Voetballen met een leeuw

Hoe de verdediging van Wilders als een boemerang terug kwam

Dit artikel verscheen iets ingekort gisteren op Joop.nl.

In de afgelopen weken hebben Geert Wilders en zijn PVV voorgoed afgedaan als vermeende voorvechters van het vrije woord. De ene na de andere lezing of popconcert werd gecensureerd, oprechte critici wordt verweten op te roepen tot politieke moord, en in Canada werden afgelopen maandag zelfs de aantekeningen van een journalist afgepakt toen Wilders daar een speech wilde geven. Als CDA en VVD Wilders wilden matigen met kabinetsdeelname dan is dat niet gelukt. Maar ook de koers waar Femke Halsema GroenLinks op zette is failliet.

Eén van de meest wonderlijke taferelen in het spannende politieke jaar 2010 was het afscheid van Femke Halsema. Ze had als afsluiting van een glansrijke carrière uit allerlei groene of sociale onderwerpen kunnen kiezen, maar besloot om ervoor te pleiten dat de wet moet worden veranderd om Wilders ook buiten het parlement absolute spreekvrijheid te geven. Het past in de aanpak van de afgelopen jaren, waarin de GroenLinks-top een hartstochtelijk bestrijder was van de discriminatierechtszaak tegen Wilders. Halsema vindt dat het politieke debat aan kwaliteit wint als het scherp gevoerd wordt, en ze wilde voorkomen dat Wilders als een buitenstaander zou worden behandeld. Zo zou Wilders zich matigen en niet te populair worden.

Die aanpak is hooguit deels succesvol geweest, om het maar zo te zeggen. Maar het heeft ook een spoor van vernieling in de partij getrokken. Maar liefst 98% van de GroenLinks-stemmers uit 2006 steunden de vervolging van Wilders. Meerdere keren werd zelfs na het besluit van het Hof kritiek geuit op de rechtszaak, waarmee de fractie onvoorzichtig omging met de rechterlijke onafhankelijkheid en het aanzien van de rechterlijke macht. De tegenstand tegen de zaak ging uiteindelijk zo ver dat een van de stuwende krachten in de aanklachten tegen Wilders, ex-lijsttrekker Mohammed Rabbae, in 2010 de partij uitgejaagd is.

Ondertussen sloot GroenLinks zich zelfs aan bij het anti-islamkoor. Halsema en het partijbestuur vinden dat “de islam” slecht is voor homo’s en vrouwen, wat op zijn best analytisch lui en generaliserend is, en op zijn slechtst bijdragend aan het haatklimaat tegen migranten. Dat laatste geldt zeker voor de harde woorden die Halsema over had voor vrouwen die een hoofddoek dragen, nog gematigd in de pers maar niet in privégesprekken. GroenLinksers kwamen ook niet meer spreken bij de vele demonstraties tegen het gedachtegoed van Wilders. Het leidde allemaal tot veel onrust in de partij. Onrust die misschien zelfs een rol bij Halsema’s vertrek speelde.

Aan de basis van de houding ten opzichte van Wilders stond de gedachte dat hij een legitieme mening heeft die hij moet kunnen uiten in een debat. We wisten al dat Wilders veel grondrechten wil schrappen, maar hoopten dat hij hield van het democratische spel. Het is nu voor iedereen die niet ligt te slapen duidelijk dat Wilders geen behoefte heeft aan een democratisch debat, dat hij geen mening uit die die naam verdient, en dat hij critici monddood wil maken door gebruik te maken van zijn podium en macht. Hij speelt het spel niet om het te winnen, maar om het kapot te maken. Politici die iets anders dan zijn veiligheid verdedigen dragen dus alleen maar bij aan de ontrafeling van ons democratisch bestel.

Een veelgehoord argument (van o.m. Halsema en politicoloog Meindert Fennema) is dat mensen die Wilders niet de volle meningsuitingvrijheid gunnen niets beter zijn. Dat slaat de plank volledig mis. Iedereen gunt Wilders dezelfde vrijheid om meningen te uiten die we allemaal hebben. Als dat voorbij de overal bestaande wettelijke grenzen van discriminatie, haatzaaien of belediging heengaat, beslist de rechter over ons lot, maar dan moet hij wel z’n werk in rust kunnen doen. En er is natuurlijk ook de asymmetrie dat de Wilderscritici de fragiele democratie willen beschermen, en Wilders hem ontmantelen. Ieder staatsbestel mag zichzelf verdedigen.

