een kamerdebat daarover is door VVD en GroenLinks aangevraagd en zal binnenkort plaatsvinden.

Neutraal uitzien is niet neutraal handelen
De redenering dat scheiding van Kerk en staat een religieus neutraal uitziende overheid vereist echter onvolledig. Het dragen van religieuze symbolen door overheidsdienaren is op zich niet of nauwelijks een schending van de scheiding tussen Kerk en staat. Dat is anders dan in landen als Frankrijk of Turkije, waar er een dominante godsdienst is. Als daar alle overheidsdienaren religieuze symbolen zouden dragen, zou dat kunnen betekenen dat een burger bang wordt dat de overheid een bepaalde religie voortrekt. In Nederland is dat gewoon niet actueel. Een groot percentage van de overheidsdienaren is niet gelovig, en de rest behoort tot allerlei stromingen. Als er af en toe een religieuze uiting tussen zit, denkt niemand in Nederland dat de overheid reclame wil maken voor een bepaalde religie. En al helemaal niet voor de Islam, een religie die hooguit 5% van de overheidsdienaren aanhangt, en waarvan de aanhangers in de praktijk wonen in gemeentes waar de rest van de bevolking grotendeels ongelovig is.

Het principe wat hier wel van toepassing zou kunnen zijn, is het principe van gelijkheid voor de wet. Burgers hebben een absoluut recht op een overheid die zich neutraal gedraagt naar haar burgers, ongeacht hun uiterlijk, afkomst, of seksuele en religieuze voorkeur. Als het dragen van religieuze symbolen tot ongelijke behandeling leidt, zou dat een groot probleem zijn. Maar de link tussen een overheid die neutraal handelt en een overheid die er neutraal uitziet is heel zwak. Immers, ook nadat je de hoofddoek of de tulband hebt afgedaan bij de ambtenaar zal de burger in de meeste gevallen goed kunnen raden wat voor religie die ambtenaar heeft. En als een burger niet vrolijk wordt van het feit dat een ambtenaar een bepaalde religie aanhangt, zegt dat meer over die burger dan over die ambtenaar.

Ook voor de ambtenaar zelf zal neutraal gedrag niet beïnvloed worden door de kleding die hij of zij draagt. Nadat je je hoofddoekje hebt thuisgelaten, ben je nog precies evenveel moslim als daarvoor. En als een ambtenaar iemand van een andere religie slecht wil behandelen, dan kan dat altijd. Zelfs als je religieuze uitingen ook bij burgers zou verbieden, want ook bij hen kun je in veel gevallen raden tot welke groep iemand behoort.

Geloof een privézaak?
Maar zelfs als de VVD een verband ziet tussen religieus uiterlijk en religieus handelen, of als zij uit principe vindt dat de overheid op geen enkel moment met een bepaald geloof mag worden geassocieerd, is een hoofddoek verbod onredelijk en in strijd met de mensenrechten. In Nederland, net als in de rest van Europa, hebben mensen er recht op een geloof niet alleen privé te belijden, maar ook in het openbaar. Je hebt ook het recht om aan religieuze vereisten te voldoen. Bij Sikh-mannen is dat het bedekken van het haar (met een tulband). Ook veel moslimvrouwen beschouwen het dragen van een hoofddoek als religieuze vereiste.

Voor- en tegenstanders van hoofddoeken worstelen altijd met de vraag of een hoofddoek een religieuze vereiste is, of slechts symbool of culturele traditie. De meeste dragers van een hoofddoek maken zich over dat onderscheid geen zorgen, maar voor politieke keuzes is het onderscheid essentieel. Vaak dragen mensen een hoofddoek omdat ze dat netjes of mooi vinden, of omdat hun familie of vrienden dat ook doen. Het lijkt er zelfs op dat het een niet-islamitisch mode-item wordt, net als in de jaren ’50. In die gevallen valt het dragen van een hoofddoek niet onder de vrijheid van godsdienst. Maar het is in dit geval dus ook geen religieuze uiting, en dus kun je het niet daarom verbieden. Net als bijvoorbeeld bij baarden, die zowel om esthetische als om religieuze redenen gedragen worden.