De machtsoverdracht aan Jolande Sap biedt de kans om de GroenLinkse aanpak te normaliseren. Er zijn inderdaad ook signalen dat Sap kritischer staat tegenover Wilders en Rutte dan haar voorganger. Ze heeft bijvoorbeeld recent op TV gezegd dat Wilders belangrijke rechten wil schrappen, en ze nam flink stelling tegen de oproep van de VVD om het mensenrechtenhof in Straatsburg aan banden te leggen. Veel was het niet, maar er is nog hoop dat GroenLinks weer de natuurlijke hoofdrol zal opeisen in de bestrijding van racisme en uitsluiting. Daarmee win je stemmen, maak je je leden enthousiast, maar vooral stop je de betonrot in ons staatsbestel.

Wilders gooit open brief in prullebak

De ironie van hypocrisie: naschrift. Dit artikel verscheen eerder vandaag op joop.nl.

Afgelopen zondag publiceerde Joop.nl een artikel waarin ik mijn woede uitte over de afgelasting van de Arondéuslezing op verzoek van de PVV. Omdat er nu klaarblijkelijk een taboe is om te praten over het taboe om te praten over De Oorlog, wilde ik een democratische daad stellen door de meest consequente Oorlogsvergelijking te maken, namelijk met Adolf Hitler. De beste vergelijking doe je in een tabel, en daarin was er een verontrustend grote overlap in het denken en praten van Geert Wilders met de grote boeman uit het verleden. Er zijn ook enkele belangrijke verschillen (die je trouwens ook niet kunt vinden zonder een vergelijking!). Daarom hield ik me ver van beledigende bewoordingen over Wilders, zoals andere commentatoren dat wel hebben gedaan.

Omdat die nuance voor veel mensen moeilijk te begrijpen is, en omdat de tabel toch wel erg frappant is, was het een drukke en enerverende week. Heel veel mensen waren tegelijk geschrokken en blij over het artikel. Commentatoren als Bas Heijne en Paul Wilders namen er afstand van, ondanks de analytisch-satirische toon en inhoud. Geert Wilders zelf voelde zich genoodzaakt de frasen “ziekelijke demonisering” en “de kogel van links” in te zetten, waarmee hij mij beschuldigt bij te dragen aan een klimaat dat tot een moordaanslag op hem zou kunnen leiden. Omdat meerdere politici en commentatoren die zich pittig tegen Wilders opstellen bedreigd zijn, dragen die woorden een zware lading. Ik voel me dus niet helemaal veilig meer. De opmerking van Wilders op TV dat ik “mezelf maar uit de nesten moet helpen” heeft me niet geruster gemaakt.

Ik besloot de hatelijke reactie van Wilders een positieve draai te geven door hem een open brief te sturen. Daarin vroeg ik hem hoe zijn voorstellen zijn te rijmen met een democratisch bestel. Ook ben ik zeer benieuwd naar de grenzen van zijn dadendrang: wat is voor hem tè extreem? Ik verwachtte geen antwoord, wat nogmaals zou bevestigen dat Wilders niet geïnteresseerd is in een inhoudelijk debat.

Maar er kwam wel een reactie, in PowNews afgelopen vrijdagavond. Wilders had de brief “in de prullenbak gemieterd”. Hij erkende dus de brief te hebben gekregen en op zijn minst gedeeltelijk gelezen, maar geen enkele belangstelling te hebben in het geven van antwoorden. Misschien dat hij daarmee zijn achterban aanspreekt, maar de rest van Nederland geeft dit toch te denken. Al met al een slechte beurt, zelfs voor Wilders.

Maar de echte doelgroep van het eerste artikel en de brief was natuurlijk het politieke midden (tot en met centrum-links). Al meer dan 10 jaar lang wordt daar slap en onterecht optimistisch gereageerd op het xenofobe gevaar. Femke Halsema gaf dit in 2009 op televisie toe, en ging daarna gewoon weer verder op de ingeslagen weg. Wilders’ voorstellen werden “onverstandig” genoemd, maar zelden gevaarlijk of ondemocratisch. Het heeft niet gewerkt. Het midden schoof op naar een harde aanpak van migranten, wat Wilders nog verder naar het extreme dwong. Men deed daarna alles om de rechtszaak wegens haatzaaien en discriminatie te torpederen. Dat geeft Wilders een vrij podium en ondermijnt de rechterlijke macht. En meer recent wordt de PVV als een normale partij behandeld, wat nu zelfs tot regeringsdeelname heeft geleid.

Zo wordt het extreme al gauw gewoon. Een “liberale” partij ging enthousiast in zee met de PVV. De andere partner, het CDA, was in 2010 opgelucht dat de vrijheid van godsdienst (althans voor christenen) niet zou worden aangetast en noemde het regeer-/gedoogakkoord “christendemocratisch” en “rechtsstatelijk”. Een bijzondere benaming voor een deal met de VVD en Wilders die op tientallen punten tegen grondwettelijke en internationale regels ingaat, en die asielzoekers, gezinsvormers en moslims in de kou laat staan. Het beste wat de oppositie heeft kunnen bedenken als reactie zijn aanklachten van “symboolpolitiek” en meezingen in het anti-moslimkoor. Van morele verontwaardiging en beschuldigingen van afbreuk van de rechtsstaat is bijna geen sprake. En van het besef dat onze democratie misschien wel in een overlevingsstrijd zit ook niet.

Nederland, word wakker.

Boerkaverbod dubbel fout

Een kortere versie van dit artikel verscheen op donderdag 28 april in NRCnext.

Afgelopen vrijdag betoogde Colin van Heezik in NRCnext dat Frankrijk terecht de boerka in de ban doet. Hij heeft gelijk als hij zegt dat je niet een racist hoeft te zijn om de boerka te willen verbieden. Maar het moet je wel aan gevoel voor praktijk en proportie ontbreken.

In Nederland zie je maar heel zelden een boerka, maar ik kom regelmatig in het Oostenrijkse Zell am See. In de afgelopen jaren is dat een zomerkolonie voor mensen uit de Golfstaten geworden. Je komt er dus voortdurend vrouwen in niqaab tegen. Hoe vaak ik het ook zie, ik vind het nog steeds raar dat mensen zo rondlopen, en al helemaal in die omgeving natuurlijk. Ik kan me de gevoelens van mensen dus goed voorstellen van mensen die gewoon geen boerka’s willen zien. Maar de afschuw van burgers over het gedrag van andere burgers is geen reden om iets te verbieden. Daarvoor zul je met argumenten moeten komen dat het gedrag de mensen zelf of andere mensen schaadt.

En dat argument valt niet met droge ogen te maken. In de eerste plaats de praktijk. Een boerkaverbod lost niets op. Er zijn bijna geen vrouwen die een boerka dragen, en de vrouwen die op straat geen boerka meer mogen dragen zullen niet anders behandeld worden door hun mannen of familie. Want een  boerkadragende vrouw met een conservatieve en dominante man zal door een boerkaverbod niet vaker maar minder vaak op straat komen, en als hij haar mishandelt zal dat ook niet stoppen. Ook zullen dit soort maatregelen mensen juist verharden in hun ouderwetse gedrag. Op basis van (onwetenschappelijke) TV-interviews valt ook op te maken dat er meer vrouwen zijn die graag een boerka dragen dan dat er vrouwen “bevrijd” worden door een verbod. Als ze daarmee misschien een onbegrijpelijke keuze maken, is dat alleen hun probleem.

Van Heezik noemt ook het argument dat boerka’s ook als vermomming voor kinderlokkers of terroristen kunnen dienen. Het voorbeeld van de kinderlokkers laten we even waar het verdient te zijn. Maar ook bij terroristen is er geen enkele reden te denken dat onze veiligheid bedreigd kan worden door mannen in een boerka. Al is het maar omdat er heel veel alternatieven zijn voor vermomming, en je in Europa juist aandacht trekt met zo’n rare jurk.

Het verbod wordt ook onlogisch beredeneerd. In tegenstelling tot een hoofddoek is gezichtsbedekking niet vereist in de islam. Je kunt de boerka dus ook niet verbieden met een verwijzing naar het seculiere karakter van de Franse republiek. Een karakter dat overigens vooral in de verbeelding van Nederlandse hoofddoekverbieders bestaat, omdat juist in Frankrijk alle katholieke kerken in handen van de staat zijn en gratis uitgeleend worden aan de kerk (andere religies moeten hun eigen boontjes doppen). Überhaupt weet ik niet of het voorbeeld van het centralistische Frankrijk, dat al eeuwenlang de Parijse elite/meerderheidscultuur oplegt aan het hele land, navolging verdient.

Maar een boerkaverbod tast vooral de rechtsstaat aan. Een kledingvoorschrift is een enorme ingreep in de persoonlijke levenssfeer en de vrije meningsuiting, twee belangrijke grondrechten. Die mag je alleen maar aantasten om andere grondrechten te beschermen, en dat is hier niet aangetoond. Om dit op te lossen is zowel in België als in Frankrijk in de wet tegen gezichtsbedekking een grondrecht op “sociabiliteit” gecreëerd. Normaal gesproken worden grondrechten in de grondwet opgenomen, niet in een klein wetje. Zo’n recht op sociabiliteit is natuurlijk ook in tegenspraak met het klassieke recht op privacy, en als het serieus genomen wordt krijg je rare situaties. Wordt beeldbellen dan ook verplicht, of vitrage verboden? Je verplicht rechters, wetgevers en burgers er in theorie wel toe. Het is ook ironisch dat een land als België, waar om 18:00 alle rolluiken naar beneden gaan, zo makkelijk omgaat met het recht op privacy.