Maar de hoofddoek is voor veel vrouwen wel degelijk een islamitische religieuze vereiste. Deze vrouwen voelen zich niet alleen onprettig als ze hun haar laten zien in het openbaar, maar ook zondig. Dat geldt ook bijvoorbeeld voor orthodox-joodse vrouwen en Sikh-mannen, die hun haren het openbaar niet mogen tonen. In dit geval is het dragen van een hoofddoek natuurlijk niet religieus neutraal. Dan zou je om eerder genoemde redenen kunnen overwegen een overheidsdienaar te verbieden zo’n religieuze uiting te dragen.

Het recht op werk en gelijke behandeling
Maar juist bij deze mensen is het verbieden van religieuze symbolen onredelijk. Want het effect van het verbieden van hoofddoekjes zal alleen maar zijn dat deze vrouwen niet meer bij de overheid kunnen en zullen werken. Dat gebeurde al toen er een hoofddoekverbod kwam op enkele scholen in Antwerpen; de meisjes bleven gewoon thuis en hebben indirect geen recht meer op onderwijs. Omdat de 500.000 sikhs in Engeland ook recht hebben op werk, hebben politie en leger aparte hoofddeksels voor tulbanddragers; er is zelfs een kogelvrij model in ontwikkeling. Het recht van 100.000 of meer mensen om geld te verdienen door bij de overheid te werken moet zwaarder wegen dan een neutraal uitziende overheid, zelfs als dat de overheid neutraler zou maken.

Dit is ook vastgelegd in de mensenrechtenregels die aan de basis van onze democratie liggen. Zij zeggen dat je alleen maar mag denken aan het verbieden van religieuze vereisten als de mensenrechten van andere burgers getroffen worden. Daar lijkt in Nederland geen sprake van. Maar zelfs als er iemand vindt dat zijn rechten beknot worden door religieuze uitingen aan het stadhuisloket, dan geldt het principe van proportionaliteit: je mag alleen maar iets verbieden als de ene groep er meer in mensenrechten op vooruitgaat dan de andere erop achteruit. En ook dat geld hier gewoon niet, want een grote groep mensen gaat er met een verbod flink op achteruit, en een onbekend grote groep nauwelijks of niet.

Een verbod op religieuze uitingen zou trouwens ook discriminerend zijn. Een maatregel die neutraal geformuleerd is (“religieuze symbolen”), maar die in de praktijk vooral moslima’s het leven zuur maakt, behandelt in de praktijk verschillende groepen burgers anders. Dat heet indirecte discriminatie, en ook dat is verboden. Het feit dat de discussie vooral over hoofddoeken gaat, en dat bijvoorbeeld baarden niet ter discussie staan doet vermoeden dat discriminerende motieven een rol spelen, althans een poging om discriminerende stemmers ter wille te zijn Om het allemaal te ordenen, biedt het onderstaande schema houvast. Een verbod is in ieder geval onzin, in alle categorieën.

Waarom wordt een bijzonder kledingstuk gedragen?
Religieuze vereiste
Geen vereiste
Ook gedragen om andere redenen
Alleen religieus
Religieus symbool
Uiting van niet-religieuze mening
Voorbeeld

Hoofddoek Tulband Kruis Aids-armband



Baard Keppel Dame Ednabril



Pruik
Effect verbod:


Inbreuk op vrijheid van religie

Inbreuk vrije meningsuiting

Inbreuk op recht op werk

Discriminatie

Treft ‘onschuldigen’
? ?

Er is veel te doen, zonder te discrimineren
zoals eerder al gezegd vinden veel mensen Nederland dat we na moeten denken over een andere verhouding tussen Kerk en staat, en over de positie van religie in de samenleving. De basisgedachte daarbij moet zijn dat burgers recht hebben op een neutraal handelende overheid, dat burgers niet gedwongen worden een bepaalde religie met belastinggeld te steunen, en dat religie geen excuus mag zijn voor het grof schenden van de rechten van andere mensen. En dan lijkt de volgende lijst meer houvast bieden dan een verbod op religieuze symbolen:

  • De tekst “God zij met ons” kan zonder problemen van de 2-euromunt af
  • Er is geen enkele goede reden waarom wetten ondertekend worden “bij de gratie Gods”
  • De belastingvrijstelling van religieuze instellingen zou ter discussie kunnen worden gesteld
  • De winkeltijdenwet zou kunnen worden geschrapt, of in ieder geval kun je winkels op zondag vrij open laten zijn
  • De overheid zou minder of geen geld aan religieuze scholen kunnen geven (een kansloos voorstel)
  • Het luiden van de kerkklokken voorafgaand aan de mis op zondag is een inbreuk op de privacy van mensen die graag een rustige zondagochtend hebben
  • Het verwijderen van de voorhuid van minderjarigen kinderen is een enorme schending van het recht om over je eigen lichaam te beslissen, het recht om seks te beleven op de manier die je zelf wilt, en het recht om geen pijn aangedaan te worden. Een verbod op jongensbesnijdenis zonder verdoving en onder de 12 of 16 jaar lijkt dan ook een veel redelijker afweging tussen mensenrechten en de vrijheid van godsdienst dan de huidige praktijk.

Nu even niet
Een verbod op religieuze symbolen bij de overheid is geen antwoord op een serieus maatschappelijk probleem. Als er al een probleem is met een niet-neutrale overheid, wordt dit niet opgelost door een verbod op religieuze symbolen. En een dergelijk verbod zou grote groepen mensen onze maatschappij flink beperken in hun levensgeluk en rechten. Juist groepen die het momenteel moeilijk hebben, nu Geert Wilders feitelijk in de regering zit. Dat maakt de vraag terecht waarom dit voorstel nu door de VVD gedaan is. In mijn eerdere bijdrage ga ik daar verder op in, maar ik volsta hier met de vaststelling dat het feit dat de regering geleid wordt door de VVD betekent dat deze partij de schijn tegen heeft. En dat betekent dat andere partijen voorzichtig moeten zijn in deze discussie, en het zou een reden zijn om een op zich nuttige discussie over de scheiding tussen kerk en staat even een jaar of 10 te laten wachten. Als de roeiboot aan het schommelen is, moet je niet opstaan.

Te gast in Premtime, of: wat wil de VVD nou echt?

Uw dienaar was afgelopen maandag te gast in het radioprogramma Premtime op Radio 1, dat wordt uitgezonden vanuit een bus die deze keer in Amsterdam-West stond. Het thema was de scheiding van kerk en staat, en ik moest de stelling verdedigen dat je hoofddoekjes op het stadhuis niet moet verbieden. De presentatrice Ebru Umar is een feminist van Turkse afkomst, en ik moest in debat met Patrick van Schie, de directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD. Dat beloofde dus wat.

Het werd een teleurstelling. Ebru gaf in het gesprek voor de uitzending al aan dat ze vindt dat vrouwen die een hoofddoek dragen gek zijn, en dat ze onder dwang staan. Eigenlijk wil ze dus een totaal hoofddoekverbod, wat haar toch een beetje buiten de rechtsorde plaatst. Dat kan natuurlijk niet in een vrij land. Ze wilde niet het verschil zien tussen hoe burgers met elkaar omgaan (ze mogen elkaar best zeggen dat een hoofddoek dom is) en hoe de overheid met burgers om moet gaan (die kan niet zomaar alles verbieden). En ook de manier waarop ze zich gedroeg viel nogal tegen. Later gaf ze overigens via Twitter aan dat ze niet netjes was geweest tegen de ‘überheilige, radicale GroenLinkser’.

In datzelfde GroenLinks dacht men trouwens vijf jaar geleden ook dat hoofddoeken slecht waren, maar het grote aantal Happy Hoofddoekdragers die je tegenwoordig overal tegenkomt heeft dat veranderd. Grappig genoeg voldeed de hoofddoekdragende vrouw die even de bus in kwam lopen, Nora, precies aan dat geemancipeerde beeld. Hoe hard Ebru het ook probeerde, het lukte haar niet een bewijs te vinden dat deze vrouw ongelukkig wordt door de hoofddoek. Ze is vlot gebekt, heeft een leuke baan, combineert dat met een huwelijk met drie kinderen, en beschouwt de hoofddoek als een prettige uiting van haar identiteit. Weer eens een bewijs overigens dat de positie van etnische minderheden in Nederland snel beter wordt, wat allerlei goedbedoelende integratiehulp of juist kwaadbedoelend geklaag allebei in veel gevallen tot onzin maakt.