Een verbod op gezichtsbedekking is in de praktijk ook discriminerend, zelfs als het niet zo bedoeld is. Zowel in België als in Frankrijk is gezichtsbedekking wel expliciet toegestaan met carnaval, op de motor en bij de politie. Maar tientallen andere redenen om je gezicht te bedekken zijn nu wel degelijk strafbaar: een sjaal over je gezicht tijdens het fietsen, koudemaskers op de skipistes, een maskertje tegen de luchtvervuiling of SARS-epidemie, een lapje voor je neus na een operatie, de gezichtsbeschermer tijdens het grasmaaien, of met de motorhelm op tanken of je huis inlopen: allemaal in theorie strafbaar. In de praktijk zullen deze gevallen geen bekeuring krijgen, omdat het geen boerka is. Maar het enige wat erger is dan een discriminerende wet, is een discriminerende wet die discriminerend wordt toegepast. Dat is dubbel fout.

Het feit dat een politieke beweging die discriminatie tot het kernpunt van haar programma heeft ook hartstochtelijk voor een boerkaverbod is, zou ook aan het denken moeten zetten. De redenering van Geert Wilders is logisch: hij wil moslims wegpesten en de islam verwijderen uit de openbare ruimte. Daarbij is een hoofddoek- en boerkaverbod zeker nuttig. Dat betekent dat mensen van goede wil ervan uit kunnen gaan dat dergelijke verboden ook het effect zullen hebben dat moslims zich geïntimideerd voelen en dat hun vrijheden beperkt worden. En dat het de vreemdelingenhaters in de Nederlandse politiek extra zal stimuleren om nog verdergaande maatregelen los te krijgen. Daar moet je op zijn minst rekening mee houden.

Het is te hopen dat Nederland deze onzin bespaard blijft.

Open brief aan Wilders

Geachte heer Wilders, beste Geert,

Op paaszondag publiceerde ik op Joop.nl een artikel waarin ik een aantal politici, waaronder jij, met elkaar vergelijk. Je reageerde hierop door te zeggen dat je het artikel “ongepast” en “ziekelijk demoniserend” vindt. Ook twitterde je “VARA en voormalig GroenLinks-voorzitter spannen de zieke kroon met walgelijke hitler-vergelijking. Kogel van links?”. Hoewel ik veel ferme uitspraken van je heb meegemaakt, had ik zo’n reactie niet verwacht. Ik voel me niet helemaal veilig meer. Daarom deze open brief, waarvan ik hoop dat dat je deze zult ontvangen in de constructieve sfeer waarin die bedoeld is.

In de eerste plaats mijn artikel. Ik uit daarin mijn woede over de afgelasting van de Arondéuslezing op verzoek van iemand die namens jou gekozen is. Ik heb je daar nog geen afstand van horen nemen, ondanks je veelgehoorde pleidooi voor vrije meningsuiting. Die kritiek staat dus als een huis. Ook vergelijk ik in het artikel politici met elkaar in een tabel. Ik heb daarmee inderdaad jou en Hitler vergeleken, maar dat betekent natuurlijk niet moreel gelijkstellen. Jij vergelijkt jezelf ook met Hitler als je zegt dat je niet op hem lijkt. Ik vind je geen genocidale moordenaar. De stelling dat ik of mijn artikel ook maar iets met geweld te maken hebben, is uit de lucht gegrepen. Net als de bewering dat ik “links” ben, trouwens. Ik ben een groene liberaal.

Toen ik de tabel maakte schrok ik van het aantal verregaande plannen dat je hebt. Ik had je al in de media horen zeggen dat de gelijkheid voor de wet en een aantal andere grondrechten moeten worden afgeschaft of aangepast. Je pleit voor een rechterlijke macht onder politieke controle. Je wilt het buitenlands beleid in dienst stellen van de strijd tegen “de islam” en minder moslims. Je wilt mensen die zich niet aan “de dominante cultuur” houden deporteren. Ik ben het daar niet alleen niet mee eens, ik zie ook geen ruimte voor dergelijke maatregelen in een democratie.

Het bijzondere is dat je juist zegt de democratie te willen beschermen. Ik ben oprecht benieuwd naar je mening over hoe je plannen daarmee goed te rijmen zijn. Publiceer eens je eigen ideale Grondwet. Hoe ziet artikel 1 er bij jou uit? Vertel wat je bedoelt met “de dominante cultuur”, en hoe je zult beslissen dat iemand zich daar niet aan houdt. Hoe ga je het aantal moslims in Nederland verminderen? Hoe ziet een buitenlands beleid gericht op anti-islamstrijd er uit? Vind je het Kinderrechtenverdrag en het Vuchtelingenverdrag optioneel in een democratie? En vind je het echt “gepast” om op demonstranten te schieten, en zo ja in welke gevallen?

Maar wat mij minstens evenveel zorgen baart is wat je niet zegt. Ik weet dus niet waar je grenzen liggen, en dat schept vrees. Zou je ooit een groep mensen collectief straffen? Vind je een aanvalsoorlog in bepaalde gevallen legitiem? Is een Nederland onder jouw leiding nog lid van de Raad van Europa, en mogen mensen dan nog met een buitenlander trouwen? Je plannen vereisen ook een grote toename van de macht van de overheid over het leven van burgers, macht die bijna altijd wordt misbruikt. Welke zekerheid zul je inbouwen dat die macht niet leidt tot willekeur of corruptie? Dat bijvoorbeeld ook de door jou benoemde rechters je kunnen veroordelen als je de fout in gaat?

En dan ikzelf. Bij mij zit de schrik er flink in na je venijnige reactie gisteren. Veel vrienden vragen of ik mij nog veilig voel. Vind je zelf ook niet dat je meer ruimte voor je eigen mening opeist dan dat je die gunt voor anderen? Als je gevoel voor ironie hebt zou ik het erg op prijs stellen als je politieke tegenstanders meer ruimte laat voor een open debat. Ik zou er ook voor oppassen om de woorden “fascisme” en “nationaal socialisme” te vaak te gebruiken. En ook om politieke tegenstanders meteen links te noemen, zeker als ze verder af staan van het socialisme dan jij.

Ik zie oprecht uit naar meer inzicht in de bovenstaande vragen. Ik sluit niet uit dat ik een aantal dingen verkeerd begrepen heb. En als je in meer detail dan voorheen je ideale wereldbeeld schetst stelt dat politieke tegenstanders in staat om je afgewogen te bestrijden. Dat lijkt me in ieders belang. Kom anders gewoon vanavond in Haarlem luisteren naar de lezing van Thomas von der Dunk. Ga eens in debat met burgers die bang voor je zijn. En als je dat niet op straat wilt doen, dan maar op papier.

Dank,

Michael Blok. Ik tutoyeer je overigens in een poging de sfeer constructief te houden.

Wat nou taboe op De Oorlog?

Eerder vandaag verscheen een iets kortere versie van dit artikel op joop.nl.

Afgelopen donderdag werd de jaarlijkse Arondéuslezing in het Noord-Hollandse provinciehuis afgelast. De columnist Thomas von der Dunk wilde daarin betogen dat het juist met de opkomst van Geert Wilders jammer is dat er in Nederland tegenwoordig een taboe heerst op het noemen van “De Oorlog”. Toen de details van zijn speech bekend werden bij de organisatiecommissie hebben de CDA- en VVD-leden (na overleg met de Noord-Hollandse PVV-fractie) de lezing afgelast. De meerderheid van de commissie, statenleden van andere partijen, wist van niets. De afgelasting laat ironisch genoeg prachtig het gevaar van de PVV zien. En de altijd met de vrijheid van meningsuiting schermende PVV heeft nu een politieke tegenstander monddood gemaakt. Ironie en hypocrisie regeren dus.

 Dit vraagt om een reactie van iedereen die houdt van een open debat en die een hekel heeft aan politieke hypocrisie. Von der Dunk zelf zal op 27 april buiten bij het provinciehuis in Haarlem zijn redevoering gewoon alsnog geven, en heeft het de veelzeggende naam “Arendéus-hagepreek” gegeven. Von der Dunk zal uitleggen dat de beweging van Wilders anti-democratisch is, omdat hij rechters onder politieke controle wil plaatsen en de gelijkheid voor de wet wil afschaffen, en dat het juist met de opkomst van Wilders vreemd is dat er een taboe is op het vergelijken van de huidige situatie met de jaren voor en tijdens De Oorlog. Von der Dunk heeft daarin natuurlijk gelijk. Maar met zijn betoog draait hij wel om de hete brij heen. Want het echte taboe is natuurlijk het vergelijken van Wilders met Hitler. Dat is, zoals de Engelsen zeggen, de “elephant in the room”.

Maar als je er goed over nadenkt is er niets op tegen om politici met Hitler te vergelijken. Vergelijken betekent niet moreel gelijkstellen. Als je de meningen en daden van mensen met Hitler vergelijkt zul je meestal zien dat ze heel anders zijn dan Hitler. Een kreet als “die politicus is net Hitler” is dan beledigend en soms strafbaar. Meestal is zo’n vergelijking dus een verspilling van tijd. Maar Wilders is natuurlijk geen Mahatma Ghandi, en de afgelasting van de Arondéuslezing toont nog eens aan dat de PVV geen D66 is. En je moet ook dingen vergelijken om vast te stellen dat dingen anders zijn. Mensen die zeggen dat Wilders geen Hitler of Mussert is, zullen eerst een analyse moeten doen als ze zichzelf serieus willen nemen. Ook Wilders zelf!