Of de VVD met haar oproep om overheidsdienaren te dwingen zonder religieuze kleding te werken het goed of slecht bedoelt, werd niet duidelijk. Patrick van Schie, een vriendelijke en intelligente man met een lange lijst publicaties achter zijn naam, kwam deze keer niet verder dan te herhalen dat de overheid zich neutraal naar burgers moet opstellen. Het andere punt dat hij maakte, dat de overheid niet moet willen kiezen wat wel of niet een religie is (hindoeïsme wel, New Age niet), was “dead on arrival”. Het is namelijk nogal moeilijk om de kerk en de staat te scheiden als je niet weet wat wel en niet kerk is. En als hij bedoelde dat de staat moet doen alsof geloof gewoon een mening is, dan kun je geloofsuitingen natuurlijk ook niet meer verbieden. Want dat zijn dan gewone meningen, en die wil de VVD hopelijk niet verbieden.

In een artikel in de NRCnext en op dit blog wees ik er al op dat een verbod op religieuze kleding een volkomen onredelijke afweging van belangen is. En het ergste is dat een dergelijk verbod geen probleem oplost, want mij is niets bekend van grote ontevredenheid onder de bevolking over een pro-religie-overheid. Het feit dat de VVD dit nu toch ter sprake brengt, roept de vraag op of er sprake is van kwade bedoelingen, bewust of onbewust. Kwade bedoelingen die misschien ingegeven zouden zijn door hun wens om het politieke spectrum ter rechterzijde af te dekken, waar de meeste kiezers denken dat islam en democratie niet goed samengaan.

Er is in Nederland een politieke beweging die hoofddoeken niet wil verbieden vanwege ingewikkelde staatsrechtelijke principes, maar simpelweg om vreemde kledij uit het straatbeeld te weren en moslims te marginaliseren of wegpesten. Een discussie aanzwengelen die in de praktijk over hoofddoeken gaat zal bij de gemiddelde burger een knop indrukken dat er weer iets mis is met moslims, een geluid dat in de media en politiek maar al te vaak te horen is. Politieke partijen die dus in 2011 de rechten van moslims ter discussie stellen, zijn (tenzij het om grote problemen gaat) ofwel van kwade wil, of politiek autistisch. Het feit dat door VVD-Kamerlid Jeanine Hennis meteen maar even de vrijheid van godsdienst op de vuilnishoop werd gegooid, doet het eerste vermoeden. Want ook Geert Wilders wil van de vrijheid van godsdienst af, omdat die deze beweging in de weg zit bij discriminerende maatregelen tegen moslims.

Een tweede aanwijzing dat er bij de VVD andere bedoelingen mee spelen, is dat discussie over een nieuwe verhouding tussen kerk en staat voorbeelden worden gebruikt die moslims betreffen, met de impliciete boodschap dat de islam een bedreiging is voor onze vrijheden. De VVD had ook kunnen wijzen op het feit dat er op de 2 euromunt “God zij met ons” staat, of dat wetten worden ondertekend “bij de gratie Gods”. Enorme hoeveelheden belastinggeld worden besteed aan christelijke scholen en aan belastingvrijstelling van kerken. En iedere dag worden weerloze jongens van hun kostbare penisvoorhuid beroofd. Dat is een enorme schending van de kinder- en mensenrechten, het meest bij joden waar het vaak zonder verdoving en met een wankele theologische onderbouwing wordt gedaan. Een goedbedoelende partij die een serieuze discussie wil over kerk en staat zou die veel grotere problemen, die ook nog veel makkelijker op te lossen zijn, als voorbeelden gebruiken.

De laatste aanwijzing dat de VVD eerder uit is op politiek gewin dan een open discussie zijn de uitlatingen en daden van haar politici in het afgelopen jaar. Het keiharde verkiezingsprogramma van de VVD uit 2010 beschouwt immigratie uit niet-westerse landen als onwenselijk, en impliciet dus ook de migranten die hier al wonen. Premier Rutte gaf onlangs aan dat zijn doel is om “Nederland aan de Nederlanders terug te geven”, en hij verklaarde de multiculturele samenleving als een begraven experiment. Eerder had hij aangegeven dat immigranten ons land op cultureel en filosofisch gebied niets te bieden hebben. En dan is er natuurlijk het enthousiasme van de VVD voor samenwerking met de anti-migrantenbeweging van Geert Wilders, en de vele direct of indirect discriminerende maatregelen in het regeer-/gedoogakkoord, vrijwel allemaal gericht op migranten in het algemeen of moslims in het bijzonder.