Daarom is het moment gekomen om door de zure appel heen te bijten. De onderstaande tabel vergelijkt in de eerste plaats Hitler en Ghandi, die zoals verwacht heel verschillend zijn. Maar geldt dat ook voor hedendaagse politici zoals George Bush of Wim Kok? Of, waarom niet, Wilders?

Politicus Adolf Hitler, 1932* Mahatma Gandhi George W. Bush Wim Kok Geert Wilders
Partij** NSDAP Congres Republikein PvdA PVV






Doelwit van politiek activisme (‘X’) Joden Britten Terroristen Geen Moslims






Politieke ideologie




Ziet X als gevaarlijk

Ziet X als cultureel inferieur


Ziet X als genetisch inferieur



Ziet X als wereldwijd complot Deels
Geen ruimte voor goede X


Beledigende bewoordingen over X

Bestempeling religie X als ideologie


Links heult met X








Politieke wensen




Buitenlands beleid in dienst van strijd tegen X
Deels
Controle op rechterlijke macht

Deels
Verbod op bepaalde publicaties


Vermindering aantal X in land


Beperking mensenrechten X


Doel van nationale eenheid


Macht via verkiezingen bereiken






Politieke presentatie




Beschermer land tegen vreemde invloeden
Kritiek op ”oude elite”

Kritiek op cultuuruitingen van elite


Politiek symbool Arend Spinnewiel Olifant Roos Meeuw
Combinatie sociaal beleid en nationalisme


Hameren op één onderwerp

Gebruik heilig boek als bewijs slechtheid X


Vermijdt concrete voorstellen tijdens campagne

Vermijdt interviews/interactie


Actief gebruik modernste technologie in campagne








Politieke daden




Kritiseren rechterlijke uitspraken


Gebruik macht om tegenstanders monddood te maken
Deels
Beperkingen aan huwelijken X


Beperkingen X bij politie/rechterlijke macht


Corruptie



Macht binnen beweging bij leider


Komt aan de macht met hulp van niet-extreem-rechts








Politiek geweld




Dreiging binnenlands geweld tegen burgers


Gebruik binnenlands geweld tegen burgers


Gebruik buitenlands geweld tegen burgers



Invasie van andere landen



Industriële massamoord op X




Aan deze lijst kenmerken is natuurlijk wel iets af te dingen. Maar er zijn wel opvallend veel meningen en zelfs daden die Wilders gemeen heeft met Hitler. Een gelijkenis die je bij andere genoemde politici niet ziet. Dat betekent zeker niet dat Wilders het in zich heeft om een Europese oorlog te starten of moslims uit te roeien. Hij is niet de nieuwe Hitler. Maar deze analyse plaatst misschien wel nog grotere vraagtekens bij het taboe op “De oorlog” dan de gebeurtenissen rondom de Arondéuslezing. En maakt nogmaals duidelijk dat de relatief tolerante omgang van andere partijen met de PVV niet alleen van een gebrek aan historisch besef getuigt, maar ook van een gebrek aan logica en ruggengraat.

* Voor Hitler zijn de meningen en daden in 1932 weergegeven. Dit omdat de ergste daden van Hitler gepleegd zijn tijdens (en mogelijk werden door) de dictatuur en De Oorlog; een situatie die de andere politici nog niet hebben meegemaakt.

** Niet iedereen vindt dat de PVV een partij is. Er zijn immers geen andere leden dan Geert Wilders.

Zeg het met kogels of benzine

Dit artikel verscheen ook op 21 april op http://www.dejaap.nl.

Vandaag was de herdenking van de moordpartij van Tristan van der Vlis in Alphen aan de Rijn, vorige week zaterdag. Een paar dagen eerder had Kambiz Roustayi, een Iraanse asielzoeker, zichzelf op de Dam in brand gestoken. Hij overleed later in het ziekenhuis. Zowel de daad zelf als de reactie daarop hebben veel overeenkomsten waar belangrijke lessen uit kunnen worden getrokken. Lessen die tot nu toe geen aandacht krijgen, waarmee we een grotere kans op herhaling riskeren.

Beide daders woonden in Alphen, en hun daden komen allebei neer op zelfmoord. Dat zijn op zich oppervlakkige overeenkomsten. Maar er is ook een meer opvallende gelijkenis: beide gebeurtenissen worden in de media en de publieke opinie gezien als een op zichzelf staande daad van een eenzame gek. In het geval van Tristan van der Vlis is de algemene mening dat hij door een combinatie van een instabiele persoonlijkheid, militaire fantasieën en een gebrek aan erkenning tot zijn daad kwam. Hij was dus gek. In het geval van Kambiz Roustayi gaat men ervan uit dat normale mensen zichzelf niet in brand steken. Hij was dus ook gek.

Als het allebei de daden waren van een eenzame gek, voorkomt dit dat Nederland lastige vragen over zichzelf moet stellen. Want de “shooting spree” kun je zolangzamerhand wel een westerse traditie gaan noemen, nu dit na de Verenigde Staten ook in Duitsland, Finland en Nederland is gebeurd. Het gaat vrijwel altijd om jonge blanke mannen uit de lagere middenklasse met (extreem-)rechtse sympathieën. Je kunt je dus afvragen of sociaal-economische positie, het gebrek aan controle op de moderne jeugd, videospelletjes of zelfs de politieke cultuur een rol spelen. Al met al genoeg reden om onze maatschappij eens aan een diepgravend zelfonderzoek onderwerpen. Maar zolang we doen alsof Van der Vlis gek was, hoeft dat allemaal niet.

En ook bij Kambiz Roustayi voorkomt de conclusie dat hij gek is de noodzaak tot zelfonderzoek. En nog meer dan bij Alphen is dat onterecht. Roustayi had als Iraans dissident 11 jaar geleden asiel aangevraagd, en heeft al die tijd in grote onzekerheid geleefd. De laatste jaren kreeg hij geen onderdak of eten meer, maar mocht ook niet werken. Het vooruitzicht om in Iran opgesloten of zelfs gemarteld te worden was voor hem onverdraaglijk. Uit verklaringen van zijn vrienden blijkt dat Roustayi’s zelfverbranding een weloverwogen offer was in de strijd tegen het Nederlandse asielbeleid.

Kambiz’ daad past daarmee binnen een lange politieke traditie. Recent nog begonnen de Arabische revoluties met meerdere zelfverbrandingen. Hoe afschuwelijk ze ook zijn, ze dwingen mensen om te begrijpen dat er een groot onrecht is. Behalve in Nederland, waar een gebrek aan media-aandacht en het feit dat dit maar één voorval was klaarblijkelijk voorkomen dat mensen zich gaan afvragen of er iets ernstig mis is met het asielbeleid.

Op verschillende manieren voorkomt de conclusie dat het allebei een eenzame gek betrof dus zelfkritiek en schaamte. Maar ook de verschillen in hoe de media omging met de beide gebeurtenissen zouden ons over onszelf aan het denken moeten zetten. De daad van Kambiz Roustayi werd één keer kort genoemd in het avondjournaal. Zijn herdenking kreeg geen enkele nationale aandacht. Over Alphen is de berichtgeving vrijwel continu geweest. Aan de ene kant is dat verschil terecht, omdat er in Alphen aan de Rijn veel onschuldigen het slachtoffer werden. Maar tegelijkertijd is de politieke betekenis van de daad van Kambiz Roustayi veel groter. Hoe je ook denkt over de oorzaak van Alphen, burgers zullen elkaar altijd rare dingen blijven aandoen. Maar bij een zelfmoord die een verband heeft met overheidsoptreden moet je je afvragen of dit niet een oorzakelijk verband is, wat meteen urgente politieke vragen oproept.

Die vragen worden echter niet gesteld, en zo beroven we onszelf van de mogelijkheid de leden uit beide gebeurtenissen, wat herhaling zou kunnen voorkomen. In het geval van zelfverbranding is dat risico groot. Er zijn veel mensen die weinig te verliezen hebben, en die weten dat meerdere zelfverbrandingen wel het gewenste effect zouden hebben. Vorige week woensdag stond de brandweer klaar op de Dam omdat er een waarschuwing was dat er iemand op weg was om zichzelf in brand te steken. Dat is hopelijk het laatste nieuws op dat gebied, maar ik houd mijn hart vast. De moordpartij in Baflo, die ook vandaag werd herdacht, zou wèl het werk van een gek kunnen zijn, maar zijn levenservaringen de afgelopen jaren zullen niet hebben geholpen dit te voorkomen.

The Bible/Quran made me do it

De invloed van ‘heilige teksten’ op individueel gedrag

Eerder vandaag verscheen dit artikel, geschreven door Prof. Ruard Ganzevoort en Michael Blok, op de opiniesite joop.nl.

In de rechtszaak tegen Geert Wilders zal de verdediging binnenkort getuigen oproepen die Koranteksten oplepelen en interpreteren. De gedachte daarbij is dat de Koran het heilige boek is voor alle moslims, dat ze gehoorzaam zijn aan wat daar in staat, en dat ze dus eigenlijk het Westen willen veroveren. Een tactiek die Wilders ook in zijn filmische carrière gebruikt. Maar ook in heel andere politieke stromingen gebruikt men soms de Koran om aan te tonen dat moslims ouderwets zijn en slecht voor vrouwen. Dat doet geen recht aan de complexe relatie tussen oude teksten en modern gedrag, en zet moslims vaak ten onrechte in de beklaagdenbank.