Het is daarom te hopen dat de VVD en andere partijen deze nutteloze en gevaarlijke discussie gauw afsluiten. En als dat niet gebeurt, dan kan de VVD alleen maar recht doen aan haar liberale principes door alle gebieden waar religie en staat overlappen ter discussie te stellen, en zich te richten op maatregelen die een echt probleem aanpakken, en waar ingrepen  dan ook echt een positief effect kunnen hebben.

De tienerjaren van een democratie

Bezorgde geluiden over de toekomst van ons land horen we sinds de zomer van 2010 niet alleen meer uit de mond van Wilders, maar juist ook van zijn critici. Wilders zou een gevaar voor de rechtstaat zijn, en half serieus wordt de nieuwe regering ook wel “Bruin-1” genoemd. Tegelijkertijd is er veel opluchting dat het regeer-/gedoogakkoord veel minder ver gaat dan Wilders wil. Voor Nederlandse moslims zal een normaal leven onder premier Mark Rutte goed mogelijk blijven. Maar met de voorlopig onstuitbare groei van de PVV in de peilingen, is de vraag of dit ooit anders wordt. Politici kijken zelden vooruit,  maar we hebben met de financiele crisis weer eens geleerd dat veranderingen heel onverwacht kunnen komen, heel snel kunnen gaan, en hele grote gevolgen kunnen hebben. Waar gaat dit heen de komende 10 jaar?

Het wilde scenario

Het meest vergaande scenario is dat Wilders op een dag dankzij een PVV-meerderheid alleenheerser wordt, wat ongetwijfeld het onmiddellijke einde van de democratie zou betekenen. De kans daarop is klein. In de Nederlandse politieke geschiedenis heeft nog nooit een partij de meerderheid gehad, en dit is in het huidige verdeelde politieke landschap onwaarschijnlijker dan ooit. In ons welvarende land ontbreekt de voedingsbodem voor een revolutie of een massale verschuiving van steun naar een “sterke man”. En Wilders is geen militarist. De makkelijke vergelijkingen die worden gemaakt met de Duitse jaren ’30 gaan daarom mank.

Maar het is niet helemaal uit te sluiten dat Wilders het grootste deel van de macht naar zich toetrekt. De kans daarop zou zeker groter worden na een grote terroristische aanslag in het westen, zeker als dat in Nederland is. Ook is er nog steeds een serieus risico op een tweede economische neergang, die gezien de beperkte overheidsreserves op een depressie uit zou kunnen lopen. En de huidige onrust in de Arabische wereld maakt het niet onmogelijk dat honderdduizenden vluchtelingen op Europa afgekomen. En dan zijn er nog de ”unknown unknowns”, zoals Rumsfeld ze noemde: bijna alle grote politieke gebeurtenissen zag niemand aankomen.

Doorsukkelen

Er is natuurlijk een goede kans dat Nederland op de ingeslagen weg voortgaat. De PVV bereikt op een gegeven moment een plateau of wordt weer kleiner, maar waarschijnlijk blijven de meeste partijen een harde koers varen tegen immigratie en criminaliteit, en een bemoeizuchtige koers qua integratie. Deze koers zijn ze immers niet ingeslagen uit angst voor Wilders, maar uit overtuiging. Misschien kunnen dan alle toekomstige maatregelen samen het leven voor bepaalde bevolkingsgroepen moeilijker maken dan nu, en het is ook goed mogelijk dat discriminatie op straat en op de werkvloer nog toeneemt. Maar in dit scenario verandert er voor de meeste burgers uiteindelijk weinig. Een tijdreiziger die naar 2020 reist zou Nederland nog goed herkennen.

Terug naar vroeger

Misschien ontstaat er in Nederland een tegenbeweging waarin politici en stemmers zich gaan realiseren dat al die strengheid meer kost dan dat ze oplevert. De vaak harde maatregelen die in de afgelopen jaren zijn genomen tegen immigratie (en voor integratie) worden dan deels weer teruggedraaid. Nederlanders kunnen dan weer vrij trouwen met wie ze willen en asielzoekers worden ruimhartig binnengelaten. Het aantal telefoontaps wordt teruggebracht tot een internationaal gebruikelijk niveau, en ouders kiezen vrij een school voor hun kind. Eigenlijk een liberaal reveil dus. Maar tenzij het beleid van Rutte-1 of -2 tot internationale boosheid en bijvoorbeeld boycots leidt, lijkt het voorlopig onwaarschijnlijk dat een consensus ontstaat die de teugels weer laat vieren.