De manier waarop heilige teksten uitmonden in gedrag gaat ongeveer als volgt. In heilige boeken en overleveringen staan duizenden verhalen, beweringen en opdrachten die soms tegenstrijdig zijn en bovendien veel hedendaagse vraagstukken onbesproken laten. Onder invloed van sociale veranderingen en soms politieke dwang leidt dat van plaats tot plaats en van tijd tot tijd tot grote verschillen in interpretatie. Vaak ontstaan er in de verschillende religieuze stromingen ook nog nieuwe gebruiken en voorschriften. Het repertoire uit de traditie wordt onder meer doorgegeven door geestelijken die eigen nadrukken leggen en daarmee uiteindelijk de gelovigen bereiken. Die geloven en onthouden ook niet alles, en worden bovendien sterk beïnvloed door het cultureel krachtenveld waarin ze zich bevinden.

Uiteindelijk heeft zo iedere gelovige een eigen verzameling leefregels, die op hun beurt lang niet altijd in gedrag worden omgezet, want het vlees is zwak en de geest gaat soms nog heel andere kanten op. Oftewel: het verband tussen het heilige boek en individueel gedrag is nogal indirect. Daarbij kan men zich wel beroepen op dat heilige boek, maar dat is wat anders dan dat het boek rechtlijnig uitmondt in gedrag. Zo verdedigde John Joe Thomas zijn moord op een homoseksuele familievriend wel met ‘The Bible made me do it’, maar dat is op zijn allerbest een klein stukje van de waarheid.

Om dit concreter te maken: in de Bijbel staat dat je op de sabbat (zaterdag) niet mag werken. In de vroege kerk kwam men op zondag bij elkaar. Dat werd door keizer Constantijn gelegaliseerd en zo verschoof de rustdag van zaterdag naar zondag. Dat werd soms gezien als een alternatieve sabbat waarop men niet mocht werken. Vandaag de dag zijn het vooral de orthodox-protestanten die vasthouden aan een verplichte zondagsrust die ook inhoudt dat je niets mag kopen. Zelfs binnen die groep zal echter regelmatig iemand beslissen om die leefregel te overtreden omdat het nodig is of beter uitkomt. Zo kun je op grond van het ‘heilige boek’ zeggen dat Christenen op zaterdag moeten rusten, maar afgezien van kleine groepen als de Zevendedagsadventisten doet bijna niemand dat.

Een ander voorbeeld is Kerstmis, een feest zonder basis in de Bijbel. In het Westen is in de loop van 2.000 jaar een traditie ontstaan uit de combinatie van de wens de geboorte van Christus te vieren, het heidense midwinterfeest, het Nederlandse sinterklaasfeest en de advertenties van Coca-Cola. Dit ratjetoe wordt nu door veel christenen als hoogtepunt van het jaar gezien, ondanks dat het niet of nauwelijks is terug te voeren op de heilige teksten van het christendom en zelfs geen centrale rol speelt in de officiële theologie (daar is Pasen veel belangrijker dan Kerst). Een tegenovergestelde uitkomst dus van de hoe het bij de sabbat/zondagsrust ging.

Ook bij moslims speelt dit proces natuurlijk. Alevieten (uit Turkije en Syrië) hebben bijna geen religieuze voorschriften. In Indonesië hebben traditionele mythes hun invloed gehad op de lokale versie van de islam. De meeste Nederlandse moslims vasten tijdens de Ramadan en eten geen varkensvlees, maar houden zich niet aan de geschreven plicht om vijf keer per dag te bidden. De groep die de Koran wel letterlijk leest past niet alles toe. Ook de meeste orthodoxe moslims zien niets in de dwang om niet-moslims lastig te vallen: de focus ligt voor hen op hun dagelijkse keuzes en spirituele ontwikkeling. Recent onderzoek laat dan ook zien dat Nederlandse moslimfundamentalisten zich grotendeels concentreren op hun eigen gedrag, en verder een gezagsgetrouw leven leiden zonder enige behoefte aan geweld.

Daarmee getuigt de bewering dat het gedrag van Nederlandse moslims (en christenen) direct wordt bepaald door iedere oude tekst van een gebrek aan begrip van de historische ontwikkeling en de eigentijdse variatie van religie, of simpelweg van kwade bedoelingen. Zeker omdat die oude teksten vaak al lang geen actieve rol meer spelen in het religieuze denken en onbekend zijn bij de meeste gelovigen. Als gelovigen zich op een ‘heilige tekst’ beroepen, dan nog is die invloed indirect en gaat het er vooral om hoe ze het zelf toepassen. Het is te hopen dat serieuze politici niet meegaan in de neiging om een oppervlakkig waargenomen correlatie tussen gedrag en tekst te staven met religieuze citaten. Gelovigen zijn gewone mensen, en hun gedrag wordt bepaald door gewone factoren.

Michael Blok schreef dit artikel samen met Ruard Ganzevoort, hoogleraar praktische theologie, Vrije Universiteit Amsterdam