Wilders aan de macht

Er is een vierde scenario. Het is waarschijnlijk dat er na de volgende verkiezingen wederom een rechtse meerderheid is. CDA en VVD kunnen na deze formatie niet gauw meer met principiële bezwaren komen tegen samenwerking met Wilders, en zeker niet als men al jaren gewend is aan de samenwerking. De al lange tijd in de peilingen stabiele CDA/VVD/PVV/SGP meerderheid van rond de 80 zetels zal ook niet gauw onder de 76 dalen. En een doorgroei van de PVV naar 35 of meer zetels lijkt ook zeer goed mogelijk, waarmee dan CDA en VVD zouden worden ingehaald. Een laatste blokkade zou het staatshoofd zijn, maar het lijkt er sterk op dat koning Willem IV minder principieel zal zijn dan zijn moeder. De kans dat Wilders nog invloedrijker dan nu of zelfs premier wordt is dus misschien wel veel groter dan velen denken. Zelf heeft Wilders daar wel zin in, zei hij laatst.

Hoe zou een volgende rechtse regering eruit zien? PVV en de VVD, geholpen door het CDA, willen nu al een aantal mensenrechtenverdragen en -wetten aanpassen of opzeggen om ruimte te scheppen voor de gewenste maatregelen. Op zich kan het heronderhandelen van verdragen een onderdeel zijn van een normaal democratisch proces. Zonder de EU en de euro zijn we gewoon een soort Noorwegen. Maar Wilders-1 (of zelfs een Rutte-2) zal aanpassingen willen in regels die wel degelijk het hart van de democratie vormen. De VVD heeft in 2010 al opgeroepen tot aanpassingen in het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), en recent tot het schrappen van de vrijheid van godsdienst. De vrijheid van onderwijs en meningsuiting en het recht op nationaliteit, privacy en gezinsvorming zullen ook al gauw onder druk komen. En zonder VN-vluchtelingenverdrag en VN-kinderrechtenverdag staan we alleen in Europa, en zelfs in de hele wereld.

Nog zorgwekkender is het risico dat onder Wilders de overheid haar eigen regels steeds meer zal gaan negeren. Het heronderhandelen of opzeggen van grondwetsartikelen en internationale verdragen kost jaren en lukt niet altijd. Wilders zal resultaten moeten laten zien aan de achterban. De kans is dan groot dat maatregelen volgen die in strijd zijn met de Grondwet en internationale verdragen. Een totale immigratiestop buiten de EU, een bouwstop voor moskeeën en islamitische scholen, en het vasthouden van verdachten zonder aanklacht lijken goed mogelijk.

Ook de pers en linkse activisten zullen het al gauw te verduren krijgen. Voor Wilders is alles politiek, en hij denkt ook dat andere mensen er ook zo over denken. Dagbladen, tijdschriften, televisie, blogs, kunst, verenigingen, stichtingen, kortom eigenlijk het hele maatschappelijke middenveld zal de schijn tegen hebben. Het zou kunnen dat premier Wilders zich beperkt tot scheldpartijen tegen mensen en organisaties die hem niet zinnen. Waarschijnlijker is het dat ze ook “aangepakt” zouden worden. Rob Wijnberg schreef hierover een goed artikel in de NRCnext, waarin hij het heeft over het begrip “de totalitaire democratie”.

Andere partijen deden het voorwerk al

Veel serieuze tegenwerking van andere partijen is misschien niet te verwachten. In de afgelopen jaren zijn al maatregelen genomen door CDA, PvdA en VVD die op gespannen voet stonden met mensenrechtenregels. Er werden bijvoorbeeld strenge eisen gesteld aan gezinsvorming buiten de EU, en minderjarige asielzoekers moeten soms de gevangenis in. Nederland is al veroordeeld voor deze en andere mensenrechtenschendingen. Toenmalig minister Hirsch Ballin (geen PVV-fan) schrapte niet onmiddelijk de maatregelen, maar “bestudeerde” de uitspraken. Ook linkse partijen hebben regelmatig harde of zelfs stigmatiserende woorden over voor  minderheden of de islam. Alle harde maatregelen konden worden ingevoerd zonder merkbaar protest, wat bevestigt dat er een consensus is voor hard beleid.

Het is dus lang niet zeker dat toekomstige maatregelen op verzet van burgers zullen stuiten, zeker als alleen etnische minderheden het doelwit zijn. En Nederlandse rechters bieden weinig bescherming, omdat zij (vrijwel uniek in het Westen) eventuele discriminerende wetten niet mogen schrappen. Als alleen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verantwoordelijk wordt voor de mensenrechten in Nederland, leidt dat al gauw tot uittreding uit de Raad van Europa. Een proces dat al in gang is gezet door commentatoren als Thierry Baudet, die Europese de uitspraken van het Hof niet als een beschaafd proces van mensenrechtenhandhaving beschouwen, maar als inmenging.

… en dan kan het snel gaan

Het zal voor een regering onder Wilders dus niet alleen noodzakelijk maar ook relatief makkelijk zijn om de grenzen van overheidsoptreden op te rekken. De eerder genoemde mensenrechten kunnen dan snel onder druk komen te staan, maar ook ligt dan uiteindelijk willekeur op de loer. Het startschot hiervoor is gegeven door Mark Rutte, die belooft geweld tegen inbrekers vaak niet te gaan straffen, en door Wilders, die voortdurend de rechterlijke macht ondermijnt. Misschien gaat de politie bepaalde bevolkingsgroepen op straat hard aanpakken, misschien worden onwelgevallige imams het zwijgen opgelegd, of misschien worden kritische journalisten of activisten geintimideerd. Het is denkbaar dat dit gebeurt zonder dat hier expliciet nieuwe regels voor zijn opgesteld, en allemaal in een land waar de overheid ook enorm kan ingrijpen in levens van burgers. Want de bevoegdheden en aantallen van AIVD en politie, en de hoeveelheid informatie die de overheid heeft over burgers, zijn uniek in de wereld.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een vage schets van de mogelijke veranderingen in ons land als de macht van Wilders verder toeneemt, of als het repressieve gedachtegoed nog meer gemeengoed wordt. Het is ook lang niet zeker dat Wilders ooit premier wordt, of dat hij dan zijn gang kan gaan. Maar de kans is verre van afwezig, en veel voorwerk voor de ontrafeling van een deel van onze vrijheden is al gedaan. Om het Nederland van 2010 de tienerjaren door te helpen, is dus alle waakzaamheid broodnodig bij iedereen die houdt van de de liberale democratie.

Hoofddoekjesverbod in stadhuis onliberaal

Het VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert stelde afgelopen dinsdag dat de overheid religieus neutraal moet zijn, en dat je dus ook in het gemeentehuis als burger niet moet worden geconfronteerd met mensen die religieuze symbolen dragen. Ook kan wat haar betreft de vrijheid van godsdienst uit de wetboeken worden gehaald, omdat andere rechten zoals de vrijheid van vergadering en meningsuiting al genoeg ruimte zouden bieden voor gelovigen om hun geloof te belijden. Maar ironisch genoeg laat juist haar poging hoofddoekjes in bepaalde gevallen te verbieden zien hoe belangrijk de vrijheid van godsdienst is.

Voor- en tegenstanders van hoofddoeken worstelen altijd met de vraag of een hoofddoek een religieuze vereiste is of een culturele traditie. De meeste dragers van een hoofddoek maken zich over dat onderscheid geen zorgen, maar voor politieke keuzes is het onderscheid essentieel. Vaak dragen mensen (ook niet-moslima’s) een hoofddoek omdat ze dat netjes vinden, omdat hun familie of vrienden dat ook doen, of omdat ze zich gewoon prettig voelen met een hoofddoek. Dan valt het dragen van een hoofddoek niet onder de vrijheid van godsdienst. Maar het is in dit geval dus ook geen religieuze uiting, en er is geen reden het te verbieden in het stadhuis of waar dan ook.

Er zijn ook veel vrouwen die een hoofddoek dragen omdat ze dit als een islamitische religieuze vereiste beschouwen. Deze vrouwen voelen zich niet alleen onprettig als ze hun haar laten zien in het openbaar, maar ook zondig. In dit geval is het dragen van een hoofddoek natuurlijk niet religieus neutraal. Maar juist bij deze mensen is het verbieden van hoofddoekjes onredelijk en in de praktijk discriminerend. Want het effect van het verbieden van hoofddoekjes zal alleen maar zijn dat deze vrouwen niet meer bij de overheid kunnen en zullen werken. En dat moet zwaarder wegen dan het verlangen van sommige burgers om op het stadhuis geen enkele uiting van religie te zien.

De Sikhs
Een voorbeeld uit een ander geloof maakt dit punt misschien helder. In Groot-Brittannie wonen zo’n 500.000 Sikhs, een uit India afkomstige bevolkingsgroep met een geheel eigen geloof. Als gelovige Sikh-man mag je expliciet de deur niet uit met zichtbaar haar; daarom dragen ze altijd een tulband. Omdat ook deze mannen het recht hebben geld te verdienen, mogen ze in alle beroepsgroepen hun tulband dragen. Zelfs de politie en het leger hebben speciale helmen voor tulbanddragers. Aan de kogelvrije tulband wordt gewerkt.

Ook in Nederland zijn er minstens 10.000 Sikhs. Dat is misschien niet genoeg voor speciale helmen, maar het toont wel aan dat een verbod op religieuze hoofddeksels onredelijk is en mensen rechten afpakt. Want zelfs als er bij moslims discussie mogelijk is over of een hoofddoek een religieuze vereiste is, is dat bij Sikhs niet zo.

Er zit overigens ook een tegenstrijdigheid in het betoog dat de godsdienstvrijheid weg mag, maar dan wel in het stadhuis een onderscheid maken tussen religieuze uitingen en andere meningsuitingen. Mevr. Hennis wil klaarblijkelijk dat de staat doet alsof godsdienst niet bestaat. Maar waarom mogen sommige meningen dan wel geëtaleerd op het stadhuis, en andere niet? Het niet dragen van een stropdas kan een protest zijn, net als het dragen van een bepaald armbandje. Mevr. Hennis zelf geeft met haar uiterlijk aan dat zij vindt dat vrouwen in het openbaar aanlokkelijk gekleed mogen zijn; dat is ook een mening die niet iedereen heeft. Het zou misschien mooi zijn als burgers volkomen neutrale stadhuismedewerkers zien, maar dat is dus onhaalbaar tenzij we uniformen invoeren, in combinatie met een vast kapsel en voorgeschreven gezichtsbeharing. Eigenlijk de jaren ’30 weer terug dus, toen kortgeknipte mannen in grijze pakken het beeld bepaalden.

De vrijheid van godsdienst
De vrijheid van godsdienst heeft in een democratie grote meerwaarde, en staat daarom ook in alle democratische grondwetten. Godsdienst is geen gewone mening. Het is een allesomvattend wereldbeeld dat je meestal deelt met je familie en vrienden, en dat vaak dwingende regels oplegt. Een ongelovige zal er daarom minder last van hebben als hij op een bepaalde dag niet mag demonstreren dan een gelovige die dingen niet mag doen die van zijn geloof wel moeten.

Zonder godsdienstvrijheid kan het ook niet gegarandeerd worden dat mensen vrij hun geloof kunnen belijden. Het maakt het makkelijker om hoofddoeken of moskeeën te verbieden, met als gevolg dat mensen geen normaal leven kunnen leiden. De vrijheid van godsdienst is daarom essentieel voor een maatschappij met gelijke kansen en de vrijheid om te zijn wie je wilt, en ook voor liberalen een verworvenheid.

Een VVD-fractie die dat op wil heffen doet de naam liberaal geen eer aan. Al helemaal niet in het licht van de samenwerking van de fractie met een beweging die de basis van onze democratie, de gelijkheid voor de wet, wil opheffen. En die hoofddoekjes uit het openbare leven wil verwijderen in een poging een hele bevolkingsgroep te assimileren, intimideren of wegpesten. Het is aan Mevr. Hennis om uit te leggen of zij zich bewust is van de risico’s van opnieuw hoofddoekjes ter discussie stellen. Of misschien signaleert het interview definitief een koerswijziging van de VVD richting conservatief nationalisme, die past bij  uitspraken van premier Rutte dat de multiculturele samenleving begraven is, en dat dit een judeo-christelijk land is. Moge die God ons behoeden!